Het verzoek van werknemer om continuering van de met hem afgesproken werkregeling wijst de kantonrechter toe. De werkregeling is een arbeidsvoorwaarde geworden die de werkgever niet zomaar mag wijzigen.
Waar gaat deze zaak over?
De werknemer is in 2018 in dienst getreden. In zijn arbeidsovereenkomst staat als standplaats Zwolle. In het najaar van 2019 heeft de werknemer aan zijn leidinggevende gemeld dat hij vanwege de gezondheidstoestand van zijn echtgenote overweegt om terug te keren naar Ecuador. De werknemer heeft eerder met zijn gezin in dat land gewoond. Hij heeft met zijn leidinggevende de mogelijkheid van thuiswerken vanuit Ecuador besproken.
Afspraken bevestigd
De afdeling HR heeft de werkgever op 26 maart 2020 de volgende afspraken bevestigd:
“ (…) De hieronder gemaakte afspraken hebben betrekking op een periode van 12 maanden, gerekend vanaf je eerste vertrek naar Ecuador.
Zo mogelijk vertrek jij in juni voor een periode van ongeveer 2 maanden en in oktober vertrek je nogmaals voor een periode van ongeveer 3 maanden naar Ecuador. De overige maanden van het jaar werk jij vanuit Nederland (…)
Mocht nu blijken dat werken vanuit Ecuador op één of andere wijze toch niet voor alle partijen een werkbare situatie is, dan zal in gezamenlijkheid gezocht worden naar een passende oplossing.
Als er iets verandert, geldt deze verandering ook voor jou
Je huidige arbeidsvoorwaarden blijven gelden. Verandert er in de toekomst iets in wetgeving, cao of in de personeelsregelingen van [de werkgever] , dan gelden deze veranderingen ook voor jou.” (…)”.
Werkend vanuit Ecuador
Eind juni 2020 is de werknemer met zijn gezin vertrokken naar Ecuador. In verband met de coronapandemie komt de werknemer pas in oktober 2021 voor het eerst weer naar Nederland.
Vanaf 2022 werkt de werknemer voornamelijk vanuit Ecuador.
Beleid t.a.v. workations
In april 2023 heeft de werkgever een beleid ingevoerd ten aanzien van kortdurende periodes waarin werknemers vanuit het buitenland mogen werken, zogenoemde ‘workations’.
De werkgever heeft de werknemer in december 2024 gemeld dat hij niet meer bereid is om mee te werken aan de continuering van het werken vanuit Ecuador en dat hij die werkwijze wil afbouwen.
Overgangsregeling
De werkgever heeft op 22 mei 2025 een overgangsregeling voorgesteld: de werknemer moet uiterlijk op 1 februari 2027 (later bijgesteld naar 1 augustus 2025) aan het geldende workation-beleid voldoen. Partijen hebben hierover uitgebreid gecorrespondeerd maar het is hen niet gelukt overeenstemming te bereiken.
Naar de rechter
De werknemer stapt naar de rechter. De werknemer verzoekt om continuering van de met hem afgesproken werkregeling waardoor hij zijn werkzaamheden voor de werkgever hoofdzakelijk vanuit Ecuador te blijven verrichten.
Arbeidsvoorwaarde geworden
Anders dan de werkgever heeft betoogd, oordeelt de kantonrechter dat het werken vanuit Ecuador voor de werknemer een arbeidsvoorwaarde is geworden. De werkgever mag deze arbeidsvoorwaarde van de werknemer niet eenzijdig wijzigen.
Onvoldoende maatwerk geleverd
Het lag op de weg van de werkgever, als goed werkgever, om op het punt van het workation beleid ten aanzien van de werknemer (opnieuw) maatwerk te leveren en rekening te houden met de belangen van de werknemer. Te meer omdat die belangen eerder de aanleiding hebben gevormd om werken op afstand toe te staan en in de loop van de tijd ook niet zijn gewijzigd. Daar heeft de werkgever onvoldoende blijk van gegeven.
Overgangsregeling
De door de werkgever voorgestelde overgangsregeling is gericht op de situatie dat de werknemer permanent vanuit Nederland werkt en dat neemt het belang van de werknemer bij het kunnen werken vanuit Ecuador niet weg.
Op de mondelinge behandeling is wel gebleken dat de werkgever voor wat betreft het workation-beleid maatwerk heeft verricht ten aanzien van een werknemer met medische beperkingen in België.
Arbeidsvoorwaarde niet wijzigen
Omdat het remote werken vanuit Ecuador als een arbeidsvoorwaarde moet worden aangemerkt voor de werknemer kan de werkgever die arbeidsvoorwaarde niet met een beroep op zijn instructierecht van artikel 7:660 BW wijzigen.
Geen zwaarwichtig belang
Op dit moment is ook onvoldoende gebleken van voldoende zwaarwegende belangen aan de kant van de werkgever die een wijziging van de huidige werkwijze rechtvaardigen terwijl het belang van de werknemer bij continuering van die werkwijze onverminderd groot is.
De kantonrechter verklaart voor recht dat de werkgever de internationale werkregeling met de werknemer moet continueren op de wijze waarop daar tot nu toe uitvoering aan is gegeven,
Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland, 28 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6719

