Het kabinet wil zorgen voor meer zekerheid, duidelijkheid en rust onder zelfstandigen en situaties van schijnzelfstandigheid voorkomen. Daarom wil het kabinet werken aan oplossingen die daar aan bijdragen.
Het kabinet werkt aan oplossingen langs drie lijnen: zorgen voor een gelijker speelveld tussen contractvormen (lijn 1), meer duidelijkheid wanneer gewerkt wordt als werknemer of zelfstandige (lijn 2) en verbetering van de handhaving op schijnzelfstandigheid (lijn 3).
Gelijker speelveld
Het kabinet werkt aan een gelijker speelveld tussen contractvormen. Er zullen echter altijd verschillen in de behandeling van werknemers en zelfstandigen blijven bestaan.
Handhaving wordt effectiever als de duidelijkheid over wet- en regelgeving toeneemt. Een gelijker speelveld zorgt er onder meer voor dat om de juiste redenen gekozen wordt voor een bepaald type arbeidsrelatie. Een juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie is namelijk niet alleen belangrijk voor de loonheffingen, maar heeft ook gevolgen voor pensioen- en arbeidsrecht.
Wetsvoorstel Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ)
Met een verplichte verzekering tegen het risico op inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid wordt een gelijker speelveld bereikt tussen zelfstandigen onderling en tussen zelfstandigen en werknemers. Die verplichting wordt geregeld met het wetsvoorstel Wet Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen.
Het wetsvoorstel ligt op dit moment voor advies bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Vervolgens hoopt het kabinet het wetsvoorstel in samenwerking met de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk te kunnen behandelen.
Verkleinen fiscale verschillen
Om een gelijker speelveld tussen werknemers en zelfstandigen te bereiken, treft het kabinet ook fiscale maatregelen. Het gaat hierbij om de (versnelde) afbouw van de zelfstandigenaftrek, uitfasering van de fiscale oudedagsreserve (FOR) en de fiscale verruiming opbouw derde pensioenpijler. Daarnaast draagt de verlaging van de MKB-winstvrijstelling naar 13,31% in 2024 en 12,7% in 2025 ook bij aan het creëren van een gelijker speelveld.
Meer duidelijkheid over beoordeling arbeidsrelaties
Het kabinet wil de regelgeving rondom de beoordeling van arbeidsrelaties verduidelijken en het grijze gebied (daar waar deze bestaat) tussen werknemers en zelfstandigen op die manier verkleinen. Doel hiervan is de duidelijkheid te vergroten voor werkenden, werkgevenden, uitvoeringsorganisaties en rechtspraak. Dit is niet alleen gericht op het bieden van bescherming van diegenen die daarop recht hebben en het zorgen voor de juiste plichten wanneer sprake is van loondienst, maar ook om zelfstandigen meer duidelijkheid te geven over de ruimte om te ondernemen.
Verduidelijking (codificatie van de jurisprudentie) moet het voor de markt, de uitvoeringsorganisaties en de rechtspraak inzichtelijker maken wanneer als zelfstandige of werknemer wordt gewerkt.
Hiermee wil het kabinet bevorderen dat de wijze van beoordeling van arbeidsrelaties consistent is. Onderdeel hiervan zijn ook de activiteiten op het gebied van communicatie en voorlichting.
Wetsvoorstel verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie en rechtsvermoeden (Vbar)
Met het wetsvoorstel Vbar worden indicaties in de wet verankerd aan de hand van twee hoofdelementen:
- werkinhoudelijke en organisatorische sturing; en
- werken voor eigen rekening en risico.
Daarnaast wordt met het wetsvoorstel een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst, gekoppeld aan een uurtarief, geïntroduceerd. Hiermee moet duidelijker worden wanneer iemand werknemer is en wanneer werk gedaan kan worden als zelfstandige.
Het wetsvoorstel is op 7 juli 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. Op 8 oktober 2025 is door de Tweede Kamer inbreng geleverd op het wetsvoorstel. Het kabinet streeft ernaar de beantwoording van de vragen zo spoedig mogelijk naar de Kamer te sturen, zodat de Kamer kan besluiten over het verdere verloop van het wetsvoorstel. Daarnaast liep de consultatieperiode voor de bijbehorende AMvB af op 13 oktober jl.
Het wetsvoorstel Vbar is onderdeel van het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP). De Wet Vbar moet op zijn laatst op 31 augustus 2026 zijn gepubliceerd in het Staatsblad om een korting (oplopend tot € 600 miljoen) te vermijden.
Het kabinet vindt het belangrijk te benadrukken dat er geen uitzonderingen gelden voor specifieke sectoren, ook niet voor de zorgsector. Wel zorgen de maatregelen die bijdragen aan meer duidelijkheid ervoor dat ook voor specifieke sectoren en functies sneller duidelijk wordt wanneer iemand als zelfstandige of als werknemer aan de slag kan.
Zelfstandigenwet
Het kabinet heeft daarnaast met interesse kennisgenomen van het initiatiefwetsvoorstel waar diverse partijen uit de Tweede Kamer aan werken. Beide voorstellen hebben het doel om meer duidelijkheid te bieden over het werken met en als zelfstandige(n), ieder met een andere insteek. Het kabinet heeft veel waardering voor de hoeveelheid werk en tijd die Kamerleden aan dit initiatiefvoorstel besteden.
Ook onderschrijft het kabinet het doel van de initiatiefnemers: zorgen voor meer rust en zekerheid onder zowel zelfstandigen en opdrachtgevers, als werknemers en werkgevers. Wel verkeert het initiatiefvoorstel zich nog in een ander stadium, waarbij een aantal inhoudelijke keuzes nog wordt opengelaten en ook de gevolgen voor de uitvoering nog in kaart gebracht moeten worden.
Als het huidige wetsvoorstel Vbar wordt aangepast, is het met het oog op de uitvoering van belang dat de uitvoeringsgevolgen in kaart worden gebracht
Webmodule beoordeling arbeidsrelatie
Over de periode januari 2025 tot en met juli 2025 is het gebruik van de webmodule afgenomen. Er zijn diverse verklaringen mogelijk voor de toename in het gebruik aan het einde van vorig jaar. Het zou kunnen dat werkgevenden en werkenden zich in aanloop naar de opheffing van het handhavingsmoratorium extra hebben afgevraagd of een bestaande arbeidsrelatie met of door een zelfstandige kon worden uitgevoerd of niet. Mogelijk dat de huidige gebruikers vooral nieuwe arbeidsrelaties willen toetsen.
Betere handhaving op schijnzelfstandigheid
De opheffing van het handhavingsmoratorium voor de kwalificatie van de arbeidsrelaties voor de loonheffingen niet heeft geleid tot andere wet- en regelgeving.
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid. De handhaving is gebaseerd op de algemene Uitvoerings- en Handhavingsstrategie van de Belastingdienst en het handhavingsplan arbeidsrelaties 2025.
Duidelijk is dat schijnzelfstandigheid in alle sectoren voorkomt. Daarom is het belangrijk dat de Belastingdienst zijn risicogerichte handhaving blijft voortzetten.
Het is van belang dat voor alle arbeidsrelaties die ten onrechte niet zijn gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst alsnog loonheffingen worden ingehouden en afgedragen. Er wordt geen jacht gemaakt op bonafide ondernemers.
Zachte landing 2025
Op verzoek van de Tweede Kamer (naar aanleiding van de motie Aartsen (VVD) c.s.19) geldt voor 2025 een zachte landing. Dit houdt o.a. in dat toezicht in principe begint met een bedrijfsbezoek. Tijdens het bezoek bespreekt de inspecteur de inhuur van zelfstandigen, maar doet nog geen controle. Op deze wijze krijgen organisaties de ruimte om het goed te doen en zich te houden aan de wet- en regelgeving. Het bedrijfsbezoek kan een vervolg krijgen in de vorm van een boekenonderzoek.
Vanaf 1 januari 2025 kan de Belastingdienst met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen als tijdens het boekenonderzoek schijnzelfstandigheid wordt vastgesteld. Alleen als sprake is van kwaadwillendheid of het niet opvolgen van een eerdere aanwijzing, kan hiervan worden afgeweken. De Belastingdienst kan in deze situaties tot 5 jaar terug naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen, dus ook voor 1 januari 2025.
Als onderdeel van de zachte landing legt de Belastingdienst over 2025 geen boetes op. Dit geldt voor zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer. In 2030 kan de Belastingdienst weer tot 5 jaar terug correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen.
Einde zachte landing
Met ingang van 1 januari 2026 vervalt de zachte landing. Dat is in lijn met het eerder aangekondigde tijdspad. Dit betekent dat er weer boetes kunnen worden opgelegd. Daarnaast vervallen de uitgangspunten dat de Belastingdienst in beginsel start met een bedrijfsbezoek en in beginsel kiest voor een onderzoek van het meest recente aangiftetijdvak.
Het aanpakken van schijnzelfstandigheid is cruciaal. Dat gaat om meer dan tegengaan van uitbuiting en misbruik. Werk moet gedaan worden conform het juiste contract. Mensen op de juiste plek, op het juiste contract met de juiste rechten en plichten.
Daarnaast is van belang dat de markt voldoende de tijd heeft gehad om zich op de opheffing van het handhavingsmoratorium voor te bereiden.
Aandacht voor de juistheid van de kwalificatie van de arbeidsrelatie door opdrachtgevers en opdrachtnemers blijft noodzakelijk.
Onterecht afwentelen risico’s op zzp’ers voorkomen
Het is zowel onwenselijk als onrechtmatig dat opdrachtgevers de risico’s op naheffingen en boetes afwentelen op zelfstandigen. Op grond van artikel 20 en artikel 125 van de Wet financiering sociale verzekeringen mogen opdrachtgevers premies voor werknemersverzekeringen die zij verschuldigd zijn niet verhalen op de werknemer. Daarbij geldt dat de loonheffing (loonbelasting en premies volksverzekeringen) en boetes (mits niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid, het goed werkgeverschap, de openbare orde, en de goede zeden) wel verhaald kunnen worden op de schijnzelfstandige.
De Wet financiering sociale verzekeringen biedt het instrument om strafrechtelijk op te treden tegen een werkgever als die de premies werknemersverzekeringen ondanks het wettelijke verbod, toch verhaald. Voorop staat dat clausules in strijd met de wet nietig zijn. Een opdrachtgever kan hier dus ook geen beroep op doen. Het blijft onwenselijk is dat opdrachtgevers deze clausules opnemen. Daarom is dit als aandachtspunt meegenomen in de communicatiestrategie richting opdrachtgevers en opdrachtnemers en in het contact met de sociale partners.
Meer zekerheid en duidelijkheid
Het kabinet blijft zich inzetten voor het toekomstbestendiger maken van het werken met en als zelfstandige(n). En voor meer zekerheid en duidelijkheid onder zelfstandigen, opdrachtgevers, werknemers en werkgevers, zodat zij sneller weten waar ze aan toe zijn en schijnzelfstandigheid wordt voorkomen.
Ook wordt onderzocht welke maatregelen ondernemend gedrag stimuleren en faciliteren, om te zorgen dat zelfstandig ondernemers kunnen blijven doen waar ze goed in zijn en we het ondernemersklimaat in Nederland versterken. De maatregelen die daaraan bijdragen en zijn beschreven langs de drie lijnen (gelijker speelveld, verduidelijking, betere handhaving), moeten allen in samenhang worden bezien.
Het is belangrijk om op elke lijn de juiste stappen te blijven zetten en dit vooral in goed overleg met de Tweede Kamer, werkgevers-, werknemers én zelfstandigenorganisaties te blijven doen.
Inzet van capaciteit
De beoogde inzet van de Belastingdienst op de handhaving schijnzelfstandigheid is 80 fte. Voor 2025 verloopt de inzet van 80 fte volgens planning.

Voortgangsbrief werken met en als zelfstandige(n)


