
De Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden is op 1 augustus 2022 in werking getreden. Een wijziging betreft dat de arbeidsovereenkomsten met een geheel of grotendeels onvoorspelbaar werkpatroon aan extra regels zijn gebonden, waaronder het werken met referentiedagen en -uren.
Wat is er gewijzigd?
Wanneer het werkpatroon van de werknemer geheel of grotendeels onvoorspelbaar is, moeten referentiedagen en- uren worden vastgelegd en geldt een minimale oproeptermijn.
Wat is een werkpatroon?
Werkpatroon is een in Nederlandse wetgeving onbekend begrip. Bij de implementatie is gekozen voor het begrip: de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht.
Wanneer (grotendeels) onvoorspelbare tijdstippen?
Het betreft een grotendeels onvoorspelbaar werkpatroon als de meeste arbeidstijd niet vooraf bekend is. Bij onvoorspelbare tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht, worden deze tijdstippen in overwegende mate direct of indirect door de werkgever bepaald.
Directe bepaling is bijvoorbeeld als de werkgever opdrachten toedeelt. Indirecte bepaling is bijvoorbeeld als de werkgever verlangt dat de werknemer antwoord op verzoeken van cliënten.
Een wisselend rooster of wisselende diensten doet geen afbreuk aan het grotendeels voorspelbare karakter van het werkpatroon. Mogelijk is ook een uitzondering een systeem van zelfroostering waarbij de werknemer volledige vrijheid heeft om zichzelf in te roosteren. Er moet dan wel sprake zijn van geen enkele directe of indirecte invloed van de werkgever.
Hoe bepaal je dit in de praktijk?
Bij aanvang van de arbeidsovereenkomst moet de werknemer te worden geïnformeerd of sprake is van een (grotendeels) onvoorspelbaar werkpatroon. Het ligt dus voor de hand bij aanvang te kijken of sprake is van een onvoorspelbaar werkpatroon. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een werknemer met een jaarcontract, waarbij voor meer dan de helft van de tijd niet duidelijk is wanneer moet worden gewerkt.
Verschil met oproepovereenkomst?
Van een oproepovereenkomst is sprake als de omvang van de arbeid niet is vastgelegd als een aantal uren van ten hoogste een maand of jaar, of sprake is van loonuitsluiting. De bestaande bescherming voor oproepovereenkomsten blijft.
Oproepovereenkomst zullen een geheel of grotendeels onvoorspelbaar werkpatroon hebben, zodat ook deze nieuwe regels van toepassing zijn.
Als er geen oproepovereenkomst is, kan wel sprake zijn van een geheel of grotendeels onvoorspelbaar werkpatroon. Bijvoorbeeld bij overeenkomsten waarbij wel sprake is van een vaste arbeidsduur en loon, maar waarbij vooraf niet is vastgesteld op welke momenten de werknemer moet werken, zoals een jaarurennorm.
Gevolgen (grotendeels) onvoorspelbaar werkpatroon?
Bij een (grotendeels) onvoorspelbaar werkpatroon moet de werkgever bij aanvang van de arbeidsovereenkomst referentiedagen en -uren verstrekken aan de werknemer (zie verderop in deze tekst, onder informatieverplichting).
Dit zijn de dagen en uren waarop de werknemer kan worden verplicht om arbeid te verrichten. De werkgever dient bij elke oproep rekening te houden met de overeengekomen referentiedagen en -uren. Daarbuiten is de werknemer niet verplicht aan de oproep gehoor te geven.
Oproeptermijn van vier dagen
Bij een oproepovereenkomst geldt al de bepaling dat de werkgever ten minste vier dagen van tevoren bekendmaakt op welke tijdstippen de werknemer arbeid moet verrichten.
Deze bepalingen gelden nu ook voor overeenkomsten met een (grotendeels) onvoorspelbaar werkpatroon. Roept de werkgever de werknemer te laat op (ook al is dat binnen de referentiedagen en –uren), dan is de werknemer niet verplicht aan de oproep gehoor te geven. Trekt de werkgever binnen de vier dagen de oproep in, of wijzigt hij de tijdstippen, dan heeft de werknemer recht op loonbetaling conform de (oorspronkelijke) oproep.
De oproeptermijn van vier dagen kan bij cao zijn verkort. Bij cao kunnen ook functies zijn aangewezen waarop de bepalingen over de oproeptermijn en loondoorbetaling niet van toepassing zijn. Dit is alleen mogelijk voor in de cao aangewezen functies die als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden gedurende een periode van ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend en niet aansluitend door dezelfde werknemer kunnen worden uitgeoefend gedurende een periode van meer dan negen maanden per jaar.
Bron: AWVN.nl

