De Regeling wijziging loonbelasting die is gepubliceerd op internetconsultatie.nl verandert twee regels ten aanzien van de belastingheffing bij uitkeringen:
- Eindheffing over eenmalige vergoeding
Sommige mensen hebben in het verleden een te lage WIA-uitkering ontvangen. Zij krijgen daarom eenmalig een vergoeding. Over deze vergoeding is belasting verschuldigd. UWV betaalt deze belasting via een eindheffing. Hierdoor heeft de eenmalige vergoeding geen invloed op het recht op toeslagen of andere inkomensafhankelijke regelingen. - Aanpassen arbeidskorting
Als een sociale zekerheidsuitkering via een werkgever wordt betaald, past de werkgever arbeidskorting toe over deze uitkering. Als dezelfde uitkering direct van UWV wordt ontvangen, is de arbeidskorting niet van toepassing. De Hoge Raad oordeelde dat dit in strijd is met verdragsrechtelijke disriminatieverboden. Het kabinet heeft daarom besloten per 2027 de regels aan te passen. Werkgevers mogen dan in principe geen arbeidskorting meer toepassen op de uitkering, alleen over het reguliere loon.
Reactie NOB
De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) heeft in haar reactie op de Regeling wijziging loonbelasting aandacht gevraagd voor een zorgvuldige, systematische en transparante inpassing van de voorgestelde wijzigingen in het bestaande stelsel van de loonbelasting en aanpalende regelgeving.
In het bijzonder vraagt het NOB aandacht voor:
- introductie eindheffing voor eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA;
- eindheffing als uitzondering en de begrenzing daarvan;
- toepassing en afbakening tussen artikel 31, lid 1, onderdelen b en c, Wet LB 1964;
- (on)afhankelijkheid van de sector bij toepassing van de eindheffing;
- aanpassen samenvoegbepaling: werknemer c.q. belastingplichtige;
- aanpassen van de samenvoegbepaling: inhoudingsplichtigen;
- verduidelijking van artikel 3, eerste lid, Regeling loonbelasting en premietabellen 1990.
1 Eindheffing eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA
De loonbelasting fungeert in principe als voorheffing op de inkomstenbelasting, waarbij de heffing bij de werknemer plaatsvindt en het draagkrachtbeginsel centraal staat. De voorgestelde aanwijzing van de eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA als eindheffingsbestanddeel vormt een afwijking van deze hoofdregel.
Daarom verzoekt de NOB om in de toelichting expliciet inzicht te geven in de afweging die aan deze keuze ten grondslag ligt en in de reden waarom de gevolgen van eindheffing voor de fiscale en socialezekerheidsgrondslagen van de werknemer aanvaardbaar worden geacht.
2 Afbakening artikel 31 Wet LB 1964 (onderdelen b en c)
De NOB wijst specifiek op de afbakening binnen artikel 31, lid 1, Wet LB 1964. De voorgestelde regeling sluit aan bij onderdeel c (uitkeringen van publiekrechtelijke aard), terwijl de NOB vragen stelt bij de keuze om de regeling niet onder onderdeel b (tijdelijke knelpunten van ernstige aard) te brengen.
De NOB heeft verzocht om nadere toelichting op de criteria die bepalend zijn geweest voor deze kwalificatie en op de wijze waarop deze keuze zich verhoudt tot de wetsgeschiedenis en de systematiek van artikel 31 Wet LB 1964, zeker nu de vergoedingen hun oorsprong vinden in correcties van fouten door een publiekrechtelijk orgaan.
Sectorafhankelijkheid
Verder vraagt de NOB aandacht voor de mogelijke sectorafhankelijkheid bij toepassing van eindheffing. Als voor vergelijkbare correcties in de marktsector geen eindheffingsmogelijkheid bestaat, vindt de NOB het nodig dat in de toelichting expliciet wordt ingegaan op de rechtvaardiging van dit onderscheid. Juist gezien het uitzonderingskarakter van eindheffing en de brede gevolgen daarvan, is een consistente en goed gemotiveerde afbakening van groot belang.
3 Aanpassing samenvoegbepaling – werknemers c.q. belastingplichtige
Gelet op het arrest van de Hoge Raad constateert de NOB dat de bestaande praktijk ten aanzien van de samenvoegbepalingen niet langer houdbaar is. Het niet langer op basis van één en dezelfde tabel kunnen samenvoegen van regulier loon en een uitkering kan voor werknemers aanzienlijke nadelige gevolgen hebben.
Arbeidskorting
De samenvoeging dan wel afzonderlijke verloning van loon en uitkering kan uiteenlopende effecten hebben op de arbeidskorting. Zo kan in bepaalde gevallen afzonderlijke verloning ertoe leiden dat de arbeidskorting hoger uitvalt, omdat de uitkering niet langer meetelt als loon uit tegenwoordige arbeid en de arbeidskorting in het afbouwtraject, doordat het afbouwinkomen lager is en de afbouw van de arbeidskorting minder sterk plaatsvindt.
De NOB verzoekt in de toelichting inzichtelijk te maken in welke gevallen en voor welke inkomensgroepen de voorgestelde wijziging kan leiden tot een hogere dan wel lagere arbeidskorting, ook gelet op het opbouw- en afbouwmechanisme van de arbeidskorting.
Inkomstenbelasting
De NOB merkt op dat uit het betreffende arrest volgt dat de bestaande praktijk ertoe kan leiden dat groepen met een arbeidsinkomen boven het in artikel 8.11 Wet IB 2001 genoemde niveau mogelijk worden benadeeld.
Het loon is in deze situaties in de loonaangifte aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en wordt naar verwachting ook bij de aangifte inkomstenbelasting ongewijzigd overgenomen, niet omdat de wet daartoe dwingt, maar vanwege de wijze waarop dit zeer waarschijnlijk administratief verloopt.
Het vereist van belastingplichtigen een aanzienlijke mate van doenvermogen om te onderkennen dat het voor de inkomstenbelasting mogelijk voordeliger zou zijn om op dit punt een ander standpunt in te nemen. Juist hierdoor bestaat het risico dat het nadelige effect voor werknemers niet wordt onderkend en in de inkomstenbelasting ook niet wordt gecorrigeerd.
De NOB verzoekt om een toelichting of en in hoeverre werknemers die hierdoor zijn getroffen in aanmerking kunnen komen voor rechtsherstel.
Aanpassen samenvoegbepaling: inhoudingsplichtigen
De NOB vraagt zich af welke administratieve lastenverzwaring de wijziging van de bestaande praktijk rondom de samenvoegbepalingen voor inhoudingsplichtigen met zich brengt.
De NOB verzoekt om verduidelijking en nadere specificatie van de aanvullende administratieve handelingen die van de inhoudingsplichtige worden verlangd als de uitkering via de werkgever wordt betaald.
In dit kader is ook van belang dat het Besluit van 26 maart 2021 tot wijziging van het Besluit SUWI en het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, in verband met de definiëring van de inkomstenverhouding voor de gegevensset van de polisadministratie (Stb. 2021, 198), nog niet in werking is getreden.
Twee afzonderlijke inkomstenverhoudingen
De NOB verneemt graag of de staatssecretaris van Financiën van oordeel is dat per 1 januari 2027 bij het doorbetalen van een uitkering door de inhoudingsplichtige toch sprake is van twee afzonderlijke inkomstenverhoudingen.
Zo ja, dan verzoekt de NOB om nadere toelichting op de wettelijke grondslag waarop in 2027 zou worden verlangd dat de inhoudingsplichtige zijn administratie inricht aan de hand van twee inkomstenverhoudingen, terwijl de daartoe beoogde regelgeving nog niet in werking is getreden.
4 Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990
De NOB waardeert de voorgestelde verduidelijking van de Regeling loonbelasting en premietabellen 1990, omdat deze bijdraagt aan een betere aansluiting bij de Wet LB 1964 en aan het voorkomen van onnodige complexiteit en interpretatieverschillen. In dat verband heeft de NOB ook gewezen op het belang van consistente terminologie binnen de loonbelastingwetgeving.
Aandachtspunten voorgestelde ‘regeling wijziging loonbelasting’

