De werknemer, een muskusrattenvanger, is op staande voet ontslagen, vooral vanwege wat het Waterschap betitelt als urenfraude/dagdieverij. De kantonrechter heeft het ontslag op staande voet vernietigd omdat het niet onverwijld was verleend en niet berustte op een dringende reden en heeft ook de verzochte ontbinding door de werkgever van de arbeidsovereenkomst afgewezen.
Het Waterschap wil met een beslissing van het hof alsnog de arbeidsovereenkomst alsnog beëindigen. De werknemer wil juist dat de beslissing van de kantonrechter in stand blijft en anders wil hij, indien mogelijk, een billijke vergoeding.
Het hof wijst de verzoeken van het Waterschap af.
Wat oordeelde de kantonrechter?
De kantonrechter heeft het ontslag op staande voet vernietigd omdat het ontslag niet onverwijld was gegeven. Het Waterschap had gesteld dat de signalen van ‘urenfraude’ al in november 2024 bij het Waterschap bekend waren, maar heeft geen verklaring gegeven waarom het onderzoek daarna pas op 3 maart 2025 is gestart.
Verder heeft de kantonrechter geoordeeld dat ook materieel gezien geen sprake was van een dringende reden. De kantonrechter had niet de overtuiging dat sprake was van urenfraude, terwijl het op de weg van het Waterschap had gelegen om eerst de werknemer te waarschuwen over de onjuiste wijze waarop uren werden weggeschreven.
Ook heeft het Waterschap onvoldoende rekening gehouden met de invloed van (fysieke en andere) beperkingen van de werknemer op de uitvoering van het werk en heeft het de werknemer in een moeilijke situatie gebracht door met terugwerkende kracht een nadere verklaring van de werknemer te verlangen voor de door hem verrichte werkzaamheden vanaf augustus 2024, terwijl het Waterschap verder onvoldoende rekening heeft gehouden met het arbeidsverleden van de werknemer.
Veel verwijten in ontslagbrief
De ontslagbrief telt tien pagina’s. In die pagina’s worden door het Waterschap een groot aantal verwijten aan de werknemer gemaakt, variërend van het te langzaam rijden met zijn auto, het met de auto speuren naar muskusratten, het stationair laten draaien van de auto, het in de ogen van het Waterschap te vaak bezoeken van het steunpunt, het teveel uren besteden aan administratie en aan activiteiten als cursussen, bezoeken bedrijfsarts en gesprekken met de vertrouwenspersoon, tot het verschil tussen de gegevens uit de black box over tijdstippen van vertrek en thuiskomst en de tijdsregistratie op de formulieren / in AllSolutions van 94 uur en 11 minuten.
Na deze opsomming en bespreking vervolgt de ontslagbrief met “voornoemde feiten in overweging genomen zijn wij van mening dat je je met jouw handelswijze schuldig hebt gemaakt aan urenfraude”.
Dat lijkt erop te wijzen dat het Waterschap alle verwijten categoriseert als urenfraude of ‘dagdieverij’, terwijl veel van de gemaakte verwijten op uiteenlopende gedragingen zien die niet in die categorie passen.
Het hof is het ook met de kantonrechter eens dat het verschil tussen de door de werknemer in AllSolutions verantwoorde uren en de uren die het Waterschap heeft herleid uit de black box van de dienstauto in dit geval geen voldoende dringende reden oplevert.
De kantonrechter heeft ook terecht waarde gehecht aan het feit dat de werknemer geen – bij voorkeur schriftelijke – waarschuwing heeft gekregen voor het onjuist verantwoorden van zijn uren.
Ook heeft het Waterschap er geen blijk van gegeven dat zij de bijzondere medische toestand en de verdere persoonlijke omstandigheden van de werknemer op juiste wijze heeft afgewogen.
Het hof is het, alles afwegende, eens met het oordeel van de kantonrechter dat in dit geval geen sprake is van een dringende reden in objectieve zin.
Ook geen ontbinding arbeidsovereenkomst
Er is ook onvoldoende grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Volgens het Waterschap levert de constatering naar aanleiding van het onderzoek naar de black box dat sprake is van urenfraude ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer op en heeft de kantonrechter ten onrechte de arbeidsovereenkomst niet op de e-grond ontbonden.
Het hof verwijst naar wat hiervoor over deze grond in het kader van de beoordeling van de dringende reden is overwogen. Dat de werknemer zich aan fraude zoals het Waterschap heeft gesteld heeft schuldig gemaakt, is onvoldoende komen vast te staan.
Wat de door het Waterschap gestelde verstoorde arbeidsverhouding betreft overweegt het hof dat het belang van de slechte verstandhouding tussen de werknemer en de teamleider inmiddels is achterhaald omdat deze collega met pensioen is gegaan.
Voor een ontbinding op de i-grond acht het hof ook onvoldoende grond aanwezig. Uit het dossier blijkt dat vooral sprake is van een onvoldragen d-grond omdat de werknemer door een aantal factoren niet meer goed functioneerde.
Uit de overgelegde verslagen van het verbetertraject blijkt dat, nadat het tussen de nieuwe teamleider en de werknemer het medio januari 2026 nog even had geknetterd, bij de werknemer de knop is omgegaan en hij naar behoren lijkt te functioneren en het plezier is zijn werk heeft teruggevonden en zich heeft gerealiseerd dat hij dit tot zijn pensioen wil blijven doen.
Het hof wijst daarom ook, in het voetspoor van de kantonrechter, de ontbinding van de arbeidsovereenkomst af.
Uitspraak Hof Arnhem-Leeuwarden, 18 juni 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:4034
Drie andere uitspraken over ‘dagdieverij’:

