Hoe hoog zou de Aof-premie zijn als deze kostendekkend werd vastgesteld, uitgaande van een meerjarig gemiddelde? Hoe hoog zouden het lage en het hoge tarief dan zijn (bij een gelijkblijvende verhouding)?
Uitgaande van de geraamde uitgaven in 2026 zou de Aof-premie ongeveer 1,45 procentpunt omlaaggaan als deze kostendekkend was vastgesteld. Het hoge tarief zou dan 6,18 procent zijn in plaats van 7,63 procent. Het lage tarief zou 4,82 procent zijn in plaats van 6,27 procent.
Als de verhouding tussen het hoge en lage tarief gelijk moet blijven, daalt de hoge premie met 1,50 procentpunt naar 6,13 procent en het lage tarief daalt met 1,23 procentpunt naar 5,04 procent.
Rentebaten
Wat zijn de jaarlijkse rentebaten dan wel rendementen van het arbeidsongeschiktheidsfonds en het algemeen werkloosheidsfonds?
De rentebaten van het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) waren in 2025 ongeveer 800 miljoen euro, en de rentebaten van het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf) waren ongeveer 120 miljoen euro. De rentebaten worden vergoed door het Ministerie van de Financiën aan het Aof en Awf. Daarmee leveren deze rentebaten per saldo geen extra middelen op voor de rijksbegroting.
Netto lastenverlichting werkgevers?
Klopt het dat in de Voorjaarsnota 2026 een structurele verlaging van de werkgeversbijdrage in de Zorgverzekeringswet (Zvw) is opgenomen van circa 2,2 miljard euro, die slechts gedeeltelijk wordt gecompenseerd door een verhoging van de Aof-premie van circa 1,4 miljard euro, resulterend in een netto lastenverlichting voor werkgevers van circa 770 miljoen euro?
Kunt u aangeven waar deze netto lastenverlichting voor werkgevers exact is verwerkt in de Voorjaarsnota en of deze maatregel vooraf expliciet aan de Kamer is gemeld?
Lastenneutrale compensatie
In de Voorjaarsnota is een lastenneutrale compensatie toegepast. Deze aanpassingen zijn aan het CPB meegegeven als beleidsuitgangspunten voor het Centraal Economisch Plan. Bij het bepalen van de benodigde lastenverzwaring is rekening gehouden met het feit dat de uitgaven aan de zorgtoeslag eveneens dalen. De compenserende lastenverzwaring binnen de inkomstenbelasting is verminderd met de lagere uitgaven aan de zorgtoeslag.
Dat de compenserende lastenverzwaring binnen de inkomstenbelasting uitkomt op een gelijkaardig bedrag als de daling van de nominale premies, heeft te maken met het deel van de Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (IAB) dat zelfstandigen en ondernemers zonder personeel betalen, die belastingplichtig zijn binnen de inkomstenbelasting en geen Aof-premie afdragen.
Circa 35 procent van de IAB wordt betaald door deze groep. Dit deel van de derving wordt gecompenseerd binnen de inkomstenbelasting. Voor de doorwerking van de maatregelen uit het coalitieakkoord, telt dit structureel op tot circa 0,7 miljard euro.
De resterende premiedaling van 1,4 miljard euro binnen de IAB wordt gecompenseerd via de Aof-premie. Per saldo is er daarmee geen sprake van lastenverlichting voor werkgevers, en geen sprake van een verschuiving tussen burgers en werkgevers.
Alternatieven?
Welk alternatieve maatvoering dan verhoging van de tarieven in de IB en een hogere Aof-premie is denkbaar om lagere Zvw-premies voor gezinnen en bedrijven in het inkomstenkader te compenseren?
Met lastenneutraliteit als uitgangspunt zijn er geen goede alternatieven voorhanden dan de eerste twee schijven van de inkomstenbelasting en de Aof-premie. De grondslag van de zorgpremies is zeer breed. Er zijn maar een beperkt aantal maatregelen met een vergelijkbare brede grondslag.
De keuze voor een maatregel met een andere grondslag zou leiden tot een verschuiving van de lasten tussen groepen. Zo zou compensatie via de algemene heffingskorting leiden tot een verschuiving tussen hoge en lage inkomens (vanwege het afbouwtraject). De keuze voor de AWf-premie zou leiden tot een verschuiving tussen overheidswerkevers en de marktsector.
Aan Aof-knop draaien
Klopt het dat u in deze Voorjaarsnota 4x aan de Aof-knop draait? (Maatregel 2, 16 & 20 in tabel 7, maatregel 4 in tabel 8)? Wat betekent dit aan lastenverzwaring per bedrijf in euro’s per werknemer?
Dat klopt. Door deze vier maatregelen gaat het Aof-premietarief op termijn met ongeveer 1,25 procent omhoog.
Voor een werknemer die het gemiddelde premieplichtige loon verdient, is dat een stijging van de werkgeverslasten van ongeveer 530 euro (in prijzen 2026). Twee van de vier maatregelen zijn bedoeld zijn om lagere zorgpremies te compenseren. Tegenover ongeveer 0,38 procentpunt van de totale premieverhoging (165 euro per werknemer) staat dus een lagere inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zvw.
Vrijheidsbijdrage en Aof-premie
Met hoeveel procentpunt moeten de lage en hoge Aof-premie omhoog vanwege de vrijheidsbijdrage voor bedrijven (bij een gelijkblijvende verhouding)?
De vrijheidsbijdrage is ingeboekt als een stijging van de Aof premie met ongeveer 0,45 procentpunt (zowel voor het hoge als het lage tarief). Als de verhouding tussen de hoge en lage premie constant moet blijven dan zou het hoge tarief ongeveer 0,47 procentpunt stijgen en het lage tarief 0,38 procentpunt.
De vrijheidsbijdrage voor bedrijven loopt via een “taakstellende verhoging van de Aof-premie”. Wat is het mechanisme van een taakstellende premie-verhoging: wie stelt het premiepercentage vast, wanneer in het jaar, en via welke wet wordt dit geautoriseerd?
De premiepercentages werknemersverzekeringen worden vastgelegd per ministeriële regeling. Dit gebeurt doorgaans aan het eind van het jaar, dan worden de premiepercentages van het aankomende jaar vastgelegd. Deze percentages worden vastgesteld door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Tegen het einde van het jaar wordt de optelsom van alle budgettaire mutaties, die zijn besloten op de Aof-premie tijdens de besluitvormingsmomenten van dat jaar, omgezet in een aanpassing van de premiepercentages.
Bezuiniging maximum dagloon
Met hoeveel procentpunt moet de Aof-premie omhoog om de bezuiniging op het maximum dagloon te realiseren en te compenseren voor de verlaging van het maximum premieloon? Hoeveel is dat voor het lage tarief en hoeveel voor het hoge tarief (bij een gelijkblijvende verhouding)?
Om de verlaging van het maximumdagloon te compenseren moet het tarief van de Aof-premie ongeveer 0,45 procentpunt omhoog. Daarbij is er van uitgegaan dat het hoge en lage tarief even veel stijgen. Als de verhouding tussen het hoge en lage tarief gelijk moet blijven, dan zou het hoge tarief met 0,47 procentpunt stijgen en het lage tarief met 0,38 procentpunt.
Compenserende lastenverzwaring voor Zvw
Met hoeveel procentpunt moet de Aof-premie omhoog als compenserende lastenverzwaring voor de premieverlaging als gevolg van de voorgestelde bezuinigingen in de Zvw? Hoeveel is dat voor het lage tarief en hoeveel voor het hoge tarief (bij een gelijkblijvende verhouding)?
De benodigde compenserende lastenverzwaring voor de Zvw leidt in 2030 tot een stijging van de Aof-premie met ongeveer 0,31 procentpunt (zowel voor het hoge als het lage tarief). In de jaren na 2030 neemt de lastenverzwaring nog iets verder toe, tot ongeveer 0,36 procentpunt in totaal.
Als de verhouding tussen de hoge en lage premie constant moet blijven dan zou het hoge tarief ongeveer 0,37 procentpunt stijgen en het lage tarief 0,31 procentpunt.
Ten koste van loonsverhoging?
In hoeverre gaat een verhoging van de Aof-premie ten koste van loonsverhogingen voor werknemers? Hoeveel gaan werknemers er de facto gemiddeld op achteruit door de aangekondigde verhogingen van de Aof-premie? Hoeveel zouden werknemers erop vooruitgaan als gekozen wordt voor een lastendekkende premie?
De inkomstenbelasting waarvoor de werknemer belastingplichtig is, en de premies die de werkgever afdraagt voor de werknemersverzekeringen, zijn economisch sterk met elkaar verweven, omdat beide leiden tot een verschil tussen de bruto loonkosten en het nettoloon. Vanuit dat perspectief is het onwaarschijnlijk dat de last van de premie alleen bij de werkgever terechtkomt, of die van de inkomstenbelasting uitsluitend bij de werknemer.
Al deze belastingen worden beschouwd als een belasting op arbeid. Een verhoging van de Aof-premie zal daarmee naar verwachting bij zowel werkgevers als werknemers neerslaan. De verdeling hangt af van verschillende individuele factoren, zoals onderhandelingsmacht en prijsgevoeligheid.

