De handhaving op de juiste kwalificatie van arbeidsrelaties voor de loonheffingen maakt deel uit van de kabinetsaanpak die zich richt op het tegengaan van schijnzelfstandigheid.
Let op: het handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 is aangepast naar aanleiding van aangenomen moties om de zachte landing deels te verlengen. Zie onderstaand bericht.
Weer normaal handhaven
De Belastingdienst ziet dat veel organisaties hun best doen om het echt goed te doen. Daarom vindt de Belastingdienst het belangrijk om weer normaal te kunnen handhaven op de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Een juiste kwalificatie van arbeidsrelaties is niet alleen belangrijk voor de loonheffingen, maar ook voor het pensioen en arbeidsrecht.
Duiding arbeidsrelatie is maatwerk
De praktijkervaring is dat een onjuiste kwalificatie van arbeidsrelaties in alle branches en sectoren voorkomt en dat duiding van de arbeidsrelatie maatwerk is. Daarom richt de Belastingdienst handhaving niet op specifieke doelgroepen, behalve als steekproeven of andere onderzoeken laten zien dat onderscheid in doelgroepen wel zinvol is.
De Belastingdienst signaleert dat zzp’ers vaak worden ingehuurd via een tussenpersoon. Opdrachtgevers lijken het risico van de (bewust) onjuiste kwalificatie van een arbeidsrelatie hiermee te willen verschuiven naar een arbeidsbemiddelaar.
Inzicht in keten/driehoek
Om goed te kunnen beoordelen onder welke feiten en omstandigheden gewerkt wordt, is vaak inzicht in de hele keten en/of driehoek noodzakelijk. Sinds 2025 werkt de fiscus aan dit inzicht, zodat de behandeling bij deze doelgroep meer gestructureerd kan worden vormgeven. Hier gaat de Belastingdienst mee verder in 2026.
Daarnaast is opgemerkt dat de informatiebehoefte van opdrachtgever, opdrachtnemer en fiscaal dienstverleners verschilt. Dit komt doordat het handelingsperspectief en de belangen anders kunnen zijn
Einde zachte landing
Vanaf 1 januari 2026 geldt de zachte landing niet meer. Dit betekent dat de Belastingdienst weer boetes kan opleggen. Daarnaast vervallen de uitgangspunten dat de fiscus in principe start met een bedrijfsbezoek en in principe kiest voor een onderzoek van het meest recente aangiftetijdvak. Het ingroeimodel blijft tot 2030 bestaan.
80 fte
Uitgangspunt is dat de Belastingdienst in 2026 80 fte inzet voor het thema arbeidsrelaties. De ambitie is dat vanaf 1 januari 2027 de beoordeling van arbeidsrelaties weer volledig integraal onderdeel uitmaakt van de reguliere handhaving.
Normale regels voor handhaving
Vanaf 2026 gelden weer de normale regels voor de handhaving. Dit betekent dat de Belastingdienst kan starten met een bedrijfsbezoek, maar ook direct een boekenonderzoek kan doen.
Naast het instellen van bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken waarbij de fiscus let op de juiste kwalificatie van arbeidsrelaties, heeft de Belastingdienst ook regulier toezicht op de aangiften loonheffingen. Hierbij kan de fiscus controleren op alle voorkomende loonheffingenonderwerpen, zoals de werkkostenregeling, sectorindeling en gebruikelijkloonregeling, maar ook op de beoordeling van de juiste kwalificatie van arbeidsrelaties.
Ingroeimodel tot 2030
Als de Belastingdienst bij een boekenonderzoek een onjuiste kwalificatie van arbeidsrelaties vaststelt, kan de dienst volgens de normale regels in de loonheffingen tot 5 jaar terug correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen, met daarbij belastingrente en boetes.
Tot 2030 is voor de kwalificatie van arbeidsrelaties nog wel sprake van een ingroeimodel. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met het eerdere handhavingsmoratorium, zodat de Belastingdienst niet verder teruggaat dan 1 januari 2025, tenzij sprake is van kwaadwillendheid of van een aanwijzing die vóór die datum is gegeven. Pas in 2030 kan de Belastingdienst weer tot 5 jaar terug correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen.
Normale regels voor opleggen boetes
Vanaf 2026 gelden ook de normale regels voor het opleggen van boetes.
Voor correcties over 2025 blijft de zachte landing gelden en legt de Belastingdienst geen verzuim of vergrijpboetes op voor de onjuiste kwalificatie van arbeidsrelaties voor de loonheffingen.
Inzet verschillende handhavingsinstrumenten
In het reguliere toezicht zet de Belastingdienst meer instrumenten in. Denk aan het geven van informatie, uitleg of voorlichting door loonheffingenspecialisten tijdens bedrijfsbezoeken.
Het doel is om de betrokken opdrachtgever te ondersteunen bij het juist beoordelen van arbeidsrelaties door het goed toepassen van fiscale regels. Dit gaat om opdrachtgevers die compliant zijn en na een bedrijfsbezoek vrijwillig hun interne processen rond de inhuur van arbeidskrachten gaan verbeteren.
Ook neemt de fiscus een standpunt in als opdrachtgevers of opdrachtnemers een volledig verzoek tot vooroverleg indienen. Zo wordt het risico op een verkeerde kwalificatie van arbeidsrelaties verkleind, ook door het besef dat zij daarvoor als eerste verantwoordelijk zijn.
Communicatie
De communicatie vanuit de Belastingdienst richt zich vooral op het belang van een juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen en de verantwoordelijkheid die opdrachtgever en opdrachtnemer hierbij dragen.
Het onderwerp ‘arbeidsrelaties’ heeft specifieke aandacht op belastingdienst.nl/arbeidsrelaties, zodat opdrachtgevers en opdrachtnemers gerichter op zoek kunnen naar antwoorden.
Achteraf toetsen
Toezicht in het kader van de loonheffingen houdt in dat de Belastingdienst arbeidsrelaties achteraf toetst. Doel is te handhaven bij situaties waar het risico bestaat dat een arbeidsrelatie mogelijk ten onrechte niet gekwalificeerd is als een dienstbetrekking. De Belastingdienst besteedt aandacht aan onder andere de inhuur van derden.
Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026


