
De werkneemster stelt dat de vergoedingen voor ziektekosten en loonderving niet zozeer hun grond vinden in de dienstbetrekking dat zij als daaruit genoten moeten worden aangemerkt. De Inspecteur van de Belastingdienst vindt daarentegen dat er voldoende causaal verband bestaat tussen de vergoedingen en de dienstbetrekking. Het Hof oordeelt dat de vergoeding voor loonderving loon is maar de ziektekostenvergoeding is geen loon.
Vaststellingsovereenkomst gesloten
Ter beëindiging van het dienstverband van de werkneemster bij de gemeente (de werkgever) hebben de vrouw en het college op 8 november 2019 een vaststellingsovereenkomst (vso) gesloten.
In de vaststellingsovereenkomst is onder meer afgesproken dat de werkneemster een vergoeding krijgt voor ziektekosten en een vergoeding voor loonderving als gevolg van arbeidongeschiktheid in en door de dienst.
Loonheffing ingehouden
Van de werkneemster is over de maand december 2019 door de gemeente een bedrag van € 11.288,47 loonbelasting/premie volksverzekeringen (loonheffing) ingehouden op aan de werkneemster uitbetaalde vergoedingen.
Na tegen de inhouding gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur van de Belastingdienst bij uitspraak op bezwaar het bezwaar afgewezen.
De werkneemster is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
De werkneemster heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft verweer gevoerd.
Werkneemster: vergoedingen ter compensatie van PTSS
De werkneemster stelt zich op het standpunt dat deze vergoedingen niet zozeer hun grond vinden in de dienstbetrekking dat zij als daaruit genoten moeten worden aangemerkt, omdat deze zijn uitbetaald ter compensatie van psychisch leed (constatering van PTSS) dat zij heeft opgelopen ten gevolge van gedragingen van collega’s en van een verlies aan arbeidskracht.
Smartengeld
Het feit dat ook een bedrag als smartengeld is vergoed, bevestigt dat sprake is van letselschade of onrechtmatige aantastingen van eer en goede naam, waarvoor de gemeente aansprakelijk is.
Schade als gevolg van onrechtmatige daad gemeente
Dat in de vaststellingsovereenkomst (vso) een afspraak is gemaakt over de beëindiging van het dienstverband laat volgens de werkneemster onverlet dat een aantal vergoedingen, in dit geval de vergoedingen voor ziektekosten en loonderving, verband kunnen houden met de schade die zij lijdt of heeft geleden als gevolg van een onrechtmatige daad van de gemeente. Dit verklaart ook de vergoeding die ziet op het verlies aan arbeidskracht c.q. loonderving.
Verlies aan arbeidskracht
Er is sprake van verlies aan arbeidskracht nu de werkneemster een WIA-uitkering ontvangt omdat zij niet is staat is om werkzaamheden te verrichten en dus om een salaris te verdienen.
Ziek als gevolg van bejegening tijdens dienstverband
De vergoeding voor ziektekosten ziet op de omstandigheid dat zij ziek is geworden als gevolg van de wijze waarop zij tijdens het dienstverband is bejegend, waarvoor de werkgever aansprakelijk is, zodat de ziektekosten als schade kunnen worden aangemerkt. De vergoeding daarvoor vloeit dus niet zozeer voort uit de dienstbetrekking.
Inspecteur: voldoende causaal verband
De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat voldoende causaal verband bestaat tussen de vergoedingen en de dienstbetrekking. De vergoedingen zijn door de werkneemster ontvangen op grond van de vso die is overeengekomen ter beëindiging van de dienstbetrekking.
Alleen een werknemer kan worden ontslagen en niet een willekeurige derde. De Inspecteur stelt dat de werkneemster niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vergoedingen zijn ontvangen als gevolg van letselschade te gevolge van een ongeval en ook niet dat deze zijn verstrekt in verband met eventuele aantasting van haar eer en goede naam.
Ziektekostenvergoeding is loon
Met betrekking tot de vergoeding van ziektekosten stelt de Inspecteur verder dat de werkneemster door deze vergoeding particuliere uitgaven bespaart en daarmee moet worden gekwalificeerd als loon.
Vergoeding wegens loonderving is ook loon
Met betrekking tot de vergoeding voor loonderving merkt de Inspecteur op dat de werkneemster in haar beroepschrift zelf heeft geschreven dat sprake is van een eenmalige vergoeding in verband met de door haar gestelde loonderving als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Uitkeringen die ertoe strekken het door de werkneemster als gevolg van de arbeidsongeschiktheid verloren inkomen te vervangen, behoren tot het loon.
Oordeel Hof over vergoeding ziektekosten en loonderving
Het Hof stelt vast dat het onderhavige geschil zich beperkt tot uitsluitend de in het kader van de beëindiging van de dienstbetrekking – zoals vastgelegd in de vso – genoten vergoedingen voor ziektekosten (totaal brutobedrag: € 6.100,51) en loonderving (brutobedrag: € 20.000). Voor het overige zijn de in de vso genoemde vergoedingen in deze procedure niet aan de orde.
Wat is loon?
Ingevolge artikel 10, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) is loon al hetgeen uit een dienstbetrekking of een vroegere dienstbetrekking wordt genoten, daaronder mede begrepen hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het kader van de dienstbetrekking.
Vergoedingen vloeien voort uit dienstbetrekking
De onderhavige vergoedingen vloeien rechtstreeks voort uit de (vroegere) dienstbetrekking tussen de gemeente en de werkneemster en vormen daarmee loon in de zin van artikel 10, eerste lid, van de Wet LB 1964, tenzij aannemelijk is dat deze vergoedingen niet zozeer hun grond vinden in de dienstbetrekking dat deze als daaruit genoten moeten worden aangemerkt.
Een redelijke verdeling van de bewijslast brengt mee dat de werkneemster, die stelt dat sprake is van voormelde uitzondering, tegenover de gemotiveerde betwisting door de Inspecteur, dit aannemelijk maakt.
Vaststellingsovereenkomst ter beëindiging dienstbetrekking
Het Hof is van oordeel dat de tussen het college en de werkneemster gesloten vso is aan te merken als een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Ingevolge artikel 7:900 BW is een vaststellingsovereenkomst een overeenkomst die is gericht op beëindiging of voorkoming van een onzekerheid of een geschil.
Uit de vso leidt het Hof af dat het college en de werkneemster deze hebben afgesloten ter beëindiging van de dienstbetrekking en het geschil over de aansprakelijkheid, en ter vastlegging van de wijze waarop deze beëindiging moet plaatsvinden, waaronder de finale financiële afwikkeling.
Vergoeding voor loonderving: loon
Met betrekking tot de genoten vergoeding voor loonderving overweegt het Hof als volgt. In de vso (punt 8) is bepaald dat een eenmalige vergoeding ten bedrage van € 20.000 bruto betaalbaar wordt gesteld door het college in verband met de door de werkneemster gestelde loonderving als gevolg van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst.
Vergoeding wegens arbeidsongeschiktheid
Naar het Hof begrijpt, stelt de werkneemster dat deze vergoeding ziet op het verlies aan arbeidskracht. In de considerans van de vso is vermeld dat de werkneemster heeft gesteld dat zij arbeidsongeschikt is geworden in en door de dienst en dat zij om die reden schadevergoedingen heeft gevorderd als ook dat zij zich om die reden niet kan vinden in de kortingen die er tijdens haar arbeidsongeschiktheid door de gemeente op haar inkomen zijn toegepast.
Compensatie gederfd loon tijdens dienstbetrekking
In dit licht bezien, had de werkneemster gelet op de expliciete bewoordingen “loonderving” redelijkerwijs moeten begrijpen dat daarmee is beoogd het tijdens de dienstbetrekking als gevolg van de arbeidsongeschiktheid gederfde loon te compenseren.
Bruto betaalbaar = belastbaar loon
Een bevestiging daarvan kan daarnaast worden gevonden in het feit dat in de vso de onderhavige vergoeding als bruto betaalbaar is opgenomen, waaruit kan worden afgeleid dat deze door partijen kennelijk als belastbaar loon werd beschouwd. Dat daarmee beoogd is (ook) een vergoeding te vertrekken voor het verlies aan arbeidskracht maakt de werkneemster, met hetgeen zij daartoe heeft aangedragen, niet aannemelijk.
Ook nog afzonderlijke vergoeding voor smartengeld
Het bestaan van een verband tussen de werksituatie en haar arbeidsongeschiktheid, betekent, anders dan de werkneemster meent, overigens nog niet dat de onderhavige vergoeding beoogt compensatie te bieden voor verlies aan arbeidskracht. Voor zover de werkneemster stelt dat deze uitkering ook strekt tot vergoeding van de immateriële schade en tot betering van eer en goede naam, maakt zij dit evenmin aannemelijk. Het Hof merkt daarbij op dat de werkneemster daarnaast nog een afzonderlijke vergoeding voor smartengeld heeft ontvangen.
Vergoeding vindt grond in dienstbetrekking
Gelet op het voorgaande heeft de werkneemster niet aannemelijk gemaakt dat het door haar genoten bedrag van € 20.000 een ander doel diende dan het als gevolg van haar arbeidsongeschiktheid niet genoten loon te compenseren. Deze vergoeding vindt, als vervanging van door haar gederfd loon, zozeer haar grond in de dienstbetrekking dat zij als daaruit genoten moet worden aangemerkt.
Vergoeding voor extra ziektekosten = geen loon
Met betrekking tot de genoten vergoeding voor ziektekosten overweegt het Hof als volgt. Naar het Hof begrijpt ziet deze vergoeding, voor een bedrag van in totaal € 3.462,04 (de in de vso genoemde nettobedragen), op de door de werkneemster gemaakte extra ziektekosten die de werkneemster in de jaren 2013 tot en met 2018 heeft moeten maken als gevolg van haar ziekte.
Ziekmakende gang van zaken
In de concept-excuusbrief erkent het college dat de werkneemster beschadigd is door de manier waarop de werkneemster door hem is bejegend en dat dit alles een grote impact heeft gehad op haar gezondheid. Mede gelet hierop, alsmede gelet op hetgeen overigens in de excuusbrief staat en uit de stukken van het geding volgt, acht het Hof aannemelijk dat deze vergoeding ertoe strekt de ziektekosten te compenseren die de werkneemster als gevolg van de (kennelijk) ziekmakende gang van zaken daadwerkelijk heeft moeten maken.
Vergoeding niet als loon aan te merken
Volgens het Hof is daarmee sprake van een vergoeding van € 3.462,04 die niet zozeer haar grond vindt in de dienstbetrekking dat deze als daaruit genoten moet worden aangemerkt. Tot dit bedrag kan de vergoeding daarom niet als loon worden aangemerkt.
De stelling van de Inspecteur dat door deze vergoeding particuliere uitgaven worden bespaard, doet aan het voorgaande niet af. Niet aannemelijk is geworden dat de werkneemster meer ziektekosten heeft gemaakt, zodat de vergoeding voor het meerdere, zijnde het door de brutering van de netto-uitkering bruto meer genoten uitkering ad € 2.638,47 (= € 6.100,51 -/- € 3.462,04) wel tot het loon moet worden gerekend.
Teruggaaf aan loonheffing
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat aan de werkneemster een teruggaaf aan loonheffing moet worden verleend van afgerond € 1.498 (= € 3.462,04 x 43,25%). Hetgeen de werkneemster overigens heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.
Uitspraak Hof Arnhem-Leeuwarden, 11 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:5909

