In 2024 en de eerste helft van 2025 daalde het aantal flexwerknemers elk kwartaal ten opzichte van een jaar eerder. Er is een stijging van het aantal werknemers met een vast dienstverband, maar een afname van het aantal zelfstandigen.
Meer werknemers met flexibele arbeidsrelatie
In het eerste kwartaal van 2026 waren er voor het derde kwartaal op rij meer werknemers met een flexibele arbeidsrelatie dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Er zijn vooral meer oproep- of invalkrachten en werknemers met een tijdelijk dienstverband zonder uitzicht op een vast dienstverband. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
In het eerste kwartaal hadden 2,7 miljoen werknemers van 15 tot 75 jaar een flexibele arbeidsrelatie. Dat zijn er 63 duizend meer dan een jaar eerder. Ook hadden meer werknemers een vaste arbeidsrelatie (60 duizend), al is deze toename kleiner dan in eerdere kwartalen.
Bijna 1,5 miljoen mensen werkten als zelfstandige, 88.000 minder dan een jaar eerder. De daling was het sterkst onder zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Het aantal zelfstandigen daalde voor het vijfde kwartaal op een rij.
In totaal hadden ruim 9,8 miljoen mensen betaald werk, 35 duizend meer dan een jaar eerder. In de afgelopen twee jaar is de stijging van het aantal werkenden afgevlakt en in mei daalde dit aantal.
Oproepkracht of invalkracht
In het eerste kwartaal waren er meer werknemers met een flexibele arbeidsrelatie dan een jaar eerder. Dit komt vooral doordat er meer werknemers werken als oproep- of invalkracht werken, of in een tijdelijke arbeidsrelatie zonder uitzicht op een vast dienstverband. Daar staat tegenover dat het aantal uitzendkrachten en werknemers met een tijdelijke arbeidsrelatie met uitzicht op een vast dienstverband afnam.

Kwart oproep- of invalkrachten 25 jaar of ouder
In het eerste kwartaal van 2026 werkten ruim een miljoen werknemers als oproep- of invalkracht. Ruim een kwart van hen is 25 jaar of ouder. Van hen zijn 130.000 werknemers tussen de 25 en 45 jaar en 145 duizend tussen de 45 en 75 jaar.
De meeste oproep- of invalkrachten zijn jonger dan 25 jaar. Vergeleken met een jaar eerder nam het aantal oproep- of invalkrachten toe in alle leeftijdsgroepen, maar steeg het sterkst onder 25-plussers.
Wet meer zekerheid flexwerkers
Bij de Eerste Kamer ligt nu het wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers. De plenaire behandeling vindt – onder voorbehoud – plaats op 6 of 7 juli 2026.
In het wetsvoorstel staat dat nulurencontracten voor de meeste oproepkrachten per 1 januari 2028 gaan verdwijnen. Oproepkrachten moeten dan een bandbreedtecontract krijgen. Hierin wordt een minimum- en een maximumaantal uren afgesproken. Alleen jongeren, studenten en AOW-gerechtigden mogen dan nog op basis van nulurencontracten werken.
Lees en leer meer over flexibel inzetten van arbeid in de e-learning Flexibele arbeidsrelaties van Salaris Vanmorgen.


