
De werkgever vond dat de werknemer op het moment dat de bonussen werden betaald ook nog in dienst moest zijn, maar daar gaat de kantonrechter niet in mee. In het personeelshandboek stond wel dat bonussen over het voorgaande jaar in juni worden uitbetaald en dat een werknemer dan nog in dienst moet zijn om recht op die bonus te hebben. Maar in de arbeidsovereenkomst met deze werknemer waren andere afspraken gemaakt en die gaan voor.
Variabele beloning
Tussen partijen staat vast dat bij de werkgever twee typen bonussen bestaan, namelijk een variabele beloning en een winstuitkering. De winstuitkering wordt uitgekeerd aan werknemers die in aanmerking komen voor een collectieve winstdeling. Partijen zijn het er over eens dat de werknemer niet in aanmerking kwam voor een collectieve winstdeling, maar alleen voor een variabele beloning.
Volgens de werkgever zijn de uitkeringsregels uit het handboek ook van toepassing op de variabele beloning. De kantonrechter volgt dat niet. De kantonrechter is met de werknemer van oordeel dat hij op het moment van uitbetalen van de variabele beloning niet in dienst bij de werkgever hoefde te zijn om recht te hebben op een variabele beloning.
Wat staat er in de arbeidsovereenkomst?
De werknemer heeft er namelijk terecht op gewezen dat artikel 7 van de arbeidsovereenkomst niet alleen de voorwaarden voor toekenning en berekening van de variabele beloning beschrijft, maar ook dat de variabele beloning bij einde dienstverband pro rata wordt berekend. In afwijking daarvan staat in het handboek dat een medewerker alleen recht op een winstuitkering heeft, als hij het jaar daarna op de uitkeringsdatum nog een dienstverband met de werkgever heeft. Ofwel, het recht op variabele beloning kan volgens de werknemer arbeidsovereenkomst ook bestaan over het jaar van de uitdiensttreding zelf, terwijl volgens het handboek geen recht op een winstuitkering in het jaar van uitdiensttreding zelf bestaat, maar alleen over het jaar ervoor.
Arbeidsovereenkomst leidend, niet handboek
Artikel 7 van de arbeidsovereenkomst wijkt dus duidelijk af van het handboek. Op grond van artikel 18 van de arbeidsovereenkomst geldt dan de arbeidsovereenkomst en niet het handboek. De werknemer mocht uit artikel 7 van de arbeidsovereenkomst dus begrijpen dat hij de variabele beloning zou krijgen, voor zover hij die gedurende zijn dienstverband had opgebouwd en dat hij deze pro rata opgebouwde beloning ook zou ontvangen als hij op het moment van uitbetalen niet meer in dienst van de werkgever zou zijn. Nog los hiervan is het onduidelijk of het handboek eigenlijk wel ziet op het type bonus van variabele beloning. De term variabele beloning wordt daar namelijk niet gebruikt. Alleen de termen winstdeling, winstuitkering en bonus worden daar gebruikt.
Geen addendum op arbeidsovereenkomst
Het feit dat een andere medewerker van de werkgever met recht op een variabele beloning deze beloning niet heeft gehad, omdat hij op het moment van uitbetaling niet in dienst van de werkgever was, kan de werkgever de werknemer niet tegenwerpen. Want tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat deze werknemer een addendum op zijn overeenkomst had waarin stond dat hij op het moment van uitbetalen in dienst van de werkgever moest zijn. De werknemer heeft een dergelijk addendum op zijn arbeidsovereenkomst niet.
In dienst zijn is geen voorwaarde
De stelling van de werkgever dat het binnen de organisatie beleid was dat een werknemer in dienst moest zijn voor uitbetaling van een bonus en de werknemer gelet op zijn positie binnen het bedrijf daarvan op de hoogte was, heeft de werknemer betwist. De werkgever heeft de stelling niet met stukken onderbouwd en zelfs als dit beleid bij de werkgever zou bestaan, heeft de werkgever bij de werknemer met artikel 7 van de arbeidsovereenkomst het vertrouwen gewekt dat dit beleid op hem niet van toepassing was.
Bonus en wettelijke rente
De werknemer heeft recht op uitbetaling van de variabele beloning ter hoogte van € 19.387, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2022. Deze datum is namelijk het moment waarop de variabele beloning volgens de laatste zin van artikel 7 uit de arbeidsovereenkomst uiterlijk had moeten worden betaald. De kantonrechter matigt de wettelijke verhoging tot nihil, omdat de variabele beloning een eenmalig bedrag betreft en geen salaris waarvan hij moet leven. Bovendien is de ex-werknemer gecompenseerd voor te late betaling van het bedrag met de toegewezen wettelijke rente.
Uitspraak Rechtbank Amsterdam, 23 maart 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1509

