Van een man zijn voor meerdere jaren navorderingsaanslagen opgelegd. Hij is advocaat en aandeelhouder van een bv. Hij claimt aftrek van loonkosten die door de bv in aftrek zijn gebracht. De rechtbank oordeelt dat de man niet aannemelijk maakt dat niet de bv maar hijzelf de inhoudingsplichtige van de desbetreffende werknemers was, onder meer omdat hij geen arbeidsovereenkomsten heeft overgelegd.
Waar gaat deze zaak over?
De man werkte als advocaat en genoot in deze hoedanigheid winst uit onderneming (de IB-onderneming). De IB-onderneming werd gedreven in de vorm van een eenmanszaak. Hij was vanaf de oprichting op 10 maart 2016 tot aan de opheffing op 16 februari 2017 100% aandeelhouder in bedrijf 1 B.V. Deze entiteit was op haar beurt 100% aandeelhouder in bedrijf 2 B.V. (de bv).
Loonkosten op winst in aftrek
De bv heeft in haar aangifte vennootschapsbelasting voor het (boek)jaar 2016 € 66.136 loonkosten op de winst in aftrek gebracht. Deze loonkosten hadden betrekking op vijf werknemers. De aanslag vennootschapsbelasting voor het (boek)jaar 2016 is overeenkomstig de ingediende aangifte vastgesteld.
Vanaf de bankrekening op naam van de eenmanszaak is een totaalbedrag van € 42.160,40 betaald aan de werknemers. Het bedrag omvat het nettoloon aan de werknemers voor het jaar 2016.
Aanslagen terecht opgelegd?
In geschil is of de (navorderings)aanslagen IB/PVV 2016 terecht aan de man zijn opgelegd en, zo ja, of deze tot de juiste bedragen zijn vastgesteld.
Voor wat betreft de navorderingsaanslag IB/PVV 2016 is meer specifiek in geschil of:
- de man recht heeft op een aftrek voor loonkosten ten bedrage van € 66.136; en
- sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel door het niet in aanmerking nemen van de hiervoor genoemde loonkosten.
De man voert aan dat de IB-onderneming loonkosten in aftrek kan brengen, (onder meer) omdat een arbeidsrelatie bestaat tussen de eenmanszaak en de werknemers.
Zo heeft hij eerder het volgende aangegeven in een e-mailbericht:
“Tijdens ons gesprek heb ik toegelicht dat ik alle mutaties van 2016 van zowel de eenmanszaak als de bv heb opgenomen in de administratie van de eenmanszaak. Dus zowel de omzet als de kosten (bijvoorbeeld de loonadministratie) zijn nu opgenomen in de administratie van de eenmanszaak, waarvan de auditfile reeds in uw bezit is. Vanaf de kant van de belastingdienst hebben jullie ook aangegeven dat dit de meest praktische oplossing is en zijn jullie het eens dat de belastingdienst op deze manier “niks tekort komt”.”
Eerder arbeidsovereenkomsten moeten tonen
De rechtbank passeert het ter zitting gedane bewijsaanbod van de man. Gelet op de door de man ingenomen standpunten had hij eerder de arbeidsovereenkomsten kunnen en moeten overleggen.
De man heeft voorafgaand aan de zitting voldoende tijd gehad om zijn standpunt met stukken nader te onderbouwen. Hij heeft om hem moverende redenen daarvan afgezien. Daar komt bij dat de man op de zitting geen duidelijkheid heeft kunnen verschaffen over de omvang van het bewijsaanbod – meer specifiek: of het bewijsaanbod betrekking heeft op alle werknemers of slechts een deel van de werknemers en of het de arbeidsrelaties in het jaar 2016 betreft.
Loonkosten in aftrek?
De man stelt zich op het standpunt dat bij het bepalen van de winst uit de IB-onderneming loonkosten tot een bedrag van € 66.136 in aanmerking moeten worden genomen. Door de opheffing van de bv is bij de bv een bedrag van ongeveer € 60.000 aan verliezen verloren gegaan. Dit bedrag mag de man in zijn IB-onderneming voor de inkomstenbelasting in aanmerking nemen. De inspecteur van de Belastingdienst komt niets tekort, aldus de man.
De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de loonkosten bij het bepalen van de winst uit de IB-onderneming niet in aanmerking kunnen worden genomen. De man heeft na herhaalde verzoeken van de inspecteur nooit inzage gegeven in de arbeidsovereenkomsten met de werknemers. Hij heeft dan ook niet nader onderbouwd waarom de kosten bij de IB-onderneming in aanmerking mogen worden genomen.
Gehandeld als werkgever
De bv heeft gehandeld als werkgever en heeft de loonheffingen ingehouden en afgedragen en de loonkosten in 2016 ten laste van haar resultaat gebracht. De loonkosten zijn niet ten behoeve van de IB-onderneming gemaakt, aldus de inspecteur.
De rechtbank merkt allereerst op dat het geschil zich beperkt tot de vraag of de loonkosten als een bestanddeel van de winst uit onderneming moeten worden aangemerkt (artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)).
Het is aan de man om feiten en omstandigheden te stellen, en bij betwisting door de inspecteur aannemelijk te maken, dat de in geschil zijnde loonkosten op zakelijke gronden zijn gedaan. De argumentatie van de man dat de loonkosten al in aanmerking mogen worden genomen omdat bij de bv verliezen verloren zijn gegaan, vindt geen steun in de wet of het totaalwinstbegrip.
Inhoudingsplichtige ten aanzien van werknemers
Anders dan de man heeft gesteld, stelt de rechtbank allereerst vast dat de bv inhoudingsplichtige voor de loonheffingen ten aanzien van de werknemers was. De bv heeft loonheffingen ingehouden en (tezamen met de eenmanszaak) afgedragen ten aanzien van de werknemers. Dit volgt rechtstreeks uit de door de bv ingediende, en bij aanslag gevolgde, aangifte voor de vennootschapsbelasting. De stukken bevatten geen aanknopingspunten waaruit volgt dat de bv niet inhoudingsplichtige ten aanzien van de werknemers was.
Daar komt bij dat de bv de loonkosten ook daadwerkelijk op haar winst in aftrek heeft gebracht. Het feit dat loonkosten en (gedeeltelijk) loonheffingen zijn overgemaakt vanaf een rekening op naam van de eenmanszaak, heeft niet tot gevolg dat de eenmanszaak als inhoudingsplichtige wordt aangemerkt.
De stelling van de man dat de eenmanszaak de loonverplichtingen als werkgever is aangegaan is, na betwisting door de inspecteur, niet aannemelijk gemaakt. De man heeft geen enkel inzicht gegeven in eventuele verplichtingen die de eenmanszaak als werkgever zou zijn aangegaan.
Geen arbeidsrelatie tussen eenmanszaak en werknemers
Daar komt bij dat de bv heeft gehandeld als zijnde de werkgever van de werknemers door loonheffingen in te houden en (deels) af te dragen. Het feit dat de eenmanszaak de nettolonen vanaf haar rekening heeft betaald, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat daarom al sprake was van een arbeidsrelatie tussen de eenmanszaak en de werknemers.
Schending vertrouwensbeginsel?
De man stelt zich op het standpunt dat met het corrigeren van de loonkosten het vertrouwensbeginsel is geschonden. De inspecteur heeft betwist dat een afspraak – waaruit zou volgen dat de loonkosten in aftrek kunnen worden gebracht – is gemaakt.
Voor een onderbouwing van de man zijn stelling dat de inspecteur een (impliciete) toezegging heeft gedaan inhoudende dat de loonkosten bij de IB-onderneming in aftrek mogen worden gebracht, heeft de man naar verscheidene door hem verzonden e-mailberichten verwezen.
Volgens de rechtbank kan echter uit de door de man aangehaalde e-mailberichten slechts worden opgemaakt dat de man een bij de bv verloren gegaan verlies van € 50.000 – € 60.000 wenst te benutten, nog exact moet uitzoeken om welk bedrag het gaat en wat er is mis gegaan en dat hij in overleg wenst te treden.
Ook uit de door de inspecteur aan de man verzonden e-mailberichten volgt niet dat overeenstemming over het in aanmerking nemen van loonkosten is bereikt. In het eerste bericht is slechts aan de man gevraagd zijn standpunt toe te lichten en in het volgende bericht is slechts opgenomen dat de man heeft aangegeven op het onderdeel loonkosten terug te komen, maar dat daarop geen reactie is ontvangen. Ook overigens is in de overgelegde stukken niet een aanwijzing te vinden dat de inspecteur een (impliciete) toezegging heeft gedaan over het in aftrek toestaan van de loonkosten.
Mondelinge toezegging?
De man heeft verder gesteld dat voorafgaand en/of gedurende het boekenonderzoek een controlemedewerker mondeling heeft toegezegd dat de administraties samengevoegd mochten worden, waaruit volgens de man een (impliciete) toezegging volgt dat de loonkosten bij de IB-onderneming in aftrek mogen worden gebracht.
De inspecteur heeft betwist dat een dergelijke toezegging mondeling is gedaan. Volgens de rechtbank is de stelling van de man, tegenover de betwisting door de inspecteur, onvoldoende om aannemelijk te achten dat een dergelijke toezegging mondeling is gedaan.
Betoog slaagt niet
Gelet op het voorgaande heeft de man naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat van de zijde van de inspecteur toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit de man kon en mocht afleiden dat de loonkosten bij de IB-onderneming in aftrek mochten worden gebracht. Dit betekent dat het betoog van de man niet slaagt.
Uitspraak Rechtbank Noord-Holland, 19 december 2026, ECLI:NL:RBNHO:2025:16031

