Staatssecretaris Nobel van SZW informeert over het intrekken van de wet die de Wet kinderopvang wijzigt in verband met het niet indexeren van de maximum uurprijs over het berekeningsjaar 2026.
Het kabinet had in het Regeerprogramma afgesproken om de maximum uurprijzen in 2026 niet te indexeren, met oog op houdbaarheid van de overheidsfinanciën.
Op dit moment bestaat er geen wettelijke grondslag in de Wet kinderopvang (Wko) om in zijn geheel af te zien van indexatie van de maximum uurprijzen. Artikel 1.9, eerste lid, van de Wko verplicht tot een jaarlijkse indexatie. Het doel van de voorliggende wetswijziging was om niet-indexeren voor het jaar 2026 mogelijk te maken in de Wko.
Maximum uurprijzen indexeren
In de Voorjaarsnota heeft het kabinet ervoor gekozen om de maximum uurprijzen in 2026 conform de reguliere systematiek te indexeren. Door te indexeren blijft de kinderopvangtoeslag in de pas lopen met de kosten die ouders voor kinderopvang maken. Dat maakt het aantrekkelijker voor ouders om (meer) te werken.
De maximum uurprijzen in 2026 worden geïndexeerd aan de hand van een gemiddelde van de loon- en prijsontwikkeling in de economie. Het indexeringspercentage voor 2026 bedraagt 4,84%.
De maximum uurprijzen voor 2026 komen daarmee uit op:
- € 11,23 in de dagopvang;
- € 9,98 in de buitenschoolse opvang; en
- € 8,49 in de gastouderopvang.
De maximum uurprijzen worden vastgelegd in het Besluit kinderopvangtoeslag. Een ontwerp van het wijzigingsbesluit wordt in juni voorgehangen aan de Eerste en Tweede Kamer.
Aangezien het kabinet heeft besloten om de maximum uurprijzen in 2026 te indexeren, vervalt de noodzaak van het wetsvoorstel dat niet indexeren in 2026 mogelijk maakt. Daarom trekt de staatssecretaris het voorstel in.

