Partijen zijn een arbeidsovereenkomst voor de functie van beveiliger aangegaan en de werkgever heeft de werknemers vervolgens als conducteur tewerkgesteld. De cao Particuliere Beveiliging is op de arbeidsovereenkomsten van toepassing verklaard.
Uitzonderingsbepaling
Na jaren doet de werkgever een beroep op de uitzonderingsbepaling van artikel 3, lid 2 van de cao omdat de werknemers normaal geen beveiligingswerk doen. De werknemers komen daardoor volgens werkgever niet in aanmerking voor een loonsverhoging.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemers normaal geen beveiligingswerk verricht(t)en. De werknemers kunnen toch aanspraak maken op de arbeidsvoorwaarden zoals die gelden voor werknemers die niet onder deze uitzonderingsbepaling vallen.
Uitzonderingsbepaling niet van toepassing
Volgens de kantonrechter is namelijk sprake van verworven rechten. De werknemers mochten er, gelet op de verklaringen en gedragingen van werkgever, redelijkerwijs op vertrouwen dat de uitzonderingsbepaling niet op hen van toepassing was. Dit betekent onder meer dat de werknemers per 1 januari 2023 aanspraak kunnen maken op een loonsverhoging van 5,56%.
Twee vragen
In deze zaak spelen twee vragen:
- Verrichten de werknemers beveiligingswerkzaamheden in de zin van de cao Particuliere Beveiliging (beoordeeld onder de oude dan wel de nieuwe cao) en is op de werknemers de uitzondering van artikel 3 van die cao van toepassing?
- Als die uitzondering inderdaad op de werknemers van toepassing is, kunnen de werknemers toch – op basis van een bestendige gedragslijn – aanspraak maken op de arbeidsvoorwaarden zoals die gelden voor werknemers die níet onder de uitzondering vallen?
Functie van beveiliger
Artikel 3 lid 2 van de oude cao is van toepassing als je normaal geen beveiligingswerk doet.
De werknemers stellen dat op de grond van de feitelijke uitvoering van hun werkzaamheden, de benaming van de functie van beveiliger in de arbeidsovereenkomsten en in de personeelsadministratie en het in bezit zijn van een beveiligingspas door een aantal werknemers moet worden geoordeeld dat zij de functie van beveiliger uitvoer(d)en.
De werknemers stellen dat een erkend beveiligingsdiploma vereist was op het moment dat zij bij de werkgever in dienst traden en dat dit ook noodzakelijk was om de werkzaamheden als conducteur, die ook beveiligingstaken bevat, te mogen uitvoeren. De werknemers beschikken ook allen over een diploma.
Meestal geen beveiligingswerk
Volgens de kantonrechter vallen de werkzaamheden van de werknemers onder de uitzonderingsbepaling van artikel 3, lid 2 van de oude cao. De werknemers hebben onvoldoende weersproken dat zij normaal gesproken (doorgaans, meestal) geen beveiligingswerk doen.
De kantonrechter stelt verder vast dat met de inwerkingtreding van de nieuwe cao en de daarin opgenomen toelichting en verwijzing naar functiegroepen in bijlage II duidelijker is geworden welke personen (geen) beveiligingswerk verrichten.
De werkgever stelt zich op het standpunt dat de werkzaamheden van werknemers niet als beveiligingswerk in de zin van bijlage II van de nieuwe cao kunnen worden gezien. Dit verweer is niet door de werknemers weersproken.
Verworven recht
Kunnen de werknemers toch – op basis van een bestendige gedragslijn – aanspraak maken op de arbeidsvoorwaarden zoals die gelden voor werknemers die niet onder de uitzondering vallen?
Is sprake van een verworven recht?
Volgens de kantonrechter is sprake van een door de werknemers verworven recht. De kantonrechter slaat in dit verband acht op de mededelingen van de werkgever bij aanvang van de arbeidsovereenkomsten en op de gedragingen van de werkgever in de periode daarna.
De werkgever heeft de werknemers een arbeidsovereenkomst voor de functie van beveiliger aangeboden en toegezegd dat daarop de arbeidsvoorwaarden van de cao Particuliere Beveiliging van toepassing zijn. De werknemers hebben dit aanbod aanvaard. Vervolgens heeft de werkgever de werknemers als conducteur tewerkgesteld.
Recht op loonsverhoging
Het voorgaande betekent voor de werknemers dat artikel 3 van de (oude en nieuwe) cao niet op hen van toepassing is en dat de werknemers met ingang van 1 januari 2023 recht hebben op een loonsverhoging van 5,56%, zoals bij brief van 21 november 2022 is aangekondigd aan alle werknemers van de werkgever die niet onder de uitzonderingssituatie van artikel 3 vielen.
Uitspraak Rechtbank Noord-Holland, 26 november 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:13812

