Als de werkgever vanaf 1 januari 2027 fossiele personenauto’s ter beschikking stelt, is de pseudo-eindheffing verschuldigd als deze auto’s privé worden gebruikt, inclusief woon-werkverkeer.
Deze pseudo-eindheffing geldt voor werkgevers naast de bestaande bijtelling voor privégebruik bij werknemers. Werkgevers mogen de kosten voor deze pseudo-eindheffing niet verhalen op de werknemers.
Drie vragen en antwoorden
De pseudo-eindheffing aan de kant van de werkgever roept vragen op. Drie vragen en antwoorden hierover.
Wanneer is er nu precies sprake van privégebruik? En hoe kijkt de Belastingdienst naar rijden vanuit huis, zonder vaste werkplek?
Vraag 1. Wordt rijden vanuit huis naar de eerste klant (en terug) door de Belastingdienst gezien als woon-werkverkeer?
Nee.
Ritten van huis naar de eerste klant (en van de laatste klant terug naar huis) merkt de Belastingdienst niet aan als woon-werkverkeer. Dit geldt als iemand geen vaste werkplek heeft en zijn werkzaamheden bij klanten uitvoert. In deze situatie is sprake van zakelijk verkeer. De gemaakte kilometers tellen dus niet mee als privégebruik en zijn daarmee niet relevant voor de pseudo-eindheffing.
Vraag 2. Maakt incidenteel, bijvoorbeeld maandelijks, rijden van huis naar de zaak en terug dat fiscaal toch sprake is van woon-werkverkeer?
Ja, dat kan.
Voor de pseudo-eindheffing sluit de Belastingdienst aan bij de btw-definitie van privégebruik. Die bestaat uit:
- het ‘echte’ privégebruik; én
- het woon-werkverkeer.
Woon-werkverkeer is de rit van huis naar de plek waar iemand volgens de arbeidsovereenkomst werkt. Staat er geen specifiek adres in het contract vermeld? Dan geldt de vestigingsplaats van het bedrijf (KVK-adres) als vaste werkplek.
Als iemand in dat geval – ook al is het incidenteel – van huis naar de zaak en terugrijdt, is er in die maand sprake van woon-werkverkeer. Dit betekent dat de auto in die maand kan vallen onder de pseudo-eindheffing.
Vraag 3. Is vooral de aard van het werk doorslaggevend, of is incidenteel van huis naar de zaak rijden al voldoende om het als woon-werkverkeer te zien?
De arbeidsovereenkomst is doorslaggevend.
Het gaat niet zozeer om de aard van het werk, maar vooral wat er in de arbeidsovereenkomst staat over de vaste werkplek.
Heeft iemand geen vaste werkplek en werkt hij vooral bij klanten? Dan is rijden van huis naar klanten zakelijk.
Is er wél (impliciet of expliciet) een vaste werkplek, zoals het KVK-adres van de werkgever? Dan geldt rijden van huis naar die locatie als woon-werkverkeer, ook als dit slechts af en toe gebeurt.
Het feit dat iemand incidenteel van huis naar de zaak rijdt, kan dus al voldoende zijn om dit fiscaal als woon-werkverkeer aan te merken – met gevolgen voor de pseudo-eindheffing.
Aandachtspunten
Voorkom onaangename verrassingen bij de invoering van de pseudo-eindheffing. Waar moet je op letten?
- De formulering van de ‘vaste werkplek’ in de arbeidsovereenkomst is voor zowel werkgevers als werknemers van belang. Een klein ritje kan aangemerkt worden als privérit en hiermee fikse fiscale gevolgen hebben.
- Denk na over de risico’s van het ongewild en onbedoeld vallen onder de pseudo-eindheffing. Is het veiliger te kiezen voor een elektrische auto (EV) of kilometerdeclaratie?
- Kiezen werkgever en werknemer toch bewust voor een niet-elektrische auto, wees je dan bewust van de incidentele ritten van de werknemer naar kantoor.
Bron: VZR.nl

