Het wetsvoorstel Wet toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen kent drie inhoudelijke onderwerpen die tijdens de behandeling van de Wtp zijn toegezegd aan de Eerste Kamer. Deze wijzigingen hebben geen invloed op de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het betreft:
- uniformeren van het kindbegrip;
- vrijwillige voortzetting van het wezenpensioen; en
- verruimen van het overgangsrecht voor premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid.
Ook bevat het wetsvoorstel een aantal andere aanpassingen waarvan de wenselijkheid in het afgelopen jaar duidelijk is geworden. Het gaat onder meer om de mogelijkheid om gelijke aanpassingen in de uitkeringsfase uit te voeren in de flexibele premieregeling.
Het doel van het wetsvoorstel is de Pensioenwet en de andere wetten beter uitvoerbaar te maken en de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel te ondersteunen.
Wat wijzigt er?
De Wet toekomst pensioenen (Wtp) is op 1 juli 2023 in werking getreden. Bij de behandeling van de Wtp is toegezegd de vrijwillige voortzetting van het wezenpensioen mogelijk te maken en ook de definitie van het ‘kind’ te uniformeren in de Pensioenwet. Deze twee zaken staan in het wetsvoorstel.
Het wetsvoorstel bevat daarnaast een verruiming van het overgangsrecht voor premievrije voortzetting van pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid, voor zowel fondsen als verzekeraars. Gebleken is dat de huidige vormgeving van het overgangsrecht leidt tot knelpunten in de uitvoering.
Dit wetsvoorstel bevat meer dan alleen de toezeggingen die zijn gedaan aan de Eerste Kamer tijdens de behandeling van de Wtp. Zo is ook een aanpassing aan de regeling gelijke aanpassingen in de flexibele premieovereenkomst in dit wetsvoorstel opgenomen en wordt de verplichte voortzetting van risicodekking van het nabestaandenpensioen op grond van een cao of periodieke uitkering geregeld.
Naar aanleiding van de internetconsultatie zijn ook nog enkele wijzigingen doorgevoerd. Het wetsvoorstel bevat verder een paar (technische) aanpassingen en verduidelijkingen.

