Werknemers die in 2025 akkoord gingen met hun vaststellingsovereenkomst (vso) zonder onder te handelen, lieten gemiddeld € 5.000 liggen door onjuiste berekeningen van de werkgever.
Vooral het vaststellen van het ‘rekenloon’ gaat niet altijd goed op HR-afdelingen waardoor de transitievergoeding lager uitvalt dan wettelijk verplicht. Dit blijkt uit een data-analyse van MijnOntslagjurist op basis van honderden dossiers.
Transitievergoeding berekenen
Bij een ontslag met wederzijds goedvinden wordt de transitievergoeding berekend aan de hand van het bruto maandsalaris. Uit de analyse blijkt dat werkgevers hierbij vaak ten onrechte uitgaan van het kale basisloon. Variabele looncomponenten waar een werknemer recht op heeft, worden geregeld vergeten in de concept-vaststellingsovereenkomst.
“Het gaat niet om slechte onderhandelingen, maar om feitelijke rekenfouten”, aldus Jan Pieter Smit, arbeidsjurist bij MijnOntslagjurist.
Onderdeel van maandsalaris
“Veel werkgevers en werknemers weten niet dat vakantietoeslag, ploegentoeslagen en de gemiddelde bonussen van de afgelopen drie jaar juridisch gezien onderdeel zijn van het maandsalaris.”
Aangezien deze extra’s niet worden meegenomen in de grondslag, klopt het eindbedrag niet.
Smit: “De werknemer tekent voor een bedrag dat op het oog correct lijkt, maar laat in werkelijkheid geld liggen dat al verdiend is.“
Rekenvoorbeeld: € 4.500 minder
Een voorbeeld uit de praktijk. Een werknemer met een bruto maandsalaris van € 3.500 en 15 dienstjaren krijgt een ontslagvoorstel. De werkgever berekent de vergoeding op basis van alleen het vaste salaris.
- Berekening werkgever: € 3.500 basisloon = € 17.500 vergoeding.
- Correcte juridische berekening: € 3.500 basisloon + 8% vakantietoeslag (€ 280 p.m.) +gemiddelde bonus (€ 620 p.m.) = rekenloon € 4.400.
- Nieuwe vergoeding: € 22.000.
De werknemer loopt hier € 4.500 mis, omdat de juiste looncomponenten niet zijn meegenomen
Haastige spoed…
Dat deze fouten niet worden opgemerkt, komt volgens Smit door de snelheid waarmee ontslagprocedures worden afgerond. Werknemers die binnen 48 uur tekenen, kampen met de grootste financiële schade, zo blijkt uit de cijfers van 2025.
Fictieve opzegtermijn
Naast de te lage vergoedingen signaleert MijnOntslagjurist een tweede structureel probleem: de fictieve opzegtermijn. In veel eerste concept-vso’s staat een einddatum waarbij geen rekening wordt gehouden met de juiste (fictieve) opzegtermijn. Hierdoor ontstaat er na ontslag een gat van één of twee maanden waarin de werknemer geen salaris én geen WW-uitkering ontvangt.

