De ambitie was dat de handhaving op de juiste kwalificatie van arbeidsrelaties voor de loonheffingen vanaf 1 januari 2026 weer onderdeel zou zijn van de reguliere handhaving. Er is behoefte aan duidelijkheid over wat het gedeeltelijk verlengen van de zachte landing betekent. Daarom heeft de Belastingdienst besloten om voor 2026 opnieuw een handhavingsplan arbeidsrelaties te maken, net zoals voor de jaren 2023, 2024 en 2025. In 2026 neemt de Belastingdienst de handhaving arbeidsrelaties dus nog niet op in de reguliere handhavingsplannen. Het streven is om dit vanaf 2027 wel te doen.
Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026
In het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 gaat de Belastingdienst in op de handhaving op de kwalificatie van arbeidsrelaties voor de loonheffingen met een gedeeltelijke verlenging van de zachte landing.
Toezicht in het kader van de loonheffingen houdt in dat de Belastingdienst arbeidsrelaties achteraf toetst. Doel is te handhaven bij situaties waar het risico bestaat dat een arbeidsrelatie mogelijk ten onrechte niet gekwalificeerd is als een dienstbetrekking.
Drie lijnen
Om de balans in het werken met en als zelfstandige(n) te herstellen, zet het kabinet in op 3 lijnen:
- een gelijker speelveld tussen contractvormen (lijn 1)
- meer duidelijkheid over de vraag wanneer gewerkt wordt als werknemer of als zelfstandige (lijn 2)
- verbetering van handhaving op schijnzelfstandigheid (lijn 3).
Handhavingsmoratorium opgeheven
In verband met lijn 3 is het handhavingsmoratorium sinds 1 januari 2025 opgeheven. Vanaf dat moment kan de Belastingdienst weer correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen. Maar de fiscus gaat niet verder terug dan 1 januari 2025. Over 2025 legde de Belastingdienst geen boetes op en hield de dienst rekening met een zachte landing.
Zachte landing verlengd
Naar aanleiding van twee moties van 18 december 2025, kiest het kabinet ervoor om de zachte landing in 2026 gedeeltelijk te verlengen, zoals staat in de Kamerbrief van 19 december 2025.
De handhaving op de juiste kwalificatie van arbeidsrelaties voor de loonheffingen maakt deel uit van de kabinetsaanpak die zich richt op het tegengaan van schijnzelfstandigheid.
In 2026 wordt de zachte landing gedeeltelijk verlengd. De Belastingdienst legt in 2026 geen verzuimboetes op en start met een bedrijfsbezoek. Pas vanaf 1 januari 2027 komen ook deze onderdelen van de zachte landing te vervallen. Het ingroeimodel blijft tot 2030 bestaan.
Wel vergrijpboetes
In tegenstelling tot 2025, kan de Belastingdienst vanaf 2026 wel vergrijpboetes opleggen. Het kabinet vindt dit belangrijk, omdat vergrijpboetes gaan over opzet of grove schuld.
Daarnaast vervalt het uitgangspunt dat de dienst bij een boekenonderzoek kiest voor een onderzoek van het meest recente aangiftetijdvak. Dit is uitgewerkt in de Handleiding bedrijfsbezoeken Arbeidsrelaties van 2026, die in januari 2026 op rijksoverheid.nl is te downloaden.
Juiste en volledige aangiften loonheffingen
De Belastingdienst blijft risicogericht handhaven op juiste en volledige aangiften loonheffingen.
Naast het instellen van bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken waarbij wordt gelet op de juiste kwalificatie van arbeidsrelaties, heeft de Belastingdienst ook regulier toezicht op de aangiften loonheffingen. Hierbij kan de fiscus controleren op alle voorkomende loonheffingenonderwerpen, zoals de werkkostenregeling, sectorindeling en gebruikelijkloonregeling, maar ook op de beoordeling van de juiste kwalificatie van arbeidsrelaties.
80 fte
Uitgangspunt is dat de Belastingdienst in 2026 – conform de politieke toezegging en net als in voorgaande jaren – 80 fte inzet voor het thema arbeidsrelaties. De ambitie is dat vanaf 1 januari 2027 de beoordeling van arbeidsrelaties weer volledig integraal onderdeel uitmaakt van de reguliere handhaving.
Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026


