De werknemer heeft voor de werkgever gewerkt als schoonmaker over de periode van 22 september 2024 tot en met augustus 2025. de werknemer zegt dat hij niet zijn volledige loon heeft ontvangen, ondanks dat hij hier herhaaldelijk om heeft gevraagd.
De werknemer heeft sinds september 2024 zijn loon niet (volledig) ontvangen. Een inkomen is essentieel voor levensonderhoud, daarom heeft hij een spoedeisend belang bij zijn vorderingen. Omdat er geen verweer is gevoerd, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stellingen van de werknemer, tenzij de vorderingen haar onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
Achterstallig loon
De kantonrechter stelt vast dat het bedrag aan achterstallig loon dat wordt gevorderd van € 20.822 bruto niet overeenkomt met de toelichting die is gegeven. In die toelichting wordt namelijk een totaalbedrag aan achterstallig loon genoemd van € 15.266 bruto, waarbij ook een optelsom van het achterstallige loon over 2024 (€ 2.110) en 2025 (13.156) wordt genoemd.
Deze tegenstrijdigheid heeft de kantonrechter tijdens de zitting ook besproken met de gemachtigde van de werknemer. De gemachtigde van de werknemer heeft toen niet kunnen uitleggen waarom € 20.822 bruto moet worden toegewezen.
Bruto of netto?
Omdat de kantonrechter niet kan vaststellen dat het juiste bedrag € 20.822 bruto had moeten zijn en dit ook niet volgt uit de berekeningen die de werknemer in de dagvaarding heeft gemaakt, neemt zij het bedrag van € 15.266 bruto als uitgangspunt. Uit enkele punten van de dagvaarding blijkt alleen dat ook die berekening niet juist is, omdat daarbij bruto- en nettobedragen door elkaar zijn gebruikt.
De werknemer heeft nooit loonstroken ontvangen, zodat het brutobedrag dat hoort bij de betaalde bedragen niet bekend is. Het is echter niet juist om nettobedragen in mindering te brengen op het bruto nog te betalen loon.
Uit de dagvaarding blijkt dat het bedrag dat volgens de werknemer over 2024 aan loon betaald had moeten worden € 5.490 bruto bedroeg. Er is een nettobedrag over 2024 betaald van € 3.380. Het bedrag dat de kantonrechter over 2024 kan toewijzen is daarom een bedrag van € 5.490 bruto waarop een bedrag van € 3.380 netto in mindering strekt.
Het bedrag aan loon dat over 2025 had moeten worden betaald bedroeg volgens de werknemer
€ 16.437 bruto. Op dat bedrag strekt een bedrag van € 3.191 netto in mindering.
Berekenen waarop werknemer nog recht heeft
Het totaal brutobedrag aan loon over 2024 en 2025 komt daarmee op € 21.927 (€ 5.490 + € 16.437), waarop een totaal nettobedrag van € 6.571 (€ 3.380 + € 3.191) in mindering strekt. De hoogte van dat bedrag kan de kantonrechter, gelet op de nettobedragen die op de brutobedragen in mindering strekken, niet berekenen.
De werkgever moet aan de hand van de hiervoor genoemde bedragen berekenen (en daarvan bruto/netto specificaties overleggen), wat het brutobedrag is waar de werknemer nog recht op heeft.
De wettelijke rente en de wettelijke verhoging over het achterstallige loon is toewijsbaar, omdat vaststaat dat de werkgever het loon te laat (en niet volledig) heeft betaald. Voor matiging van de wettelijke verhoging ziet de kantonrechter geen aanleiding.
Vakantiedagen
De werknemer zegt dat hij op grond van artikel 28 van de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 10% vakantie-uren opbouwde over ieder gewerkt uur. Deze vordering komt de kantonrechter ook niet ongegrond of onrechtmatig voor, zodat over het achterstallige loon 10% aan vakantiedagenopbouw moet worden betaald door de werkgever.
Ook voor deze vordering geldt dat de kantonrechter de hoogte van dat bedrag niet kan berekenen, gelet op de nettobedragen die nog op de bruto bedragen in mindering strekken. De werkgever moet berekenen (en daarvan bruto/netto specificaties overleggen), wat het brutobedrag is waar de werknemer nog recht op heeft. Daarbij moet de werkgever uitgaan van de voorgaande bedragen. Over het totaalbedrag aan brutoloon dat dan resteert, moet 10% worden gerekend voor de opgebouwde vakantiedagen.
Vakantietoeslag
De kantonrechter stelt vast dat in de toelichting van de dagvaarding ook een bedrag aan vakantietoeslag wordt genoemd waarop de werknemer recht zou hebben. Deze vordering ontbreekt in de dagvaarding. Dit betekent dat de kantonrechter dit bedrag niet kan toewijzen, omdat het niet gevorderd is.
De kantonrechter merkt op dat de werkgever uiteraard wel vakantietoeslag moet betalen aan de werknemer, omdat dit uit de wet en de cao volgt, maar in deze procedure kan dat bedrag niet worden toegewezen. Om een eventuele volgende procedure te voorkomen, doet de werkgever er verstandig aan de vakantietoeslag vrijwillig te betalen.
Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland, 13 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6107

