Pgb-houders die nog niet in beeld zijn bij de overheid krijgen extra tijd om dit te regelen. Het kabinet gaat daartoe het wetsvoorstel aanpassing Regeling dienstverlening aan huis wijzigen. Deze regeling geldt voor pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst van maximaal 3 dagen.
Pgb-houders die via gemeenten of zorgkantoren worden betaald, werden in de nieuwe wet al gecompenseerd.
Uitspraak Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) oordeelde in 2023 dat de Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) tot indirecte discriminatie leidt en daarom onrechtmatig is.
Volgens de rechter hebben zorgverleners die worden betaald uit een pgb dezelfde rechten als alle andere werknemers, ook als zij maar maximaal 3 dagen per week werken. Dit betekent dat ze hun loon krijgen doorbetaald als ze ziek zijn, dat ze een uitkering krijgen bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid en dat er voor hen werknemerspremies moet worden betaald.
Wetsvoorstel Regeling dienstverlening aan huis
Met het wetsvoorstel Regeling dienstverlening aan huis geeft het kabinet opvolging aan deze rechterlijke uitspraak. Het wetsvoorstel regelt dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de pgb-houders zo veel mogelijk ondersteunt en ontzorgt.
SVB gaat namens de pgb-houder premie en loonbelasting afdragen. Bij ziekte neemt de SVB bij ziekte de loonkosten over, zodat de pgb-houder een nieuwe zorgverlener kan aannemen. Ook is er via de SVB een arboarts beschikbaar die kan helpen bij re-integratie.
Pgb via de zorgverzekeraar
Mensen die een pgb via hun zorgverzekeraar krijgen, kunnen de salarisadministratie door de SVB laten doen. Er is een groep die dit al doet. Zij krijgen via de SVB straks ondersteuning bij hun werkgeversverplichtingen. Ook is er een manier gevonden om hen via de SVB te compenseren voor de extra werkgeverskosten.
Voor de groep die nog niet in beeld is bij de overheid komt dezelfde mogelijkheid. Zij kunnen hun salarisadministratie dan ook via de SVB laten lopen. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel wordt voor deze groep uitgesteld tot een nadere datum. Dit geeft hen de gelegenheid dit alsnog te regelen.
Terugwerkende kracht tot 1 januari 2026
Het wetsvoorstel ligt sinds mei in de Tweede Kamer en moet op 1 januari 2026 in werking treden. Aangezien het wetsvoorstel leidt tot een flinke aanpassing van de werkwijze voor de SVB is er vorig jaar begonnen met het invoeren van de wijziging. Ook zorgkantoren, gemeenten en zorgverzekeraars hebben hun werkwijze al aangepast.
Als het wetsvoorstel niet in werking treedt op 1 januari 2026 zijn er grote gevolgen voor budgethouders, zorgverleners en uitvoeringsinstanties. Tegelijkertijd is een behandeling in beide Kamers voor 1 januari onwaarschijnlijk. Het kabinet kent daarom terugwerkende kracht toe aan het wetsvoorstel, vanaf het moment dat beide Kamers ermee instemmen terug tot 1 januari 2026.

