Wat was de aanleiding was om binnen twee weken na de benoeming als minister van SZW, de inhoudingsmogelijkheid van huur op het wettelijk minimumloon in stand te willen houden?
Als gevolg van het besluit van de voorganger van minister Paul heeft het ministerie van SZW regelgeving (in een Algemene maatregel van Bestuur – AmvB) voorbereid om de inhoudingsmogelijkheid trapsgewijs af te bouwen. Aan Paul is deze AMvB voorgelegd om te versturen voor advies aan de Raad van State. Op dat moment heeft zij het besluit gewogen en daarin een andere keuze gemaakt.
Verkenning naar inhoudingsmogelijkheid
De minister heeft eigenstandig op basis van de informatie die er lag een besluit genomen. De basis voor deze afweging is de uitgevoerde ambtelijke verkenning naar de inhoudingsmogelijkheid. Haar voorganger heeft die verkenning op 6 februari 2025 met de Tweede Kamer gedeeld.
In deze verkenning zijn de voor- en nadelen van de inhoudingsmogelijkheid op een rij gezet. Er is destijds gesproken met de Arbeidsinspectie, vakbonden FNV, CNV en VCP, werkgeversorganisaties VNO-NCW/MKB-NL, AWVN, LTO, ABU en NBBU, werkgevers in de uitzend-, land- en tuinbouwsector.
Regeling in stand houden
Het ministerie van SZW heeft op 28 augustus 2025 een kopie ontvangen van een brief die door VNO-NCW/MKB-Nederland is verstuurd aan leden van de Tweede Kamer (ten behoeve van het Commissiedebat arbeidsmigratie). Hierin pleiten partijen gepleit voor het in stand houden van deze regeling. Dat standpunt was eerder door VNO-NCW/MKB-Nederland gedeeld tijdens de verkenning. De brief gaf daarmee een bekend standpunt weer. Op 1 oktober is door de SZW-ambtenaren het besluit medegedeeld aan de sociale partners in de Stichting van de Arbeid.
Inhoudingsregeling
Gelet op de huidige situatie op de woningmarkt zijn arbeidsmigranten nu voor hun huisvesting vaak afhankelijk van hun werkgever, helemaal als zij nieuw zijn in Nederland. De inhoudingsregeling faciliteert dat werkgevers huisvesting regelen. Dit gebeurt volgens de minister op een transparante wijze (zichtbaar op het loonstrookje), voor een gemaximeerd deel van het Wml (25%) en alleen voor gecertificeerde huisvesting of huisvesting door een woningcorporatie.
De inhoudingsmogelijkheid maakt het voor werkgevers en werknemers makkelijker om de huurbetaling vooraf te regelen en beperkt incassorisico’s voor de aanbieders van huisvesting. In die zin kan de inhoudingsmogelijkheid zowel de arbeidsmigrant, als de aanbieder van huisvesting ontzorgen. De Arbeidsinspectie controleert op de voorwaarden van de inhoudingsregeling op het minimumloon.
Er zijn wel werkgevers die de regeling misbruiken. De regeling vergroot de afhankelijkheid voor arbeidsmigranten van werkgevers en kan bijdragen aan een onwenselijk verdienmodel. Alles overwegende, is het oordeel dat het afschaffen van de inhoudingsmogelijkheid op dit moment meer nadelen dan voordelen voor de arbeidsmigrant heeft. Daarnaast geldt dat misstanden nooit volledig zijn uit te sluiten.
Positie arbeidsmigranten verbeteren
Het blijft belangrijk om beleid te maken dat rekening houdt met de kwetsbare positie van veel arbeidsmigranten. Daarom zet het kabinet zich in om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren door uitvoering te geven aan verschillende aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, ook op het terrein van huisvesting. Die maatregelen gaan ervoor zorgen dat op termijn afschaffing van de inhoudingsregeling minder nadelen krijgt en de weging anders uit kan pakken.
Huurovereenkomst én arbeidsovereenkomst
Per 1 juli 2023 is de Wet Goed Verhuurderschap inwerking getreden. Die wet verplicht verhuurders om bij verhuur aan arbeidsmigranten, de huurovereenkomst afzonderlijk van de arbeidsovereenkomst vast te leggen. Het doel van het scheiden van de huurovereenkomst en de arbeidsovereenkomst is dat de arbeidsmigrant inzake zijn huisvesting minder afhankelijk wordt van de werkgever.
Het kan dan nog steeds zijn dat dezelfde partij deze contracten aanbiedt, maar de scheiding zorgt ervoor als het arbeidscontract wordt beëindigd de huisvesting niet ook per definitie direct beëindigd wordt, omdat er een apart huurcontract is. Dat draagt bij aan een sterkere positie van de arbeidsmigrant. Deze wetgeving is een goede stap in het minder afhankelijk maken van arbeidsmigranten ten opzichte van werkgevers.
Het op termijn afschaffen van de inhoudingsmogelijkheid zou een volgende stap kunnen zijn, maar er zijn eerst nog meer stappen op het terrein van huisvesting nodig voordat het verantwoord is om de inhoudingsregeling voor huisvesting af te schaffen.

