Drie werknemers vonden dat zij recht hadden op een tekenbonus van € 2.500 uit het Sociaal Plan. Volgens hen stond in het plan dat iedere werknemer die een vaststellingsovereenkomst (vso) tekende, die bonus kreeg.
De werknemers stellen dat dit volgt uit de volgende bepaling in hoofdstuk 5.3 van het sociaal plan:
‘Medewerkers die onder deze aanvullingsregeling vallen, hebben recht op een tekenbonus van EUR 2.500 bruto, bij het definitief akkoord gaan met de vso. Deze bonus wordt uitbetaald bij einde dienstverband.’
De werknemers wijzen erop dat de aangeboden ontslagvergoeding die zij hebben ontvangen, een aanvulling is (lees: een aanvullingsregeling). In artikel 3 van elke vaststellingsovereenkomst staat namelijk het volgende:
‘Werkgever betaalt aan werknemer een ontslagvergoeding conform Sociaal plan van …(voor iedere eiser staat daar een ander bedrag vermeld) bruto voor te derven inkomsten elders of aanvulling op een sociale uitkering.’
De werkgever stelde dat de tekenbonus alleen gold voor oudere werknemers die minder dan vier jaar voor hun AOW-leeftijd zaten, omdat zij onder de speciale Aanvullingsregeling vielen. Jongere werknemers zouden geen recht hebben.
Uitleg sociaal plan – CAO-norm
De kantonrechter moest bepalen hoe de bepalingen uit het Sociaal Plan uitgelegd moesten worden. Voor dit soort plannen geldt de zogeheten CAO-norm: bepalingen moeten zo worden uitgelegd dat ze voor alle werknemers duidelijk en uniform gelden, niet op basis van wat partijen achteraf bedoelden.
Uit toelichtingen van vakbonden (CNV, De Unie) bleek dat de tekenbonus expliciet bedoeld was voor oudere werknemers onder de Aanvullingsregeling. De rechter oordeelde daarom dat jongere werknemers er geen recht op hebben.
Leeftijdsdiscriminatie?
De werknemers voerden aan dat dit leeftijdsdiscriminatie is. De rechter vond inderdaad dat er onderscheid naar leeftijd is, maar dat dit toegestaan is. Reden: jongere werknemers profiteerden al van een hogere ontslagvergoeding (door een verbeterde berekening met een hogere correctiefactor). Oudere werknemers kregen juist de tekenbonus om ook te profiteren. Dit was een legitiem en evenwichtig doel.
E-mail van werkgever
Een adviseur arbeidsvoorwaarden van de werkgever had in eerste instantie per e-mail gezegd dat iedereen de tekenbonus zou krijgen, maar corrigeerde dit een dag later. De rechter vond dat de werkgever niet aan die fout gebonden kon worden, omdat dit meteen was hersteld.
Juridische kosten
Daarnaast eisten werknemers vergoeding van hun juridische kosten:
- Werknemer 2: geen lid vakbond, geen rechtsbijstandverzekering → krijgt de vergoeding (€ 750) plus incassokosten.
- Werknemer 3: lid van FNV → krijgt géén vergoeding, omdat hij al recht had op juridische hulp.
- Werknemer 1: lid van Belgische vakbond ACV, die samenwerkte met FNV. Hij had dus ook toegang tot juridische hulp via FNV → geen vergoeding.
Conclusie
- De werknemers krijgen geen tekenbonus van € 2.500.
- Alleen werknemer 2 krijgt een vergoeding voor juridische kosten en incassokosten.

