De werknemer is vanaf 25 mei 2014 in dienst geweest bij de werkgever. De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst bij brief van 30 juli 2024 opgezegd tegen 30 september 2024. De werkgever vordert in deze procedure betaling van achterstallig c.q. ingehouden loon. De werkgever stelt op terechte gronden salaris te hebben verrekend bij de eindafrekening. Wat oordeelt de kantonrechter?
Ingehouden loon
Uit de loonstrook over de maand september 2024 blijkt dat de werkgever een bedrag van € 1.076,55 bruto heeft ingehouden c.q. verrekend. Als omschrijving staat op de loonstrook vermeld “Inh. Niet gewerkte zaterdaguren juni t/m sept: 42,5 uur”.
De werkgever heeft uitgelegd dat de werknemer vanaf 1 juni 2024 niet meer vanuit huis wilde werken. Het loon over de uren die zij normaal thuis werkte is daarom onverschuldigd betaald, aldus de werkgever.
Op zich mag een werkgever het loon verrekenen met hetgeen op het loon teveel is betaald. Dan moet de werkgever wel stellen en bewijzen dat er teveel loon is betaald. In dit geval is kennelijk het in de arbeidsovereenkomst afgesproken loon aan de werknemer betaald.
Niet zonder meer recht op terugvordering
De stelling van de werkgever wordt zo begrepen dat de werknemer zonder zijn instemming niet het overeengekomen aantal uren werkte. Dit betekent echter niet dat hierdoor zonder meer sprake is van een recht op terugvordering van al betaald salaris.
In dit geval is niet gebleken dat de werkgever de werknemer heeft gewaarschuwd voor een eventuele loonsanctie of dat hij op een andere manier heeft laten weten dat hij van mening was dat de werknemer tekortschoot in de nakoming van haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. Daar komt nog bij dat de werknemer betwist dat zij niet het aantal overeengekomen uren per week heeft gewerkt.
Ten onrechte verrekend
Bij deze stand van zaken is niet voldoende met feiten onderbouwd dat de werkgever een verrekenbare vordering op de werknemer had bij het einde van het dienstverband. De werkgever heeft ten onrechte verrekend met de eindafrekening. De werkgever moet daarom dit bedrag alsnog aan de werknemer betalen.
De wettelijke rente over dit bedrag is toewijsbaar. De gevorderde wettelijke verhoging wordt gematigd tot 10%, omdat deze vooral bedoeld is als een prikkel om het loon op tijd te betalen en niet zozeer als schadevergoeding.
Uitspraak Rechtbank Rotterdam, 2 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:7575

