De vordering tot wedertewerkstelling wijst de kantonrechter toe. Ook de vordering tot betaling van loon wordt toegewezen vanaf het moment dat de werknemer zich bereid heeft verklaard de passende werkzaamheden te verrichten.
Waar gaat deze zaak over?
De werknemer is op 17 juli 2014 in dienst getreden van de werkgever. De laatste functie van de werknemer is Operations Specialist.
De werknemer heeft zich op 4 mei 2022 ziek gemeld.
Tussen de werknemer en de werkgever bestond ten tijde van de ziekteperiode een conflict over de door de werkgever in het kader van de re-integratie aangeboden taken en werktijden.
In een deskundigenoordeel van het UWV van 26 juni 2023 heeft het UWV geoordeeld dat de aangeboden arbeid niet passend is.
In een tweede deskundigenoordeel van dezelfde datum heeft het UWV geoordeeld dat de re-integratie-inspanningen van de werkgever onvoldoende zijn.
De werknemer is met ingang van januari 2024 gestart met re-integratie in spoor twee bij een externe werkgever in de functie van eventmanager.
De aanvraag voor een WIA-uitkering door de werknemer is bij besluit van 23 mei 2024 door het UWV afgewezen.
Bij besluit van 12 juli 2024 is aan de werknemer een WW-uitkering toegekend. Deze uitkering loopt tot half oktober 2025.
De werknemer is tot 30 juni 2024 gedetacheerd geweest in het kader van de re-integratie in het tweede spoor. Per 15 augustus 2024 heeft de werkgever de loondoorbetaling gestaakt.
Op 20 augustus 2024 heeft tussen de werkgever en de werknemer een gesprek plaatsgevonden. Partijen hebben daarna tot begin 2025 onderhandeld over beëindiging van de arbeidsovereenkomst door middel van een vaststellingsovereenkomst maar zijn daar niet uitgekomen.
Regelmatig werkrooster
De werknemer heeft op 16 mei 2025 onderzoek laten doen door een onafhankelijke bedrijfsarts. In het advies is vermeld, voor zover relevant:
“Een regelmatig werkrooster is noodzakelijk om adequaat te kunnen functioneren en om voldoende herstel mogelijk te maken vóór aanvang van een volgende dienst. Een ochtenddienst sluit beter aan bij soort aandoeningen waar de werknemer mee te maken heeft.
Werknemer kan op den duur terugkeren in eigen werk“.
Toelating tot eigen werk
Bij brief van 22 mei 2025 heeft de gemachtigde van de werknemer de werkgever het advies van de onafhankelijke bedrijfsarts doen toekomen en verzocht hem per 29 mei 2025 toe te laten tot het verrichten van zijn eigen werkzaamheden in een vast rooster of tot andere passende werkzaamheden waarin rekening wordt gehouden met de door de bedrijfsarts genoemde beperkingen. Ook is verzocht de loonbetalingen met ingang van augustus 2024 te hervatten.
De werkgever heeft hier afwijzend op gereageerd. Hij is van mening dat de inhoud van de onafhankelijke bedrijfsarts niet juist is, omdat daarin beperkingen in het sociaal en emotioneel functioneren niet terugkomen. Daarom laat de werkgever de werknemer niet tot het werk toe en laat hem oproepen voor een arbeidsdeskundig onderzoek bij de Arbodienst.
De werknemer op 11 juli 2025 gezien door de bedrijfsarts. In de terugkoppeling heeft deze vermeld, voor zover relevant:
“Het is aan werkgever te motiveren de reden waardoor dhr. de werknemer wel | niet zou kunnen re-integreren gelet op (…) (duurzame) beperkingen | voorwaarden.”
In een mail van 15 juli 2025 heeft de gemachtigde van de werknemer, onder verwijzing naar het advies van de bedrijfsarts van 11 juli 2025, opnieuw verzocht tot wedertewerkstelling.
Naar de rechter
Daarna is de werknemer naar de rechter gestapt.
De vordering van de werknemer is een loonvordering en is dus naar zijn aard spoedeisend. De WW-uitkering van de werknemer eindigt op korte termijn en dan heeft hij geen inkomen meer.
Werken volgens vast rooster
De werknemer heeft zich uitdrukkelijk bereid verklaard tot het verrichten van het werk van Operations Specialist in een vast rooster. Hij baseert zich daarbij op het advies van zowel de onafhankelijke bedrijfsarts als de door de werkgever ingeschakelde bedrijfsarts.
Voor zover de werknemer heeft gesteld dat de functie van Operations Specialist passend is, is de kantonrechter het daar niet mee eens. Uit de onder de feiten weergegeven arbeidsdeskundige rapportages volgt dat deze functie gekenmerkt wordt door een onregelmatig rooster en dat de werknemer op dit punt om medische reden beperkt is. Zonder aanpassingen is de functie dus niet passend.
Functie aanpassen
Waar het in deze zaak echter om gaat is of van de werkgever gevergd kan worden dat hij de functie van Operations Specialist zodanig aanpast dat deze wel passend is. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is en licht dat als volgt toe.
Niet in geschil is dat de aanpassing waar het om gaat bestaat uit het wegnemen van de onregelmatigheid in het rooster.
Onevenredige belasting
De werkgever voert twee redenen aan waarom het aanbieden van een vast rooster niet mogelijk is. Het meest verstrekkende argument is dit zou leiden tot een onevenredige belasting van de overige werknemers.
De kantonrechter overweegt dat in de arbeidskundige rapportages het argument van een onevenredige belasting van andere werknemers door de werkgever niet is genoemd als reden voor het niet kunnen aanbieden van een vast rooster. Integendeel, in het rapport van 10 februari 2023 heeft de werkgever hiervoor als (enige) reden genoemd dat dit niet mogelijk is vanwege het centrale roostersysteem dat is ingevoerd.
De werkgever heeft in deze procedure ook niet voldoende onderbouwd waarom een vast rooster voor de werknemer tot een onevenredige belasting leidt van andere werknemers.
Dat een structureel vast rooster tot spanningen in het team leidt heeft de werkgever, opnieuw vanwege onduidelijkheid over de vragen over de extra inspanning van die collega’s en hun wensen ten aanzien van hun werktijden, evenmin onderbouwd.
De conclusie is dat de onevenredige belasting van andere collega’s niet aannemelijk is geworden en er dus geen reden is voor de werkgever om geen vast rooster aan te bieden in het kader van re-integratie van de werknemer.
Verlies vaardigheden
Dit geldt ook voor het tweede argument van de werkgever, te weten dat de werknemer, als hij structureel geen openings- en sluitingsdiensten zou verrichten, bepaalde vaardigheden zou verliezen. Aangezien de werknemer in elk geval gedurende zeven maanden per jaar openingsdiensten kan draaien en elke zondag een sluitingsdienst, valt niet in te zien hoe dit tot het verlies aan vaardigheden zou kunnen leiden.
Wedertewerkstelling
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat de functie Operations Specialist met een vast rooster passende arbeid is en dat van de werkgever kan worden gevraagd dat hij zijn organisatie zo aanpast dat de werknemer kan werken. De vordering tot wedertewerkstelling in de functie van Operations Specialist met een vast rooster wijst de kantonrechter daarom toe.
Loonvordering
De werknemer vordert primair betaling van zijn loon met ingang van 15 augustus 2024. Deze vordering wijst de kantonrechter af.
Voor toewijzing van het loon is vereist dat een werknemer zich bereid verklaart passende arbeid te verrichten en de werkgever daarvan gebruik moet maken. De werknemer heeft niet voldoende aannemelijk gemaakt dat hij zich in de periode tot de brief van 22 mei 2025 bereid heeft verklaard om de werkzaamheden te verrichten. Hij heeft in die periode een WW-uitkering aangevraagd en ontvangen en was met de werkgever in gesprek om tot een einde van de arbeidsovereenkomst te komen. Gelet daarop ziet de kantonrechter geen reden om nu in kort geding alsnog loon over deze periode toe te wijzen.
De subsidiair gevorderde ingangsdatum van 16 mei 2025 wordt ook afgewezen, aangezien de werknemer ook ten aanzien van die datum niet heeft gesteld dat hij zich bereid heeft verklaard de werkzaamheden te verrichten. Dit is gebeurd per brief van 22 mei 2025, zodat de vordering met ingang van die datum toewijsbaar is.
Uitspraak Rechtbank Den Haag, 23 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:22005

