De gerichte vrijstelling voor extra kosten die verbonden zijn aan het thuiswerken geldt sinds 1 januari 2022. Deze gerichte vrijstelling bestaat naast gerichte vrijstellingen voor het onbelast vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen van onder meer vervoer en reiskosten, noodzakelijke gereedschappen en ICT-middelen en verplichte arbovoorzieningen.
De gerichte vrijstelling voor 2025 bedraagt maximaal € 2,40 per thuisgewerkte dag. Dit bedrag is bedoeld voor de extra kosten door het thuiswerken en is gebaseerd op onderzoek verricht door het Nibud. Je kunt de vrijstelling ook toepassen als een werknemer slechts een deel van de dag thuiswerkt.
De werkkostenregeling staat in artikel 31a van de Wet op de loonbelasting 1964.
In artikel 31a, lid 2 onderdeel k staat het volgende:
2. De verschuldigde belasting met betrekking tot vergoedingen en verstrekkingen (…) wordt bepaald naar een tarief van 80%, met dien verstande dat deze vergoedingen en verstrekkingen worden verminderd, maar niet verder dan tot nihil, met het bedrag aan vrije ruimte (…) ter zake of in de vorm van:
k. thuiswerken in het kader van de dienstbetrekking tot € 2,40 per thuiswerkdag, daaronder begrepen een gedeelte van een thuiswerkdag, met dien verstande dat ingeval voor thuiswerken een vaste vergoeding wordt gegeven aan een werknemer die op ten minste 128 dagen per kalenderjaar thuiswerkt, deze vergoeding mag worden berekend alsof de werknemer op ten hoogste 214 dagen per kalenderjaar thuiswerkt.
In artikel 31a lid 13 staat het volgende:
13. Bij het begin van het kalenderjaar wordt het in het tweede lid, onderdeel k, genoemde bedrag bij ministeriële regeling vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande kalenderjaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.
Tabelcorrectiefactor
De wettelijke inflatiecorrectie per 1 januari 2026 bedraagt 2,9%. Dit komt overeen met een
tabelcorrectiefactor van 1,029. Voorstel is de wettelijke inflatiecorrectie voor 95,8% toe te passen. De daaruit volgende indexatiefactor is 1,027782. Dat staat in het Belastingplan 2026.
In de Bijstellingsregeling directe belastingen aan het eind van het jaar wordt het nieuwe bedrag op basis van de tabelcorrectiefactor gepubliceerd. Zie de Bijstellingsregeling directe belastingen 2025 waarin het bedrag van € 2,35 in 2024 is verhoogd naar € 2,40 in 2025.
De thuiswerkvergoeding is uiteindelijk inderdaad op € 2,45 vastgesteld, zoals te lezen is in de publicatie Belangrijkste wijzigingen belastingen 2026 van 16 december 2025 van de Rijksoverheid.

Wetsvoorstel Belastingplan 2026

