Bij de behandeling van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) in de Eerste Kamer zijn een aantal toezeggingen gedaan. Het wetsvoorstel toezeggingen pensioenonderwerpen geeft uitvoering aan deze toezeggingen.
Er is toegezegd de vrijwillige voortzetting van het wezenpensioen mogelijk te maken en het kindbegrip te uniformeren. Deze twee zaken worden met dit wetsvoorstel geregeld. Daarnaast bevat het wetsvoorstel een verruiming van het overgangsrecht voor premievrije voortzetting van het pensioen bij arbeidsongeschiktheid, voor gesloten pensioenfondsen en verzekeraars. Deze verruiming verbetert de uitvoering. Het wetsvoorstel bevat ook een aantal technische aanpassingen en verduidelijkingen.
Deze voorstellen beogen bij te dragen aan het initiële doel van de stelselherziening die ten grondslag lag aan de Wtp en aan een soepele transitie naar het nieuwe stelsel. Dit wetsvoorstel versterkt deze stelselherziening.
Voortzetting pensioen bij arbeidsongeschiktheid
Met de voorgestelde aanpassing wordt mogelijk gemaakt dat alle gesloten fondsen de mogelijkheid hebben om de premievrije opbouw van pensioenaanspraken op grond van een uitkeringsovereenkomst voort te zetten, ongeacht of de onderneming van de werkgever nog bestaat. Voor een algemeen pensioenfonds geldt dat deze voorwaarde wordt toegepast per collectiviteitskring. Ook wordt de voorwaarde dat het pensioenfonds is gesloten voor 1 juli 2023 aangepast naar uiterlijk voor het einde van de transitietermijn.
Als aanvullende voorwaarde is opgenomen dat het pensioenfonds geen collectieve waardeoverdracht doet.
Voor deze gesloten pensioenfondsen wordt ook geregeld dat als op een later moment (na de transitieperiode) wordt gekozen voor een collectieve waardeoverdracht naar een andere pensioenuitvoerder, waarbij het pensioenfonds al dan niet liquideert, de pensioenregeling voor de deelnemers met premievrije pensioenopbouw ongewijzigd kan blijven.
In lijn met de voorgestelde aanpassingen in de Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling zoals hiervoor is toegelicht wordt ook voorgesteld het overgangsrecht in de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) overeenkomstig aan te passen.
Arbeidsongeschiktheid bij verzekeraars
Met de voorgestelde wijziging van artikel 220ha, tweede lid, onderdeel b, van de Pensioenwet wordt het overgangsrecht verruimd zodat ook deelnemers die in dienst zijn bij de werkgever en op het moment van overgang naar het nieuwe stelsel ziek zijn en op een later moment ook arbeidsongeschikt worden verklaard, hieronder kunnen vallen. Deze voorgestelde verruiming ziet vooral op een zieke deelnemer en een collectieve beëindiging bij een verzekeraar waarbij de werkgever de gewijzigde pensioenregeling onder het nieuwe stelsel onderbrengt bij een andere verzekeraar.

