De werknemer is vanaf 10 juli 2018 in dienst bij de werkgever als chef-kok. Op 1 januari 2025 heeft de werknemer zich ziek gemeld. De werkgever heeft het loon over de maanden januari tot en met april 2025 niet volledig betaald. Daarom eist de werknemer nu onder meer betaling van het achterstallig loon, wettelijke verhoging en wettelijke rente. De kantonrechter wijst de vordering deels toe.
Salaris zowel via bank als contant
Uit de stukken en wat de werknemer op de zitting heeft verklaard blijkt dat de werkgever bovenop het salaris van € 5.312,38 bruto nog € 500 netto per maand betaalt aan de werknemer. In maart 2024 is volgens de werknemer afgesproken dat de werkgever € 300 van het afgesproken eerder bedrag van € 500 via de bank zou betalen en € 200 contant.
De werkgever heeft dit alles niet betwist door niet naar de zitting te komen en dus geen verweer te voeren. Hierbij komt nog dat de werkgever na het uitbrengen van de dagvaarding € 1.425 netto aan de werknemer heeft betaald. Dit is het volledige salaris over de maanden januari tot en met maart 2025 zoals gevorderd in de dagvaarding.
Volledig salaris april niet betaald
Over de maand april 2025 is weer niet het volledige salaris betaald van € 5.312,38 bruto en € 500 netto, maar een bedrag van € 3.000 netto. De werkgever is wel verplicht het volledige salaris te betalen en daarom wordt hij veroordeeld tot betaling van het achterstallig loon en tot betaling van het toekomstige loon, zolang de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd.
Wettelijke rente gematigd
De kantonrechter ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding om de wettelijke verhoging over het te laat betaalde loon te matigen tot 15%, aangezien uit de bij dagvaarding overgelegde stukken blijkt dat de werkgever financiële problemen heeft en het onzeker is of in een bodemprocedure een hoger bedrag aan wettelijke verhoging toewijsbaar is. Dit geldt ook voor het bedrag aan achterstallige loon dat na dagvaarding door de werkgever is betaald.
Beslissing
De kantonrechter veroordeelt de werkgever:
- om aan werknemer het salaris van € 5.312,38 bruto plus € 500 netto per maand vanaf 1 april 2025 te betalen, tot het moment dat rechtsgeldig een einde is gekomen aan het dienstverband, waarop in mindering strekt het door werkgever betaalde bedrag van € 3.000 netto;
- tot betaling van 15% wettelijke verhoging over het te laat betaalde loon en de wettelijke rente over het te laat betaalde loon en over de wettelijke verhoging.
Uitspraak Rechtbank Rotterdam, 2 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:7987

