De Kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH-aanslag van de Belastingdienst heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van de saldomethode op pensioenuitkeringen uit onderdeel 2.4 van het besluit: Loonheffingen, inkomstenbelasting, internationale aspecten van pensioenen en stamrechten en de vraag wanneer een buitenlandse belasting naar aard en strekking overeenkomt met de loonbelasting of de inkomstenbelasting. Daarnaast verduidelijkt de kennisgroep op welke wijze de vrijstelling op basis van de saldomethode moet worden toegepast.
Wat speelt er?
Een inwoner van Nederland heeft in het verleden voor een in Nederland gevestigde werkgever gewerkt en deelgenomen aan de Nederlandse pensioenregeling van die werkgever. Tijdens zijn loopbaan was deze werknemer een periode van 5 jaar uitgezonden naar het buitenland. Gedurende deze uitzending is hij blijven deelnemen aan de Nederlandse pensioenregeling.
De werkgeversbijdragen aan de Nederlandse pensioenregeling waren tijdens de uitzending in het buitenland onderworpen aan een belasting over het inkomen. De werknemersbijdragen zijn in deze periode voor de berekening van de belasting in het buitenland niet in aftrek gekomen van het brutoloon.
In het buitenland was het inkomen van belastingplichtige onderworpen aan een vlak tarief dat aanzienlijk lager was dan het marginale tarief dat in Nederland op het inkomen van de werknemer van toepassing zou zijn geweest.
Vragen en antwoorden
- Wordt de in het buitenland verschuldigde belasting aangemerkt als een belasting die naar aard en strekking overeenkomt met de Nederlandse loon- of inkomstenbelasting in de zin van onderdeel 2.4 van het besluit: Loonheffingen, inkomstenbelasting internationale aspecten van pensioenen en stamrechten (hierna: het besluit), waardoor de in dat onderdeel genoemde saldomethode kan worden toegepast?
- Maakt het deel van de pensioenuitkering dat op basis van de saldomethode is vrijgesteld, deel uit van het verzamelinkomen?
- Ja, de buitenlandse belasting komt naar aard en strekking overeen met de Nederlandse loon- of inkomstenbelasting, waardoor de saldomethode toepassing kan vinden.
- Nee, het vrijgestelde deel van de pensioenuitkering maakt geen deel uit van het verzamelinkomen.
Toelichting
In deze situatie was het arbeidsinkomen in het buitenland onderworpen aan een belasting. Deze belasting werd geheven van de werknemer, over het inkomen dat de werknemer van zijn werkgever had ontvangen. Voor inwoners gold daarbij een vlak tarief, dat bij het inkomen van de werknemer aanzienlijk lager was dan het in Nederland toepasselijke tarief.
Deze belasting heeft voldoende kenmerken om te concluderen dat sprake is van een belasting die naar aard en strekking overeenkomt met de Nederlandse loonbelasting en inkomstenbelasting. Het is daarbij niet van belang dat het tarief aanzienlijk lager is dan het tarief dat op dergelijke inkomsten in Nederland verschuldigd zou zijn.
In het besluit is opgenomen dat onder een daadwerkelijke heffing ook wordt verstaan het achterwege zijn gebleven van premieaftrek bij de werknemer. Ook voor de premie betaald door de werknemer, waarvoor aftrek achterwege is gebleven, geldt echter dat de saldomethode alleen toepassing kan vinden wanneer daadwerkelijk belasting is geheven over het inkomen van de werknemer.
Vrijstelling
De goedkeuring in paragraaf 2.4 van het besluit is als volgt:
“Met toepassing van artikel 63 van de AWR keur ik goed dat in beide beschreven situaties via de zogenoemde saldomethode onder omstandigheden een deel van de pensioenuitkeringen buiten de heffing van loon- en inkomstenbelasting blijft.”
Hierin is expliciet omschreven dat het vrijgestelde deel buiten de heffing van loon- en inkomstenbelasting blijft. Dit houdt in dat het vrijgestelde geen deel uitmaakt van het verzamelinkomen van belastingplichtige voordat de vrijstelling wordt toegepast.
KG:041:2026:4 Besluit internationale aspecten van pensioenen, saldoregeling, buitenlandse heffing

