De Tweede Kamer heeft op donderdag 27 november het Belastingplan 2026 aangenomen.
Met de tweede nota van wijziging van het Belastingplan 2026 wordt in het wetsvoorstel een wijziging aangebracht met betrekking tot het moment waarop de voorgestelde pseudo-eindheffing fossiele auto’s uiterlijk moet worden betaald.
Daarnaast wordt met deze nota van wijziging een delegatiebepaling opgenomen in het wetsvoorstel op basis waarvan in lagere regelgeving kan worden geregeld wanneer voor de toepassing van deze pseudo-eindheffing sprake is van woon-werkverkeer.
Aangiftetijdvak in plaats van loontijdvak
In het wetsvoorstel is opgenomen dat de verschuldigde pseudo-eindheffing uiterlijk moet worden aangegeven en voldaan tegelijk met de aangifte loonheffingen over het tweede loontijdvak. Het loontijdvak is het tijdvak waarover het loon wordt genoten en sluit over het algemeen aan bij het betaalmoment. Een werkgever kan het salaris bijvoorbeeld per week of per maand uitbetalen.
Bij nader inzien wordt het echter wenselijk geacht om in dit kader niet aan te sluiten bij het loontijdvak, maar bij het tijdvak waarover de verschuldigde loonaangifte moet worden voldaan of afgedragen (aangiftetijdvak).
Twee kalendermaanden
Het aangiftetijdvak is over het algemeen een tijdvak van een kalendermaand of een aaneengesloten periode van 4 weken. Met de aansluiting bij het aangiftetijdvak wordt ervoor gezorgd dat werkgevers na afloop van het kalenderjaar nog twee kalendermaanden (of twee aaneengesloten periodes van vier weken) de tijd hebben om de eventueel verschuldigde pseudo-eindheffing te berekenen en te voldoen.
Deze nota van wijziging voorkomt dat een werkgever die een loontijdvak hanteert van bijvoorbeeld een week en een aangiftetijdvak van een maand, uiterlijk bij de aangifte over het eerste aangiftetijdvak in plaats van het tweede aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar de pseudo-eindheffing moet aangeven en voldoen.
Definitie woon-werkverkeer
Daarnaast wordt in het wetsvoorstel een delegatiebepaling opgenomen ten behoeve van de voorgestelde pseudo-eindheffing fossiele auto’s, op basis waarvan via een ministeriële regeling voor de duidelijkheid is te regelen welke definitie van het begrip woon-werkverkeer voor deze regeling geldt.
Het is op grond van de memorie van toelichting de bedoeling dat voor de pseudo-eindheffing fossiele auto’s voor het begrip woon-werkverkeer nauw wordt aangesloten bij de definitie die wordt gehanteerd voor de omzetbelasting.
Naar vaste werkplaats rijden en weer terug
Voor de pseudo-eindheffing wordt van de volgende definitie uitgegaan:
“het (heen of terug) reizen van de woon- of verblijfplaats naar de in het kader van een overeenkomst tot het verrichten van arbeid overeengekomen vaste werkplaats(en) waar men (een of meerdere dagen) zijn werkzaamheden verricht, met dien verstande dat een plek waar de werkgever is gevestigd ook kwalificeert als vaste werkplaats.”
(Geen) woon-werkverkeer
In principe is dus sprake van woon-werkverkeer als een werknemer vanuit diens woning naar de vaste werkplaats rijdt of terug. Als een werknemer vanuit huis eerst naar een klant rijdt en vervolgens naar kantoor rijdt, is geen sprake van woon-werkverkeer. De terugreis valt wel onder het woon-werkverkeer als deze werknemer aan het eind van de dag vanuit kantoor rechtstreeks naar huis rijdt.
Minimaal eenmaal in kalendermaand
Als de werknemer binnen een kalendermaand minimaal eenmaal rechtstreeks van huis naar kantoor rijdt of terug, is op basis van de voorgestelde wettekst de pseudo-eindheffing over die gehele maand verschuldigd.
Wanneer geen woon-werkverkeer?
De memorie van toelichting bevat daarnaast een aantal voorbeelden van ritten die voor de toepassing van de voorgestelde pseudo-eindheffing fossiele auto’s al dan niet kwalificeren als woon-werkverkeer.
Er is bijvoorbeeld geen sprake van woon-werkverkeer als werknemers met fossiele personenauto’s moeten rijden vanwege de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld surveilleren door politieagenten) en de werknemers die auto’s voorafgaand aan of na afloop van zulke diensten gebruiken om van huis naar de werkplaats te rijden of andersom. Dit geldt ook voor werknemers met piketdiensten of wachtdiensten, zoals slotenmakers, liftmonteurs en verloskundigen.
Na inwerkingtreding van de delegatiebepaling, wordt dit via een ministeriële regeling vastgelegd.
Tweede nota van wijziging Belastingplan 2026

