Het rapport over de evaluatie van de gebruikelijkloonregeling is op 15 mei 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd, waarbij is aangegeven dat het kabinet op een later moment met een inhoudelijke reactie op dit rapport komt.
Evaluatie gebruikelijkloonregeling
De gebruikelijkloonregeling is in de evaluatie als doelmatig beoordeeld, omdat er geen beleidsalternatieven zijn gevonden die potentieel doelmatiger zijn dan de gebruikelijkloonregeling. De regeling is daarnaast als deels doeltreffend beoordeeld.
De belangrijkste uitkomsten van de evaluatie van de gebruikelijkloonregeling zijn dat er goede informatie ontbreekt zowel voor de dga als voor de Belastingdienst over het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, dat dga’s en hun adviseurs geen strikte handhaving vanuit de Belastingdienst ervaren en daarnaast dat meer dga’s op of onder het normbedrag zitten dan kan worden verklaard uit de loonvergelijking die door SEO is gemaakt.
Vervolgonderzoek
In het vervolgonderzoek is gekeken naar de mogelijkheden om de gebruikelijkloonregeling doeltreffender te maken en de beleidsopties die daartoe zijn voorgesteld in de evaluatie.
Een van de uitkomsten van het vervolgonderzoek is dat de dienstverlening van de Belastingdienst mogelijk kan worden verbeterd door het ontwikkelen van een eenduidige generieke waarderingsmethode. Hiervoor wordt een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd.
Daarnaast start de Belastingdienst met een analyse van de beschikbare data. Deze analyse is gericht op het verkrijgen van meer inzicht in de mate waarin de gebruikelijkloonregeling correct wordt toegepast.
Normbedrag
Verder zijn in het vervolgonderzoek ook de beleidsopties van SEO met betrekking tot het normbedrag voor het minimaal in aanmerking te nemen loon (€ 58.000 in 2026) bekeken. De conclusie is dat er op dit moment weinig aanknopingspunten zijn voor een onderbouwde generieke verhoging van het normbedrag.
Wat betreft de beleidsoptie om het normbedrag te differentiëren naar de hoogte van de loonsom is de conclusie dat dit hooguit een kleine verbetering van het gebruikelijk loon voor een relatief beperkte groep directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) kan betekenen en dat dit wel in belangrijke mate ten koste kan gaan van de doelmatigheid.
Doeltreffender
Het ministerie van Financiën heeft in vervolg op de evaluatie gekeken naar de mogelijkheden om de gebruikelijkloonregeling doeltreffender te maken aan de hand van de beleidsopties die daartoe zijn voorgesteld in de evaluatie.
1 Verbetering informatievoorziening
De schatting van de eerste beleidsoptie (verbetering van de informatievoorziening) is dat door een eenduidige, generieke waarderingsmethode de belastingplichtige en de Belastingdienst beter het gebruikelijk loon op basis van de meest vergelijkbare dienstbetrekking kunnen vaststellen.
Wel moet nog worden bekeken of en hoe eenvoudig een uniforme en gedetailleerde functiewaarderingsmethode kan worden ontwikkeld. Eerst moet een haalbaarheidsonderzoek worden uitgevoerd naar de ontwikkeling van een eenduidige generieke waarderingsmethode.
2 Verbetering handhaving
Ten aanzien van de tweede beleidsoptie – verbetering van de handhaving – start de Belastingdienst eerst met een analyse van de beschikbare data. Deze analyse is gericht op het verkrijgen van inzicht in de mate waarin de gebruikelijkloonregeling correct wordt toegepast, omdat de evaluatie hiertoe onvoldoende aanknopingspunten bevat. De inzichten uit deze analyse kunnen worden gebruikt bij het maken van zorgvuldige keuzes over de verdere handhavingsstrategie.
Geen generieke verhoging normbedrag
Op dit moment zijn er weinig aanknopingspunten voor een onderbouwde generieke verhoging van het normbedrag. Daarnaast concludeert de staatssecretaris dat een gedifferentieerd normbedrag naar de hoogte van de loonsom van weinig toegevoegde waarde zal zijn om het loon van een dga beter vast te stellen en dat het in elk geval wel ten koste gaat van de doelmatigheid. Daarom geeft het kabinet geen verder gevolg aan deze twee beleidsopties.
Vervolgonderzoek evaluatie gebruikelijkloonregeling

