De Begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2026 bevat informatie over de te nemen maatregelen op het gebied van onder meer de arbeidsmarkt, arbeidsongeschiktheid, pensioen, koopkracht en kinderopvang. Salaris Vanmorgen heeft de belangrijkste maatregelen voor salaris- en HR-professionals op een rij gezet.
Het kabinet is sinds 2 juni 2025 demissionair. Maar het blijft zich inzetten voor werk, bestaanszekerheid en perspectief voor iedereen. Ook blijft het kabinet werken aan grip op arbeidsmigratie.
De Nederlandse economie blijft sterk in onzekere tijden. De economie laat de komende jaren een gematigde groei zien. Ook daalt de armoede. Lonen nemen meer toe dan de inflatie, waardoor de koopkracht voor de meeste mensen stijgt. Huishoudens hebben meer te besteden.
Er zijn echter ook veel Nederlanders met zorgen. Over hun bestaanszekerheid, veiligheid en de toekomst. Ondanks de demissionaire status blijft het kabinet zich inzetten om deze zorgen aan te pakken.
Het kabinet richt zich op een goed functionerende arbeidsmarkt, bestaanszekerheid vooriedereen en een veerkrachtige samenleving. Daarbij wil het bijdragen aan het versterken van sociale cohesie om polarisatie tegen te gaan. Ook tijdens een crisis of conflict.
Uitdagingen in sociale zekerheid
Regels voor uitkeringen, toeslagen en andere aanvullingen zijn te ingewikkeld. Daardoor maken
sommige mensen geen gebruik van regelingen waar zij recht op hebben. De angst om een bedrag terug te moeten betalen draagt hieraan bij. Hierdoor lopen mensen inkomsten mis en dat kan leiden tot geldzorgen. Tegelijk is het aantal huishoudens met problematische schulden de afgelopen jaren
toegenomen naar 8,9%. Dit percentage daalt niet, ondanks de economische groei en de dalende armoedecijfers.
Met proactieve dienstverlening op een aantal regelingen dringt het ministerie van SZW het niet-gebruik van regelingen terug en met de herijking van het handhavingsinstrumentarium wordt ingezet op een zekerder en voorspelbaarder inkomen.
Hogere arbeidskorting
Het kabinet ondersteunt de koopkracht van werkenden door een verhoging van de arbeidskorting. Met hogere lonen en meer werkzekerheid wordt ook ongelijkheid tegengegaan. En met een gezonde en productieve werkomgeving blijven mensen duurzaam inzetbaar en kunnen zij doorwerken tot hun
pensioen.
Minimumjeugdloon per 2027 omhoog
Het minimumjeugdloon wordt per 1 januari 2027 verhoogd. Het kabinet ziet dit als een belangrijke stap naar meer bestaanszekerheid voor jongeren. Voor werknemers tussen de 16 en 20 jaar gaat het minimumloon stapsgewijs omhoog. Zo komt het dichter bij het reguliere minimumloon.
Vergoedingen voor kinderopvang omhoog
De vergoedingen voor kinderopvang worden verhoogd. Dat gebeurt in een aantal stappen, tot het nieuwe stelsel in 2029. Daarin betalen ouders een eigen bijdrage aan de kinderopvanginstelling zelf en wordt de kinderopvangtoeslag vervangen door directe financiering. Hierdoor nemen voor veel
werkende ouders de kosten van kinderopvang af.
Gelijker speelveld
Het kabinet wil de arbeidsmarkt toekomstbestendig maken, met aandacht voor arbeidsmigratie. We moeten af van een eenzijdige focus op werkgelegenheid, en juist meer aandacht hebben voor de kwaliteit van werk. Hierdoor ontstaat een gelijker speelveld tussen zelfstandigen en werknemers en tussen werknemers onderling waardoor schijnzelfstandigheid wordt teruggedrongen en het gebruik van flexibele contracten zich beperkt tot situaties waarin de aard van het werk daar om vraagt. Ook introduceert het kabinet een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus en andere uitleners van arbeidskrachten.
Arbeidsongeschiktheid
Het kabinet vereenvoudigt het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid met ‘praktisch beoordelen’ en het advies van de bedrijfsarts leidend maken bij de toetsing van het re-integratieverslag.
De huidige complexiteit maakt het stelsel voor zowel mensen als uitvoeringsorganisaties onwerkbaar.
Daarom zijn ingrijpende maatregelen noodzakelijk om het stelsel te verbeteren, te vereenvoudigen en weer uitvoerbaar te maken.
Naast deze twee oplossingen voor de korte termijn blijft er aandacht voor een fundamentele stelselherziening. Hierbij wordt gekeken naar de ideeën van de Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS). In het najaar van 2025 wordt het Interdepartementaal Beleidsonderzoek over de WIA opgeleverd.
Pensioenen
Het kabinet gaat zorgvuldig door met de pensioentransitie. In 2026 stappen steeds meer pensioenuitvoerders over naar nieuwe pensioenregelingen. De regelgeving over hoe pensioenuitvoerders hun deelnemers mee moeten nemen in de transitie wordt aangescherpt. De pensioensector rapporteert twee keer per jaar over hoe ze hun deelnemers hierin meenemen. Eventuele knelpunten worden tijdig gesignaleerd en opgelost.
Het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’ zorgt ervoor dat zo veel mogelijk mensen gezond hun pensioen bereiken. Dit akkoord is eind 2024 gesloten tussen het kabinet en sociale partners. Daarin staan afspraken over een gezamenlijke agenda voor duurzame inzetbaarheid.
Ook komt er een structurele en meer gerichte drempelvrijstelling voor regelingen voor vervroegd uittreden (RVU) met ijkmomenten. Het kabinet en de sociale partners houden samen de vinger aan de pols bij de voortgang van deze afspraken.
Arbeidsmarkt
Het kabinet gaat door met het arbeidsmarktpakket. Het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers is al aangeboden aan de Tweede Kamer. Hierbij is oog voor het duurzaam begeleiden van mensen naar werk en gaan we selectiever om met arbeidsmigratie. Daarvoor introduceert het kabinet onder andere een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus. Ook wordt een sectoraal uitzendverbod verkend.
Gezien de krapte op de arbeidsmarkt is iedereen hard nodig. Het kabinet werkt aan het wetsvoorstel voor de verkorting van de maximale WW-duur van 24 naar 18 maanden om de WW meer activerend te maken.
Het kabinet wil ondernemerschap stimuleren als deze bijdraagt aan een productieve economie. Daarom geven we zelfstandigen en werknemers duidelijkheid en bescherming. Wanneer werk je als werknemer en wanneer ben je zelfstandige? Met het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) wil het kabinet meer duidelijkheid geven.
Om de bestaanszekerheid van zelfstandigen te versterken werkt het kabinet aan een basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen (BAZ).
Het kabinet werkt daarnaast aan het behouden van voldoende personeel in tijden van crisis. Dit is een randvoorwaarde om de economie draaiende te houden. De Noodwet Arbeidsvoorziening wordt herzien. Deze wet voorziet in bevoegdheden en maatregelen voor de continuïteit van arbeid in noodsituaties.
Ook introduceert het kabinet het Wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis. Daarmee wil het kabinet levensvatbare bedrijven ondersteunen. Werkgevers krijgen hiermee meer flexibiliteit, omdat werknemers
intern op een andere plek ingezet kunnen worden. Voor werknemers vergroot dat de kans dat zij ondanks een crisis hun baan behouden.
Daarbij vergroot het kabinet de wendbaarheid van kleine en middelgrote werkgevers bij de re-integratieverplichtingen door eerder duidelijkheid te creëren over het vervangen van langdurig zieke werknemers.
Per 1 januari 2025 geldt het lagere WW-tarief bij overwerk voor werknemers met een vast contract van gemiddeld meer dan 30 uur per week. Hierdoor krijgen werkgevers meer mogelijkheden om werknemers met een groot vast contract flexibeler in te zetten tegen de lage WW-premie.
Het verlofstelsel wordt eenvoudiger.
Het kabinet verkent mogelijkheden om het cao-stelsel te versterken.
Gezond en veilig werken
Het kabinet werkt aan meerdere thema’s uit de Arbovisie van 2040. Gezond en veilig werken is niet altijd een vanzelfsprekendheid. Het doel van de Arbovisie 2040 is dan ook nul doden en fors minder ongevallen en zieken door werk. Zo wordt de beschikbaarheid en kwaliteit van risico-inventarisaties en -evaluaties (RI&E’s) verbeterd. Daarnaast richt het kabinet zich op het vergroten van de werkbaarheid van arboregelgeving. Hiermee komt er minder regeldruk.
Kinderopvang
Het kabinet gaat de financiering van kinderopvang verbeteren. De onzekere en ingewikkelde kinderopvangtoeslag gaat verdwijnen. In plaats daarvan vragen kinderopvangorganisaties straks de vergoeding voor kinderopvang aan bij de overheid. De overheid betaalt deze vergoeding daarna uit aan
de kinderopvangorganisaties. De hoogte van de vergoeding is straks niet meer afhankelijk van het inkomen van ouders. Ouders betalen vervolgens een eigen bijdrage aan de kinderopvangorganisatie. In 2026 stuurt het kabinet een wetsvoorstel voor deze nieuwe financiering naar de Tweede Kamer.
Het kabinet verhoogt nu al de vergoedingen voor kinderopvang. De komende jaren verhogen we de vergoedingspercentages in de kinderopvangtoeslag steeds in stappen, zodat in 2029 alle werkende ouders het maximale vergoedingspercentage krijgen.
Compensatie transitievergoeding
Het kabinet streeft ernaar om per 1 juli 2026 de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid (Compensatieregeling LAO) te beperken tot kleine werkgevers. Alleen kleine werkgevers kunnen dan nog een beroep doen op deze compensatieregeling wanneer zij een transitievergoeding hebben betaald aan een werknemer waarvan de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is beëindigd. Met deze maatregel wordt een besparing
gerealiseerd wat bijdraagt aan houdbare overheidsfinanciën.
Voor de definitie van «kleine werkgever» wordt aansluiting gevonden bij de definitie die krachtens artikel 36, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) wordt gehanteerd in artikel 2.19d van het Besluit Wfsv: degene die als kleine werkgever wordt aangemerkt voor de gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof).
Deze definitie van kleine werkgever wordt per 1 juli 2026 ook gehanteerd voor de compensatieregeling transitievergoeding bij beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming vanwege pensionering of overlijden van de werkgever.
LIV en LKV
Op 1 januari 2025 is het lage-inkomensvoordeel (LIV) afgeschaft. In 2025 vinden de laatste betalingen plaats over het LIV van 2024.
Op 1 januari 2025 zijn de bedragen van het loonkostenvoordeel (LKV) oudere werknemer verlaagd van € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000 per jaar naar € 1,35 per verloond uur met een maximum van € 2.600 per jaar.
Op 1 januari 2026 wordt het LKV oudere werknemer afgeschaft. Deze verlaging van het LKV oudere werknemer geldt alleen voor dienstbetrekkingen die zijn begonnen op of na 1 januari 2024.
LKV doelgroep banenafspraak
Per 1 januari 2026 treden onderdelen van de Wet banenafspraak in werking, die het LKV doelgroep
banenafspraak vereenvoudigen.
Ten eerste hoeven werknemers voor dit loonkostenvoordeel geen doelgroepverklaring meer aan te vragen. Daarnaast wordt het recht op het LKV doelgroep banenafspraak verlengd van maximaal drie jaar naar structureel, waardoor het recht op dit LKV blijft doorlopen zolang de dienstbetrekking voortduurt. Tot slot wordt de doelgroep van het loonkostenvoordeel (LKV) voor de banenafspraak gelijkgetrokken met de doelgroep van de banenafspraak zelf.
Doelgroepregister banenafspraak
Er wordt daarnaast gewerkt aan een wetsvoorstel met onder andere als doel om mensen in de WIA en WW die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen op te nemen in het doelgroepregister banenafspraak en om loonkostensubsidie voor deze groepen beschikbaar te
maken. Het streven is om nog in 2025 de uitgangspunten voor dit wetsvoorstel vast te stellen.

