Het Besluit verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (Vbar) is op 10 september 2025 aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) voor advies voorgelegd. Er is voor dit voorstel ook een internetconsultatie van start gegaan.
Uitwerking wetsvoorstel Vbar
Het besluit vormt een uitwerking van het wetsvoorstel Vbar. ATR heeft op 8 november 2023 geadviseerd dit wetsvoorstel niet in te dienen, omdat de probleemafbakening en doelstelling niet voldoende waren. Het voorstel bevatte open normen die weinig rechtszekerheid boden. Er waren geen minder belastende alternatieven onderzocht. Daarnaast waren de werkbaarheid en regeldrukgevolgen onvoldoende onderbouwd. Ook in de aanvullende zienswijze van 2 juni 2025 was de conclusie dat de tekortkomingen grotendeels in stand bleven.
Duidelijkheid scheppen
Het huidige besluit probeert via een nadere structurering van criteria en jurisprudentie duidelijkheid te scheppen voor opdrachtgevers en opdrachtnemers. ATR beoordeelt dit besluit tegen de achtergrond van de eerder gegeven adviezen.
Arbeidsovereenkomst of zelfstandige arbeid?
Het concept-besluit Vbar geeft een nadere uitwerking van de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst of van zelfstandige arbeid. Het besluit is opgesteld naar aanleiding van het wetsvoorstel Vbar, waarin de juridische kwalificatie van arbeidsrelaties opnieuw is geordend en verduidelijkt.
Holistische toets
Het besluit bevestigt dat de beoordeling van arbeidsrelaties plaatsvindt via een ‘holistische toets’, waarbij steeds het geheel van omstandigheden wordt gewogen en geen enkel criterium doorslaggevend is.
Het besluit bevat een lijst met gezichtspunten, zoals gezag of instructiebevoegdheid, organisatorische inbedding, ondernemerschap en verantwoordelijkheid voor het werkresultaat. Deze opsomming wordt niet als afvinklijst gehanteerd maar als open normen die in samenhang moeten worden beoordeeld.
Het besluit baseert zich op jurisprudentie, waaronder uitspraken tot oktober 2024 en het Uber-arrest van de Hoge Raad (februari 2025), en heeft tot doel de rechtspraktijk meer structuur te geven door bestaande criteria te codificeren.
Eindverantwoordelijk
De toelichting introduceert verder de term ‘eindverantwoordelijk’ voor zelfstandigen, zonder nadere definitie, en benadrukt dat geen beroepsgroepen of functies op voorhand zijn uitgesloten van zelfstandigheid of werknemerschap. Het besluit moet richting geven bij het inschatten of een contract kwalificeert als arbeidsovereenkomst of zelfstandige opdracht, zonder nieuwe formele verplichtingen of administratieve processen in te voeren.
Meer jurisprudentie
Het doel van het besluit is om de praktijk meer duidelijkheid te geven en zo de naleving van de arbeidsrechtelijke kwalificatie te verbeteren. De toelichting overtuigt echter niet.
Er wordt in de toelichting op het besluit naar slechts twaalf uitspraken verwezen die zijn gedaan na het Deliveroo-arrest, waarvan elf rechtbankuitspraken. Dat is een wankele basis voor de term codificatie (het in één wet bijeenbrengen van het bestaande recht dat is verspreid in jurisprudentie) , zeker gezien het feit dat het om 11 lagere rechters gaat, terwijl er ook een arrest van de Hoge Raad en een Hofuitspraak niet aangehaald zijn.
Het college adviseert de onderbouwing van het voorliggende voorstel te verstevigen door de selectie van jurisprudentie te actualiseren en te verbreden naar de laatste stand van de rechtspraak.
Keuze voor open kader niet overtuigend
Het besluit kiest voor een open kader van gezichtspunten. Dat sluit aan bij het idee van een ‘holistische toets’, die ook in het Europese recht is verankerd. Tegelijkertijd roept dit juist nieuwe vragen op, omdat de praktijk behoefte heeft aan meer voorspelbaarheid, houvast en concreet handelingsperspectief.
Alternatieven, zoals het aanbieden van toegankelijke praktijkvoorbeelden, sectorale pilots of modelovereenkomsten, zijn niet onderzocht. Deze zouden meer zekerheid kunnen bieden met minder lasten voor burgers en bedrijven. De huidige keuze voor een open kader is niet overtuigend gemotiveerd.
Het college adviseert om aan te geven welke alternatieven voor een open kader zijn onderzocht en waarom deze niet zijn gekozen.
Werkbaarheid en duidelijkheid vergroten
Hoewel de toelichting benadrukt dat sprake is van een ‘holistische toets’, is het voor burgers en kleine bedrijven nauwelijks inzichtelijk hoe deze in de praktijk moet worden toegepast. Het gebruik van abstracte formuleringen, zoals de eis dat een zelfstandige “eindverantwoordelijk” moet zijn, roept vragen op. Wat in juridische zin met eindverantwoordelijkheid wordt bedoeld, blijft onduidelijk.
Het college adviseert vaag geformuleerde criteria zoals ‘eindverantwoordelijkheid’, concreet te definiëren om interpretatieverschillen te voorkomen.
Zonder nadere toelichting en ondersteunende instrumenten wordt de beoogde duidelijkheid niet bereikt.
Het college adviseert de werkbaarheid te vergroten door middel van praktijkproeven, flankerende communicatie en toegankelijke voorlichting gericht op zelfstandigen en mkb.
Regeldrukgevolgen niet volledig
Het besluit introduceert geen nieuwe informatie- of nalevingsverplichtingen, maar leidt indirect wel tot kosten. Bedrijven en zelfstandigen zullen in de praktijk vaker juridisch advies moeten inwinnen of hun contractpraktijk aanpassen. Deze gevolgen zijn niet inzichtelijk gemaakt.
Daarnaast is er geen onderscheid gemaakt tussen incidentele lasten (eenmalige contractaanpassing) en structurele lasten (doorlopende juridische toetsing per nieuwe overeenkomst). Dit maakt de regeldrukgevolgen onvolledig.
Het college adviseert de regeldrukgevolgen in kaart te brengen.
Niet indienen
Gelet op bovengenoemde bevindingen is het eindoordeel van de ATR ten aanzien van het Besluit Vbar: niet indienen.
ATR-advies – Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties

