De Fiscale verzamelwet 2027 staat op internetconsultatie.nl. Je kunt reageren op het wetsvoorstel tot 18 september 2025.
De fiscale wetgeving wijzigt constant. Dit vereist voortdurend inhoudelijke wijzigingen en technisch onderhoud. Het is voor de meeste maatregelen in dit wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2027 wenselijk dat ze per 1 januari 2027 in werking treden.
Wijzigingen
Wat staat er in de Fiscale verzamelwet 2027? We vinden in de Fiscale verzamelwet onder meer de volgende wijzigingen:
- bewaarplicht opting-in;
- afschaffing eerstedagsmelding
- aanpassing afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk;
- aanpassing van de begripsbepalingen bestelauto en vrachtauto in de motorrijtuigenbelasting.
1 Bewaarplicht opting-in
Er kunnen verschillende overwegingen bestaan om vrijwillig een arbeidsverhouding te laten
beschouwen als een dienstbetrekking. Arbeidsverhoudingen die in aanmerking komen voor opting-in zijn bijvoorbeeld arbeidsverhoudingen van geestelijken, politieke ambtsdragers, bepaalde bestuurders van lichamen en auteurs.
Als wordt gekozen voor de mogelijkheid om een arbeidsverhouding als dienstbetrekking te beschouwen, zijn de reguliere regels van de Wet LB 1964 van toepassing op de betreffende arbeidsverhouding.
Als voorwaarde om gebruik te kunnen maken van opting-in geldt dat degene die de arbeid verricht
en de beoogde inhoudingsplichtige (degene die de beloning betaalt), door middel van een
gezamenlijke verklaring aan de inspecteur melden dat de arbeidsverhouding als dienstbetrekking
wordt beschouwd. De Belastingdienst stelt een formulier ter beschikking dat kan worden gebruikt om de melding te doen.
De verplichting om een verklaring in te sturen om gebruik te kunnen maken van opting-in verhoogt de administratieve lasten voor zowel de beoogde inhoudingsplichtige als de Belastingdienst die de inkomende verklaringen moet verwerken.
Meldplicht omgezet in bewaarplicht
Om de administratieve lasten te verminderen wordt voorgesteld om de meldplicht om te zetten in een bewaarplicht. De inhoudingsplichtige moet de gezamenlijke verklaring bij de loonadministratie te bewaren. Inzending naar de Belastingdienst is dan niet meer nodig.
Het niet langer verplicht stellen dat de pseudo-werknemer en de beoogde inhoudingsplichtige
vooraf gezamenlijk melding doen bij de inspecteur dat de arbeidsverhouding als dienstbetrekking
moet worden beschouwd, maar het door de inhoudingsplichtige bij de loonadministratie laten
bewaren van deze verklaring, komt de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling ten
goede zonder dat dit ten koste gaat van de controlemogelijkheden van de Belastingdienst.
2 Afschaffing eerstedagsmelding
Met ingang van 2009 is de eerstedagsmelding van karakter veranderd: van een brede voor
iedere inhoudingsplichtige geldende meldingsplicht tot een meldingsplicht op basis van een door de
inspecteur opgelegde verplichting voor specifieke gevallen.
Uit gegevens van de Belastingdienst is gebleken dat beschikkingen met de verplichting tot het doen van eerstedagsmeldingen in de praktijk niet (meer) worden opgelegd, omdat het inzetten van dit instrument veelal niet effectief blijkt doordat:
- inhoudingsplichtigen aan wie de verplichting wordt opgelegd daarna snel van het toneel
verdwijnen; - de veelal niet compliante inhoudingsplichtigen zich ook niet houden aan de verplichting tot
het doen van eerstedagsmeldingen.
Zesmaandenfictie
De zesmaandenfictie voor werknemers die niet zijn opgenomen in de loonadministratie van de inhoudingsplichtige, is op dit moment een belangrijker toezichtsinstrument en een voldoende middel in het toezicht van de Belastingdienst.
De wettelijke regeling voor het doen van eerstedagsmeldingen heeft haar praktische waarde verloren, terwijl de Belastingdienst wel kosten maakt voor het operationeel houden van de infrastructuur die nodig is om eventuele meldingen te kunnen verwerken. Daarom wordt voorgesteld om de mogelijkheid tot het opleggen van de verplichting tot het doen van een eerstedagsmelding formeel te laten vervallen.
Voorstel is dat eventueel nog voor 1 januari opgelegde verplichtingen vanaf 1 januari 2027 niet meer hoeven te worden nagekomen.
3 Aanpassing S&O-afdrachtvermindering
De afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) is een fiscale regeling waarmee
de overheid technische innovatie stimuleert. Bedrijven die zich bezig houden met S&O kunnen,
onder bepaalde voorwaarden, een deel van de kosten die worden gemaakt voor technisch
innovatieve werkzaamheden in mindering brengen op de af te dragen loonheffingen.
De afdrachtvermindering S&O wordt als volgt berekend:
((S&O-uren * S&O-uurloon) + (S&O-kosten en -uitgaven of forfaitair bedrag)) * percentage
Forfaitaire uurloon omhoog
Het forfaitaire uurloon bedraagt al sinds 2008 € 29 per uur. Al jarenlang ontvangt RVO geluiden
(van bedrijven, intermediairs of andere stakeholders) dat het forfaitaire uurloon geen recht meer
doet aan de werkelijke loonkosten van S&O-inhoudingsplichtigen.
RVO geeft ook aan dat het raadzaam is om het forfaitaire uurloon niet te aantrekkelijk te maken
om misbruik of oneigenlijk gebruik te voorkomen. Dat wil zeggen bedrijven die steeds nieuwe
entiteiten voor hun S&O-personeel oprichten omdat het forfaitaire uurloon hoger ligt dan de
werkelijke uurlonen van het S&O-personeel. Dit alles afwegende stelt het kabinet voor om het forfaitaire uurloon per 1 januari 2027 te verhogen van € 29 naar € 33.
De voorgestelde wijziging heeft tot gevolg dat het forfaitaire uurloon beter aansluit bij de
werkelijke S&O-loonkosten. Dit komt de doeltreffendheid van de regeling ten goede.
4 Aanpassing begripsbepalingen motorrijtuigenbelasting
Met dit wetsvoorstel wordt voorgesteld om ook in de mrb volledig aan te sluiten bij de EU-voertuigclassificaties. Motorrijtuigen met voertuigclassificatie N1 worden aangemerkt als bestelauto en motorrijtuigen met classificatie N2 of N3 worden als vrachtauto beschouwd, ongeacht de administratieve TMM. Hiermee wordt de systematiek in de mrb in lijn gebracht met die van de vrachtwagenheffing. Hierbij wordt ook van de gelegenheid gebruikt om een verschrijving in de Wet vrachtwagenheffing te herstellen.
De maatregel is doeltreffend doordat de categorisering in de motorrijtuigenbelasting voortaan
aansluit bij de objectief vast te stellen voertuigclassificatie. Daardoor ontstaat een uniform,
transparant en controleerbaar stelsel. Door de mrb en de vrachtwagenheffing op elkaar af te
stemmen wordt tevens de systematiek tussen de verschillende heffingen vereenvoudigd. Dit komt
zowel de doelmatigheid van de uitvoering als de handhaafbaarheid ten goede.

