Volgens VZR dreigen zakelijke rijders door de pseudo-eindheffing voor fossiele auto’s indirect te worden geconfronteerd met afkoopsommen die kunnen oplopen tot meer dan €20.000. Daarom roept de vereniging Tweede Kamerleden op om alsnog een hardheidsclausule in de wet op te nemen.
In een brief aan de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Eerenberg een aantal aanpassingen aangekondigd in de uitwerking van de pseudo-eindheffing die vanaf 1 januari 2027 moet gelden voor fossiele leaseauto’s. Hiermee wordt een aantal belangrijke knelpunten uit de praktijk weggenomen.
Verbeteringen maken regeling werkbaarder
Vooral de uitzondering voor tijdelijk vervangend vervoer bij schade, onderhoud, reparatie en bandenwissels is volgens VZR een belangrijke verbetering. Ook de verruiming van het overgangsrecht en een paar andere praktische aanpassingen dragen eraan bij dat de regeling beter uitvoerbaar wordt voor werkgevers, leasemaatschappijen en zakelijke rijders.
“Vooral de regeling voor vervangend vervoer maakt de wet in de praktijk een stuk werkbaarder”, aldus VZR-voorzitter Anton Pluim.
Baanwissel
Ondanks de verbeteringen blijft volgens VZR een belangrijk probleem bestaan. Eerder waarschuwde de vereniging al voor de gevolgen voor werknemers die tijdens de looptijd van een leasecontract van werkgever wisselen.
Afkoopsom
In de praktijk krijgen werknemers geregeld te maken met een afkoopsom wanneer zij hun leaseauto voortijdig inleveren. Om die kosten te voorkomen, bieden veel autoregelingen de mogelijkheid om de auto mee te nemen naar een nieuwe werkgever, zodat het leasecontract daar kan worden uitgediend. Juist deze oplossing dreigt door de pseudo-eindheffing te verdwijnen.
Vanaf 1 januari 2027 wordt het voor nieuwe werkgevers financieel onaantrekkelijk om een fossiele leaseauto over te nemen, omdat zij direct met de extra heffing worden geconfronteerd.
Volgens VZR leidt dit tot een onbedoeld neveneffect: de werknemer krijgt formeel niet de belastingaanslag opgelegd, maar kan wel indirect worden geconfronteerd met een forse afkoopsom.
“De staatssecretaris stelt dat de pseudo-eindheffing alleen bij werkgevers wordt geheven. Dat is formeel juist, maar daarmee is het probleem niet opgelost”, zegt Anton Pluim.
“Als een nieuwe werkgever de leaseauto niet meer wil overnemen vanwege die heffing, kan de werknemer alsnog met een afkoopsom worden geconfronteerd. Dat kan oplopen tot meer dan 20.000 euro. Dat vinden wij onacceptabel.”
Hardheidsclausule
VZR heeft daarom een aantal Kamerleden benaderd met het verzoek om tijdens de parlementaire behandeling alsnog een oplossing af te dwingen.
De vereniging pleit voor een gerichte hardheidsclausule die alleen geldt wanneer een werknemer kan aantonen dat:
- sprake is van een baanwissel;
- de nieuwe werkgever het leasecontract niet wil overnemen vanwege de pseudo-eindheffing;
- daardoor een afkoopsom voor rekening van de werknemer dreigt te komen.
In dat geval zou het volgens VZR mogelijk moeten blijven om het leasecontract bij de nieuwe werkgever uit te dienen zonder toepassing van de pseudo-eindheffing.
“Deze regeling is bedoeld om werkgevers te stimuleren duurzamere keuzes te maken, niet om werknemers financieel te straffen voor een baanwissel,” stelt Pluim.
VZR roept de Tweede Kamer daarom op om alsnog een hardheidsclausule toe te voegen.

