De Verordening 883/2004 inzake de Coördinatie van Sociale Zekerheidsstelsels heeft als doel om nationale stelsels te coördineren, zodat mensen geen socialezekerheidsrechten verliezen of bijvoorbeeld dubbel verzekerd zijn wanneer zij gebruik maken van hun recht op vrij verkeer binnen de EU.
Voorlopig akkoord
Een voorlopig politiek akkoord is bereikt over de herziening van de Verordening. Het kabinet is van mening dat het voorlopig akkoord onder de streep onvoldoende tegemoetkomt aan de Nederlandse wensen. Daarom is de minister van plan het voorlopig akkoord niet te steunen.
Export werkloosheidsuitkeringen
Het werkloosheidsvoorstel van het voorlopig politiek akkoord bevat een verruiming van de mogelijkheden voor de export van werkloosheidsuitkeringen. Tegelijkertijd bevat het akkoord volgens het kabinet te weinig waarborgen op het gebied van activering naar werk en controle op rechtmatigheid.
De uitbreiding van de export manifesteert zich op twee manieren:
- De termijn om met behoud van werkloosheidsuitkering in een andere lidstaat naar werk te zoeken wordt verlengd van drie naar zes maanden.
- Er komt een nieuw systeem voor werknemers die tijdens hun werk in een andere lidstaat woonden, bijvoorbeeld grensarbeiders en migrerende werknemers die op een tijdelijk contract in Nederland werken.
Het werkland wordt primair verantwoordelijk voor de betaling van de uitkering, terwijl in het huidige systeem het woonland daar vaker verantwoordelijk voor is. Door de wijziging mag deze groep met een WW-uitkering vanuit hun woonland in Nederland naar werk zoeken voor de gehele uitkeringsduur.
22 weken werken in werkland
Een positief element in dit systeem is dat de werkloze eerst een periode van 22 weken in het werkland moet hebben gewerkt voordat daar recht op een werkloosheidsuitkering (en export daarvan) kan ontstaan. Een dergelijke ‘affiliatieperiode’ bestaat in het huidige systeem niet.
Detachering
Op het terrein van de toepasselijke wetgeving brengt de herziening van de Verordening een aantal verbeteringen aan ten opzichte van de nu geldende wetgeving. Het gaat dan bijvoorbeeld om de verlenging en codificatie van de termijn van voorafgaande verzekering (drie maanden) voor detachering en de codificatie van de onderbrekingsperiode (twee maanden) tussen twee detacheringen. Met deze wijzigingen wordt premieshoppen tegengegaan.
Verplichte notificatie
De laatste jaren spitsten de onderhandelingen over het hoofdstuk toepasselijke wetgeving zich toe op de invoering van een verplichte notificatie voorafgaand aan een detachering. Deze verplichting betekent dat het voortaan verplicht wordt om een detachering vooraf te melden aan het bevoegde orgaan, in Nederland de SVB. Voorheen moest dit alleen ‘indien mogelijk’ van tevoren gebeuren.
A1-verklaringen
De maatregel moet bijdragen aan handhaving op afgegeven A1-verklaringen. Hoewel Nederland positief staat ten opzichte van maatregelen die de handhaving van A1-verklaringen verbeteren, kunnen de opgenomen uitzonderingen op de notificatieverplichting tot gevolg hebben dat deze maatregel in de praktijk een te beperkt effect heeft op het terugdringen van misbruik.
Meerderheid
De minister geeft aan het voorlopig akkoord niet te steunen, maar constateert dat de wens om tot overeenstemming te komen breed wordt gedragen. De Europese Commissie, het Europees Parlement, een groot aantal lidstaten en ook de sociale partners op Europees niveau benadrukken het belang van afronding van dit dossier. Waarschijnlijk is er een meerderheid voor het voorlopig akkoord.
Inwerkingtreding
Als er in de Raad een meerderheid voor het voorlopig akkoord bestaat, kan het voorlopig akkoord ter stemming worden voorgelegd aan het Europees Parlement. Als zowel het Europees Parlement als de Raad formeel met het akkoord ingestemd hebben, wordt het akkoord gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU en treedt de Verordening in werking. De belangrijkste materiële wijzigingen kennen een uitgestelde inwerkingtreding van twee jaar.

