Alle pensioenregelingen moeten per 1 januari 2028 voldoen aan de nieuwe Wet toekomst pensioenen. Een wijziging van de arbeidsvoorwaarde pensioen is een complex proces dat gemiddeld 6 tot 18 maanden duurt, afhankelijk van de aard van de wijziging en de betrokkenheid van medezeggenschap of vakbonden.
Is de werkgever niet aangesloten bij een pensioenregeling via een cao of verplichte regeling bij een pensioenfonds, dan is hij zelf aan zet. Brancheorganisaties hebben hierover een urgentiebrief geschreven.
Waarom nu?
Een pensioenregeling die niet voldoet aan de nieuwe wetgeving, voldoet na 1 januari 2028 niet meer aan de fiscale regels. De pensioenuitvoerder kan dan niet meer de pensioenregeling uitvoeren. Dit brengt grote aansprakelijkheidsrisico’s met zich mee.
Waar begin je?
Pensioen is een ingewikkeld financieel product dat op de arbeidsvoorwaardetafel besproken moet worden. Vaak is een adviseur nodig, maar de je kunt zelf al stappen ondernemen.
Heeft de werkgever een pensioenregeling bij een pensioenfonds, dan moet de arbeidsvoorwaardelijke fase al zijn afgerond.
Heeft de werkgever een regeling bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling, dan moet hij een transitieplan opstellen en dit uiterlijk op 1 oktober 2027 bij de pensioenuitvoerder hebben aangeleverd. Dit plan moet intern zijn afgerond en afgestemd met de OR of personeelsvertegenwoordiger. Betrek werknemers in een vroeg stadium bij de nieuwe regels en de gevolgen voor hun arbeidsvoorwaarden.
Te maken keuzes
Had de werkgever al een pensioenregeling vóór 1 juli 2023 met een oplopende premie naarmate werknemers ouder werden? Dan kun je deze regeling voortzetten (eerbiedigende werking voor progressieve premies).
Voor nieuwe werknemers mag je alleen een vlakke premie hanteren; iedereen hetzelfde bedrag ongeacht leeftijd.
Voordeel van voortzetten is dat je geen compensatiemaatregelen hoeft te treffen. Nadeel is dat je twee verschillende regelingen krijgt: één voor bestaande werknemers en één voor nieuwe werknemers.
Daarnaast moet de werkgever aspecten zoals nabestaandenpensioen aanpassen. In de nieuwe regeling geldt nabestaandenpensioen alleen op risicobasis en is het niet meer afhankelijk van de diensttijd, maar een vast percentage van het pensioengevend salaris. Bij uitdiensttreding vervalt het nabestaandenpensioen.
Bij het nabestaandenpensioen geldt dat de werkgever moet kijken naar de toezegging die hij heeft gedaan aan de werknemers. Op welke wijze de werkgever dit in de nieuwe pensioenregeling kunt onderbrengen, is een belangrijke overweging. Al deze vraagstukken moeten vóór 1 oktober 2027 zijn afgerond en in het transitieplan zijn opgenomen.
Transitieplan en gesprek
Kiest de werkgever niet voor eerbiedigende werking, dan is een transitieplan verplicht. Dit document bevat de belangrijkste keuzes, overwegingen en berekeningen rondom de wijziging van de pensioenregeling. Voorbeelden zijn te vinden op de website van het Verbond van Verzekeraars. Ga direct in gesprek met de pensioenadviseur en pensioenuitvoerder.
Niet op tijd? Groot risico!
Uiterlijk in 2027 moet de pensioenregeling zijn aangepast. Doet de werkgever dit niet, dan kan hij vanaf 1 januari 2028 de pensioentoezegging niet meer nakomen. Werknemers lopen risico’s op het gebied van hun pensioen, nabestaandenpensioen en pensioengevolgen bij ziekte of arbeidsongeschiktheid. De werkgever loopt het grote risico aansprakelijk te worden gesteld. Na 1 januari 2028 kunnen pensioenuitvoerders oude regelingen niet meer uitvoeren.
Dit artikel komt uit de Kennisbank voor salarisprofessionals van 2Xplain. Probeer het vrijblijvend uit met een gratis maandabonnement. Ga naar: 2xplain.nl/kennisbank-proefabonnement


