De werknemer is met ingang van 11 april 2023 bij de werkgever in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor maximaal 24 uur per week. De arbeidsovereenkomst gold voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden en zou op 10 september 2023 van rechtswege eindigen.
In artikel 1.3 van de arbeidsovereenkomst is het volgende bepaald:
“De werkgever heeft het recht de arbeidsovereenkomst tussentijds te beëindigen door opzegging, met inachtneming van de wettelijke bepalingen. Opzegging dient alleen schriftelijk te geschieden tegen de laatste dag van een kalendermaand. Op grond van artikel 7:677 lid 4 BW is werknemer bij een onregelmatige/tussentijdse opzegging zonder overeenstemming met werkgever gehouden een gefixeerde schadevergoeding aan de werkgever te voldoen. De hoogte van deze schadevergoeding is gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd.”
Schriftelijke verklaring
De werknemer heeft op 8 augustus 2023 een ‘Schriftelijke verklaring inzage getuigschrift (Slotverklaring BIG registratie)’ ondertekend waarin onder meer het volgende staat vermeld:
“Mw. [de werknemer] verklaart dat het getuigschrift (slotverklaring) inzake de BIG registratie process geen reden zal zijn tot het eenzijdig opzeggen van het arbeidsovereenkomst bij [de werkgever] B.V. en dat er na het behalen van het BIG registratie nummer geen werkzaamheden op ZZP basis of onder een dienstverband bij een andere werkgever plaats zal vinden.
(…)
Onder deze schriftelijke verklaring wordt door werkneemster [de werknemer] ingestemd dat zij haar werkzaamheden voor de duur van 9 maanden voort zal zetten (30-4-2024), tenzij anders overeengekomen en met wederzijdse goedvinden het arbeidsovereenkomst voortijdig wordt beëindigd.”
Aanbod tot verlenging arbeidsovereenkomst
Bij e-mail van 31 augustus 2023 heeft de werkgever de werknemer een aanbod gedaan tot verlenging van de arbeidsovereenkomst met de daarbij behorende arbeidsvoorwaarden. Vermeld wordt dat bij een positieve reactie van de werknemer het nieuwe contract definitief gemaakt en ondertekend zal kunnen worden.
De werknemer heeft bij e-mail van 1 september 2023 aangegeven dat zij nog over het voorstel moet nadenken. Zij heeft de werkgever vervolgens bij e-mail van 7 september 2023 meegedeeld dat zij de arbeidsovereenkomst wenst te beëindigen, dat haar contract eindigt op 11 september 2023 en dat zij het contract niet zal verlengen.
Aanspraak op gefixeerde schadevergoeding
De werkgever heeft de werknemer bij e-mail van dezelfde dag meegedeeld dat hij hier niet mee akkoord gaat. De werkgever heeft vervolgens bij brief van 12 oktober 2023 aanspraak gemaakt op een gefixeerde schadevergoeding van € 22.040,46 bruto en heeft aangekondigd dat hij dit bedrag zal verrekenen met onder andere de eindafrekening.
Is arbeidsovereenkomst verlengd?
Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil of – zoals door de werkgever is gesteld – de arbeidsovereenkomst door middel van de Schriftelijke verklaring van 8 augustus 2023 is verlengd. Als dat niet het geval is, is de arbeidsovereenkomst immers van rechtswege op 10 september 2023 geëindigd en bestaat geen recht op een gefixeerde schadevergoeding.
Wilsgebrek
De werknemer stelt zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst niet is verlengd. Zij stelt dat van haar kant sprake is geweest van een wilsgebrek omdat zij bij het tekenen van de Schriftelijke verklaring niet begreep dat de arbeidsovereenkomst zou worden verlengd.
De werknemer heeft in dit verband toegelicht dat zij in haar geboorteland Chili haar tandartsdiploma heeft gehaald. Zij heeft in oktober 2022 bij het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg een aanvraag ingediend voor erkenning van haar beroepskwalificatie als tandarts in Nederland. Hiervoor was onder meer nodig dat zij een aanpassingsstage zou volgen en dat de stageverlener na afloop een Slotverklaring zou afgeven. Zij is hiertoe bij de werkgever in dienst getreden.
Modelovereenkomst en arbeidsovereenkomst
De afspraken van dit dienstverband zijn vastgelegd in een op 11 april 2023 door de werkgever en de werknemer getekende Modelovereenkomst Aanpassingsstage Buitenlandse Gediplomeerden en de arbeidsovereenkomst. Nadat de werknemer de werkgever op 5 augustus 2023 om afgifte van de benodigde Slotverklaring had verzocht, heeft de praktijkmanager haar op 8 augustus 2023 de Slotverklaring en de Schriftelijke verklaring ter ondertekening voorgelegd.
‘Geen sprake van verlenging arbeidsovereenkomst’
Omdat de werknemer de Nederlandse taal niet goed beheerst, heeft zij de praktijkmanager gevraagd wat de laatste zin in de Schriftelijke verklaring precies betekende. Hij heeft toen gezegd dat geen sprake was van verlenging van de arbeidsovereenkomst en dat zij deze kon beëindigen wanneer zij dat wilde. Zij zou nog een voorstel ontvangen om na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst op 10 september 2023 bij de werkgever werkzaam te blijven.
De praktijkmanager heeft de werknemer geen bedenktijd gegeven en heeft erop aangedrongen dat zij de verklaring direct zou tekenen. De werknemer voelde zich hierdoor onder druk gezet en heeft dit toen gedaan.
Expliciet verlenging arbeidsovereenkomst afgesproken
De kantonrechter overweegt dat partijen in de Schriftelijke verklaring expliciet een verlenging van de arbeidsovereenkomst met negen maanden zijn overeengekomen.
De werknemer heeft ter ondersteuning van haar stelling dat zij de inhoud van de Schriftelijke verklaring niet goed begreep, gesteld dat zij de verklaring na het werk thuis met een Nederlandse kennis nog eens goed heeft gelezen en er toen pas achter is gekomen dat de laatste zin in de verklaring zou kunnen betekenen dat de arbeidsovereenkomst met negen maanden werd verlengd.
Werknemer wil geen getekende schriftelijke verklaring
De werknemer stelt dat zij de praktijkmanager dezelfde avond enkele WhatsAppberichten heeft gestuurd waarin zij heeft aangegeven dat zij de getekende Schriftelijke verklaring niet wilde.
De werknemer heeft ter onderbouwing van deze stelling twee WhatsAppberichten van 8 augustus 2023 in het geding gebracht. Hierin staat het volgende:
“ (…) Ik heb beter gelezen wat ik vandaag ondertekend heb en ik ben het er niet mee eens. want de waarheid is dat als ik een keer als ZZP wil werken ik de BIG heb en als ik die dag op een andere plek wil werken dat ik nu vrij heb. Hoe kan ik annuleren wat ik heb ondertekend?”
en
“Is het legaal om dit soort dingen te ondertekenen? Ik vind dit heel vreemd. Ik ben heel eerlijk tegen je geweest en ik begrijp niet wat het idee is dat ik dit soort dingen onderteken”
WhatsAppberichten gaan niet over verlenging arbeidsovereenkomst
Volgens de kantonrechter blijkt uit deze WhatsAppberichten echter niet duidelijk dat de werknemer geen verlenging van de arbeidsovereenkomst wenste. Deze WhatsAppberichten duiden veeleer (uitsluitend) op een bezwaar tegen de in de Schriftelijke verklaring omschreven beperkte mogelijkheid om elders (als zzp-er) te werken.
Arbeidsovereenkomst tot 30 april 2024 verlengd
De praktijkmanager heeft betwist dat hij voor de ondertekening van deze verklaring tegen de werknemer heeft gezegd dat met deze verklaring geen verlenging van de arbeidsovereenkomst tot stand zou komen. Dat hij dit wel heeft gezegd, is daarom niet komen vast te staan. De kantonrechter neemt daarom als vaststaand aan dat de arbeidsovereenkomst door middel van de Schriftelijke verklaring tot 30 april 2024 is verlengd.
Verlenging op basis van voorwaarden eerste arbeidsovereenkomst
De praktijkmanager heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij de werknemer voor het ondertekenen van de Schriftelijke verklaring heeft uitgelegd dat zij verder zouden gaan onder dezelfde arbeidsvoorwaarden. Omdat de werknemer niet heeft gesteld dat op de verlengde arbeidsovereenkomst andere voorwaarden van toepassing zouden zijn, gaat de kantonrechter er daarom van uit dat de arbeidsovereenkomst is verlengd op de voorwaarden van de eerste arbeidsovereenkomst.
Tussentijds opzegbeding
De werknemer stelt dat zij bevoegd was de arbeidsovereenkomst – in het geval die is verlengd – tussentijds op te zeggen. Zij verwijst hiervoor naar artikel 7 van de Modelovereenkomst, waarin het volgende is bepaald:
“Artikel 7 Wijziging en opzegging
Wijziging of tussentijdse opzegging van deze overeenkomst dient door de desbetreffende partij schriftelijk en uiterlijk vijf werkdagen voor de datum van wijziging of opzegging aan de andere partijen te worden medegedeeld.”
Dit geldt volgens de werknemer als een tussentijds opzegbeding zoals bedoeld in artikel 1.3 van de arbeidsovereenkomst.
De werkgever betwist de stelling van de werknemer dat sprake is geweest van een aanpassingsstage en stelt dat de Modelovereenkomst hem niet bekend is. De werkgever stelt verder dat artikel 1.3 van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:667 lid 3 BW nietig is, omdat niet beide partijen maar alleen de werkgever de overeenkomst mocht opzeggen. Hieruit trekt de werkgever de conclusie dat geen sprake is van een mogelijkheid tot tussentijdse opzegging van de arbeidsovereenkomst.
Ook bepalingen Modelovereenkomst betrekken
De kantonrechter is, anders dan de werkgever, van oordeel dat bij de uitleg van de arbeidsovereenkomst ook de bepalingen van de Modelovereenkomst moeten worden betrokken. De Modelovereenkomst is ondertekend door de praktijkeigenaar en is bovendien voorzien van een stempel van de werkgever.
Het had gelet hierop op de weg van de werkgever gelegen om de stelling dat hij deze overeenkomst niet met de werknemer is aangegaan, nader te onderbouwen. Nu de werkgever dit niet heeft gedaan, gaat de kantonrechter ervan uit dat partijen deze overeenkomst op 11 april 2023 met elkaar hebben gesloten.
Tussentijds opzeggen: schriftelijk en uiterlijk 5 werkdagen voor opzegdatum
Artikel 7 van de Modelovereenkomst biedt een mogelijkheid tot tussentijdse opzegging van de Modelovereenkomst. Daarbij is bepaald dat de tussentijdse opzegging van deze overeenkomst door de desbetreffende partij schriftelijk en uiterlijk vijf werkdagen voor de datum van opzegging aan de andere partijen dient te worden medegedeeld. Gelet op de verwevenheid tussen de arbeidsovereenkomst en de Modelovereenkomst moet de arbeidsovereenkomst naar het oordeel van de kantonrechter redelijkerwijs zo worden uitgelegd, dat dit tussentijdse opzegbeding ook voor de arbeidsovereenkomst geldt.
Opzegging arbeidsovereenkomst en gevolgen
De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst bij brief van 7 september 2023 opgezegd tegen 11 september 2023. Zij heeft daarbij een opzegtermijn van één werkdag in plaats van vijf werkdagen gehanteerd. Dit betekent dat de werknemer aan de werkgever een gefixeerde schadevergoeding gelijk aan haar loon over vier werkdagen verschuldigd is.
De werkgever heeft verklaart dat hij de gefixeerde schadevergoeding waarop hij recht stelt te hebben wenst te verrekenen met het salaris van de werknemer over september 2023. Het gaat daarbij om het salaris over vier werkdagen. De werkgever heeft niet betwist dat de werknemer in september 2023 vier dagen heeft gewerkt, dat het daarmee corresponderende salaris € 461,54 bruto bedraagt en dat de werkgever dit bedrag aan de werknemer verschuldigd is.
Verzoek om gefixeerde schadevergoeding afgewezen
Nu de werknemer aan de werkgever een gefixeerde schadevergoeding gelijk aan het loon over vier werkdagen verschuldigd is en de werkgever aan de werknemer het loon over vier gewerkte dagen in september 2023 moet betalen, gaan beide vorderingen als gevolg van de verrekening teniet.
Dit betekent dat het verzoek van de werkgever tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen. Hetzelfde geldt voor het verzoek tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten.
Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland, 17 januari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:104

