Aangezien onduidelijk is wat de gemiddelde bonus is die de werknemer heeft ontvangen in de periode januari 2024 tot en met april 2025 zijn partijen in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten. Naar aanleiding van de aktes van partijen stelt de kantonrechter vast op welke transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding de werknemer recht heeft. De door de werknemer verzochte billijke vergoeding wijst de kantonrechter af.
Gemiddelde bonus
De werkgever voert aan dat in de beschikking van 27 februari 2026 ten onrechte is overwogen dat de ontvangen bonussen een structureel karakter hebben. Volgens de werkgever moet de gemiddelde bonus niet worden betrokken bij de hoogte van de gefixeerde schadevergoeding en billijke vergoeding.
Daarnaast voert de werkgever aan dat de gemiddelde bonus moet worden berekend over het hele dienstverband van totaal 18 maanden. De werkgever legt de loonstroken van januari 2024 en november 2024 over en voert aan dat daaruit volgt dat de werknemer in november 2024 een bonus van € 547,98 bruto heeft ontvangen en de gemiddelde bonus per maand € 256,50 bruto (€ 4.617/18) bedraagt.
De kantonrechter stelt vast dat de werknemer niet meer gereageerd heeft op de door de werkgever overgelegde loonstroken van januari 2024 en november 2024 en zal die daarom als juist beschouwen en meenemen bij de verdere beoordeling.
Transitievergoeding
Het verzoek van de werknemer om de werkgever te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt toegewezen. Er is geen grond om te oordelen dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer.
De hoogte van de transitievergoeding wordt berekend aan de hand van het loon. Wat onder loon wordt verstaan is bepaald in de artikelen 2 en 3 van het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding in verbinding met de artikelen 4 en 5 van de Regeling looncomponenten en arbeidsduur.
Rekening houden met bonus
Naast het loon van € 3.100 bruto per maand vermeerderd met 8% vakantietoeslag wordt rekening gehouden met de bonus. Omdat de werknemer een maandelijks bonus kreeg als hij bepaalde prestaties of resultaten bereikte en geen sprake is van een jaarlijks betaalde bonus waar artikel 3 lid 1 onderdeel c van het Besluit vanuit gaat, wordt de gemiddelde bonus vastgesteld over de hele duur van het dienstverband en dus over een periode van 18 maanden. Gezien het totaal aan ontvangen bonussen van € 4.617 komt dat neer op € 256,50 (€ 4.617/18) per maand.
Mobiliteitsbudget geen looncomponent
Het door de werknemer gestelde mobiliteitsbudget wordt niet beschouwd als looncomponent die bij de berekening van de transitievergoeding moet worden meegenomen. Uit artikel 4.3 van de ‘overeenkomst mobiliteitsbudget’ – waarin is bepaald dat er geen aanspraak meer is op het mobiliteitsbudget bij langer dan 10 werkdagen afwezigheid – volgt dat sprake is van een reiskostenvergoeding. Het mobiliteitsbudget wordt daarom buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de transitievergoeding.
De kantonrechter stelt de transitievergoeding tot datum uitdiensttreding (23 juni 2025) en rekening houdend met het loon van € 3.604,50 (inclusief vakantiegeld en de gemiddelde bonus) per maand vast op € 2.976,04 bruto. Dit bedrag is toewijsbaar.
De door de werknemer verzochte wettelijke verhoging over de transitievergoeding wordt afgewezen omdat de transitievergoeding geen “in geld vastgesteld loon” als bedoeld in artikel 7:625 BW is.
Gefixeerde schadevergoeding
Door de onregelmatige opzegging is de werkgever een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd. De gefixeerde schadevergoeding omvat het bedrag van het “in geld vastgestelde loon” over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren.
Deze vergoeding moet worden gebaseerd op het overeengekomen loon. Dat bestaat uit het bedrag van € 3.100 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantietoeslag en de gemiddelde bonus.
Recht op doorbetaling gemiddelde bonus
Het feit dat de werknemer arbeidsongeschikt is vanaf maart 2025 doet er niet aan af dat hij (ook) recht heeft op doorbetaling van de gemiddelde bonus. Het mobiliteitsbudget wordt hier buiten beschouwing gelaten omdat het geen loon is, zoals eerder is overwogen. De gefixeerde schadevergoeding wordt berekend over de periode van 23 juni 2025 tot 1 augustus 2025 en vastgesteld op € 4.565,70 bruto ((€ 3.604,50/30) x 8) + € 3.604,50).
Billijke vergoeding
De werknemer verzoekt dat de werkgever hem een billijke vergoeding toekent van € 25.000 bruto waarvan:
- € 2.712,40 aan misgelopen bonussen vanaf maart 2025,
- € 3.900 aan misgelopen mobiliteitsbudget,
- € 17.205 aan 75% van een gesloten leningsovereenkomst na toezeggingen van de werkgever ,
- € 1.182,60 aan immateriële schadevergoeding.
De werkgever betwist dat de werknemer recht heeft op een billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer in beginsel recht heeft op toekenning van een billijke vergoeding omdat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door onterecht tot ontslag op staande voet over te gaan.
Onkostenvergoeding, leningsovereenkomst en bonus tellen niet mee
De kantonrechter neemt het door de werknemer gestelde mobiliteitsbudget niet mee als materiële schadecomponent omdat het een onkostenvergoeding is. Evenmin neemt de kantonrechter de kosten van de leningsovereenkomst voor aanschaf van een auto mee als schadecomponent. Het was namelijk de eigen keuze van de werknemer om die leningsovereenkomst aan te gaan voor een luxere auto in plaats van gebruik van de poolauto die de werkgever hem bood en dat staat los van de door de werkgever beëindigde arbeidsovereenkomst.
Voor wat betreft de misgelopen bonus geldt dat deze pas na beëindiging van de arbeidsovereenkomst een schadecomponent kan zijn.
Inkomensverlies beperkt
Hier is sprake van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dat zonder het ontslag op staande voet per 1 augustus 2025 geëindigd zou zijn. In maart 2025 had de werkgever al aan de werknemer medegedeeld dat zij de arbeidsovereenkomst niet wilde verlengen en vanaf 1 augustus 2025 heeft de werknemer een andere baan. Ten aanzien van die nieuwe baan heeft de werknemer ter zitting aangegeven dat hij bij zijn nieuwe werkgever iets meer verdient dan bij de werkgever. Daarmee is inkomensverlies (aan misgelopen bonus) van de werknemer in ieder geval beperkt.
Informatie gedeeld in ChatGPT
De werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door het onterecht gegeven ontslag op staande voet en de eerdere onterecht opgelegde loonstop. Maar daar staat tegenover dat de werknemer zelf ook verwijtbaar heeft gehandeld en daarmee een rol heeft gespeeld in het ontstaan van het geschil. De werknemer heeft namelijk niet steeds een coöperatieve houding gehad tijdens het re-integratietraject, heeft ten onrechte geen toestemming gevraagd aan de werkgever voor uitvoering van de taakstraf in april 2025 en heeft informatie gedeeld over zijn arbeidsrelatie met de werkgever in ChatGPT.
Geen reden voor billijke vergoeding
De werknemer heeft de gestelde immateriële schade niet onderbouwd en daarvoor ziet de kantonrechter geen aanleiding gezien het eigen verwijtbare handelen. Alles afwegende is de kantonrechter van oordeel dat er gezien het beperkte inkomensverlies van de werknemer, de mate van verwijtbaarheid alsmede de al toegekende transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging geen aanleiding is om een billijke vergoeding toe te kennen.
Uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 mei 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5043

