De werkgever heeft niet rechtsgeldig opgezegd. De werknemer heeft recht op een gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding.
Waar gaat deze zaak over?
De werknemer is sinds 1 oktober 2012 in dienst bij (een rechtsvoorganger) van een man, ook handelend onder een bedrijfsnaam. De functie van de werknemer is ober met een loon van laatstelijk € 2.201,94 bruto per maand.
Op 23 oktober 2024 heeft de man aan de werknemer laten weten dat het restaurant per direct zou sluiten en heeft daarbij de arbeidsovereenkomst met hem opgezegd met ingang van 24 oktober 2024. De loonbetaling is ook per direct gestopt.
Op 26 november 2024 heeft de werknemer aangeschreven met het verzoek de salarisbetalingen te hervatten.
Het gaat in deze zaak primair om de vraag of een – onregelmatige – opzegging van het dienstverband heeft plaatsgevonden en aan de werknemer een billijke vergoeding moet worden toegekend, en of de werkgever een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding moet betalen.
Wie is de werkgever?
Op de mondelinge behandeling heeft de bv nader toegelicht dat haar naam mogelijk op de loonstrook is gekomen omdat zij in gesprek is geweest met de man – en het personeel – om het restaurant waar de werknemer werkte over te nemen. In dat geval hadden de werknemers ontslag moeten nemen waartoe zij echter niet bereid waren. Dit is door de werknemer bevestigd. Uiteindelijk is de overname niet doorgegaan, aldus de bv.
De bv heeft gemotiveerd betwist dat zij als werkgever van de werknemer moet worden aangemerkt. Van belang is dat niet is komen vast te staan dat de bv het restaurant heeft overgenomen. De enkele loonstrook die door de werknemer is overgelegd is onvoldoende om aan te kunnen nemen dat de bv als werkgever van de werknemer moet worden aangemerkt. Dit geldt temeer nu gemachtigde namens de bv aangifte heeft gedaan bij de politie van valsheid in geschrifte met betrekking tot deze loonstrook en de man telefonisch heeft bevestigd aan de gemachtigde van de werknemer de werkgever van de werknemer te zijn.
Geen verweer gevoerd
De kantonrechter oordeelt hierom dat de man als werkgever van de werknemer in dit geschil moet worden aangemerkt. Dit betekent dat de werknemer niet-ontvankelijk is in haar verzoeken jegens de bv .
De werkgever is voldoende in de gelegenheid gesteld om verweer te voeren, maar is kennelijk om voor hem moverende redenen niet is verschenen op de mondelinge behandeling en geen verweer heeft gevoerd. De verzoeken van de werknemer heeft de werkgever niet weersproken. De kantonrechter wijst de verzoeken dan ook toe.
Opzegging niet rechtsgeldig
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst door de werkgever in strijd met artikel 7:671 BW is opgezegd. Nu gesteld noch gebleken is dat de werknemer schriftelijk heeft ingestemd met de opzegging van de arbeidsovereenkomst en van de uitzonderingsgevallen zoals omschreven in artikel 7:671 lid 1 onder a tot en met h BW evenmin sprake is, is de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig.
De reden waarom de man de arbeidsovereenkomst met de werknemer heeft opgezegd – het restaurant zou per direct sluiten – is, hier wat hier ook van zij, bij de beoordeling niet van belang. De werkgever heeft geen tegenverzoek gedaan tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, in geval de opzegging van de arbeidsovereenkomst zou worden vernietigd.
Gefixeerde schadevergoeding
De gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt (artikel 7:672 lid 11 BW). De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het loon over de opzegtermijn, te weten € 7.747,98. Nu de werkgever dit bedrag ook niet heeft weersproken en dit de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt is het bedrag € 7.747,98 toewijsbaar.
Transitievergoeding
Aan de werknemer komt wegens beëindiging van het dienstverband op grond van artikel 7:673 BW een transitievergoeding toe. De verschuldigdheid hiervan is niet weersproken door de werkgever. Na herberekening is het bedrag iets lager dan in het verzoek. De kantonrechter wijst het bedrag € 9.564,38 aan transitievergoeding toe.
Billijke vergoeding
Het verzoek van de werknemer tot toekenning van een billijke vergoeding is toewijsbaar. Hiervoor is geoordeeld dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is. Een ongeldige opzegging moet als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever worden aangemerkt.
Ernstig verwijtbaar handelen
Overwogen wordt dat de kantonrechter de handelwijze van de werkgever in hoge mate ernstig verwijtbaar acht. Zo heeft de werkgever de werknemer, na een dienstverband van twaalf jaar, van de ene op andere dag zonder inkomen op straat gezet. Zelfs het loon over de laatst gewerkte maand is niet uitbetaald.
Hierbij heeft de werkgever de opzegtermijn van drie maanden niet in acht genomen. De werkgever heeft op geen enkele wijze blijk gegeven rekening te hebben willen houden met de belangen van zijn werknemer. Meegewogen wordt ook dat de werknemer gezien zijn leeftijd mogelijk niet snel meer een nieuwe baan zal kunnen vinden. Al met al acht de kantonrechter een billijke vergoeding van € 15.000 op zijn plaats.
Achterstallig loon
De werknemer maakt tot slot aanspraak op achterstallig loon over de periode van 1 tot en met 23 oktober 2024. de werknemer heeft voornoemde periode gewerkt, maar de man heeft het loon daarover niet uitbetaald. Nu de man dit ook niet heeft weersproken en het de kantonrechter niet onrechtmatig voorkomt, wijst de kantonrechter het verzochte bedrag € 1.633,70 bruto toe. Omdat de man te laat heeft betaald, is de wettelijke verhoging ook toewijsbaar. Daarom wijst de kantonrechter de wettelijke verhoging toe van 50% van het verschuldigde loon. De gevorderde wettelijke rente wordt ook als onweersproken toegewezen.
Uitspraak Rechtbank Amsterdam, 25 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5552

