Het doel van de voorgestelde aanpassing in het Belastingplan 2026 is om deelfietsen, zoals hubfietsen, vrij te stellen van belastingheffing.
Een hubfiets is een fiets die op een hub staat ergens onderweg op de route tussen het woon- en werkadres. Een hubfiets gaat daarom per definitie niet mee naar huis. Hierdoor hoeft niet getoetst te worden of de fiets al dan niet meer dan bijkomstig bij het woon- of verblijfadres wordt gestald. Dat deze toets niet nodig is, geldt ook voor andere type deelfietsen, zoals een dienstfiets en een ov-fiets. De dienstfiets staat op de werkplek en wordt afwisselend gebruikt door meerdere werknemers die op eigen gelegenheid naar de werkplek zijn gegaan. Ook ov-fietsen worden alleen in uitzonderingssituaties mee naar huis worden genomen. Het kabinet schat daarom in dat de regeldruk wat betreft deelfietsen beperkt blijft.
Reiskostenvergoeding naast leasefiets?
Het is goed dat de werkgever een prikkel krijgt om elektrische auto’s ter beschikking te stellen, maar hoe kan elektrisch rijden aantrekkelijk worden gemaakt voor de werknemer?
Dat kan bijvoorbeeld door het verlengen van de korting op de bijtelling vanwege privégebruik, maar het is misschien nog beter als een werknemer kiest voor de fiets.
De Fietsersbond heeft voorgesteld dat werknemers die kiezen voor een leasefiets, daarnaast ook de onbelaste reiskostenvergoeding kunnen ontvangen. Het kabinet heeft als flankerend beleid ook overwogen om de korting op de bijtelling te verlengen voor emissievrije auto’s, maar heeft hier uiteindelijk niet toe besloten vanwege de budgettaire gevolgen.
Fiets ter beschikking stellen
Een werkgever kan ervoor kiezen om een fiets aan werknemers ter beschikking te stellen. Voor de onder de inkomstenbelasting vallende ondernemer geldt een soortgelijke bepaling om de onttrekking vast te stellen.
Als de fiets ook voor privégebruik ter beschikking wordt gesteld, wordt het belaste voordeel op jaarbasis vastgesteld op 7% van de waarde van de fiets. Als de fiets voor woon-werkverkeer of overige zakelijke ritten wordt gebruikt, is het niet meer mogelijk om daarnaast ook een gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding te betalen. Dat komt doordat de werkgever de reiskosten al voor haar rekening heeft genomen door de fiets ter beschikking te stellen. Er is daarmee al sprake van vervoer dat wordt geregeld en gefinancierd door de werkgever. Het kabinet is daarom niet van plan om een aanpassing voor te stellen.
Het staat de werkgever vrij om naast het ter beschikking stellen van de fiets wel een onbelaste reiskostenvergoeding te vergoeden als hij deze vergoeding ten laste van de vrije ruimte brengt.
Renteloze personeelslening
Het is nu al mogelijk voor een werkgever om te zorgen dat een werknemer fiscaalvriendelijk een fiets kan aanschaffen, met behoud van de gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding. Een werkgever kan namelijk een renteloze personeelslening verstrekken aan een werknemer voor de aanschaf van een (elektrische) fiets.
Gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding
Normaal gesproken kwalificeert het niet in rekening brengen van rente als belast loon. Als de lening wordt gebruikt om een fiets aan te schaffen, geldt voor dit voordeel een nihilwaardering. Deze lening kan vervolgens in maandelijkse termijnen worden afgelost. In dit geval is de bijtelling niet van toepassing en kan de werkgever de gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer blijven toepassen.
Tegemoetkoming voor fiets
Kan de staatssecretaris inzicht geven in de stappen die benodigd zijn om het kiezen van een fiets fiscaal aantrekkelijker en eenvoudiger te maken?
Werkgevers kunnen zelf bepalen of en zo ja op welke wijze zij een tegemoetkoming geven aan werknemers voor een fiets. Dat kan bijvoorbeeld door:
- Een (onbelaste) vergoeding te geven voor de aanschaf van een fiets door deze vergoeding ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling te brengen.
- Een fiets (onbelast) verstrekken door de waarde in het economische verkeer van deze fiets ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling te brengen.
- Een fiets in bruikleen geven. Hiervoor geldt een bijtelling van 7% van de cataloguswaarde per jaar. Deze bijtelling kan de werkgever ten laste van de vrije ruimte voor de werkkostenregeling brengen. Na verloop van 5 jaar bedraagt de restwaarde van de fiets nihil en kan deze fiets in eigendom worden gegeven aan de werknemer zonder dat sprake is van een loonvoordeel.
- De werkgever neemt de leasekosten van een fiets voor zijn rekening. Afhankelijk van de vormgeving komen de leasekosten ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling of is fiscaal sprake van een fiets in bruikleen geven (bijtelling).
- Een renteloze lening verstrekken voor de aanschaf van een fiets. Het rentevoordeel wordt op nihil gewaardeerd.
- Een reiskostenvergoeding geven van maximaal € 0,23 per zakelijke kilometer die wordt gereden met de eigen fiets. Dit zijn naar aard en kenmerk verschillende voorzieningen.
Het ligt niet voor de hand om de verschillen tussen de fiscale gevolgen van deze voorzieningen te verkleinen. Een eventueel vereenvoudigingsvoorstel zou kunnen zijn om te regelen dat er wel belasting is verschuldigd als een renteloze lening wordt verstrekt voor de aanschaf van een fiets. Het kabinet is, mede gelet op haar demissionaire status, niet van plan om aanpassingen voor te stellen.
Schriftelijke beantwoording WGO I – pakket Belastingplan 2026

