Minister Paul beantwoordt onder meer vragen over de compensatieregeling transitievergoeding na ontslag bij langdurige ziekte, het arbeidsmarktpakket, het minimum(jeugd)loon en de banenafspraak.
Compensatie transitievergoeding
Sociaal ontwikkelbedrijven maken vaker aanspraak op de compensatieregeling transitievergoeding na ontslag bij langdurige ziekte (Compensatieregeling LAO) dan het gemiddelde bedrijf.
Met de inperking van de Compensatieregeling LAO tot kleine werkgevers, zullen sociaal ontwikkelbedrijven die niet als klein worden aangemerkt, de transitievergoeding niet meer vergoed krijgen. De meeste sociaal ontwikkelbedrijven kwalificeren niet als kleine werkgever. Hierdoor zijn hun kosten hoger. Dit kan van invloed zijn op de ondersteuning die het sociaal ontwikkelbedrijf kan bieden. Het is aan sociaal ontwikkelbedrijven en gemeenten om hier keuzes in te maken.
De totale verwachte financiële gevolgen van inperking van de Compensatieregeling LAO voor sociaal ontwikkelbedrijven zijn:

Banenafspraak
Inmiddels zijn ruim 90.000 extra banen gerealiseerd binnen de banenafspraak. We zijn er nog niet, maar het is goed dat steeds meer werkgevers werkgelegenheid bieden voor mensen met een arbeidsbeperking. Tegelijkertijd wordt er aan allerlei maatregelen gewerkt om de banenafspraak te verbeteren. Dit gebeurt grofweg in drie stappen.
- De eerste stap is de Wet vereenvoudiging banenafspraak die vlak voor de zomer is gepubliceerd in het Staatsblad. Deze wet regelt bijvoorbeeld het opheffen van het onderscheid tussen markt en overheid, zodat in de samenwerking tussen deze sectoren meer banen kunnen worden gerealiseerd. Ook regelt de wet dat het loonkostenvoordeel banenafspraak structureel gemaakt wordt. Deze fiscale maatregel voor werkgevers kan tot nu toe slechts voor een periode van 3 jaar aangevraagd worden en wordt vanaf 1 januari 2026 structureel.
- De tweede stap is het verder verbreden van de doelgroep banenafspraak met mensen in de WIA en de WW die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen.
- De derde stap is de langetermijnvisie banenafspraak waarbij het kabinet vergaande verbeteringen wil gaan doorvoeren. Deze laatste stap is nog in ontwikkeling.
Afdracht sociale premies
Hoeveel euro hebben werkgevers in 2025 afgedragen aan sociale premies?
Het jaar 2025 is nog niet afgelopen. Hieronder staan daarom de geraamde premie-inkomsten van de werknemersverzekeringen, zoals die in de Miljoenennota 2026 staan en in de bijlage over de sociale fondsen bij de SZW-begroting 2026.
Bij deze geraamde premie-inkomsten worden de opbrengsten van de twee werkloosheidspremies (de premie voor het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) voor niet-overheidswerkgevers en de premie voor het Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) voor overheidswerkgevers) gezamenlijk geraamd.
Ook de twee arbeidsongeschiktheidspremies (de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en de Werkhervattingskas (Whk)) worden gezamenlijk geraamd. De geraamde bedragen kunnen niet worden uitgesplitst per premie. Voor de gerealiseerde premie-inkomsten is de uitsplitsing per premie wel bekend, daarom is ook 2024 in de tabel opgenomen.

Loondoorbetaling bij ziekte
Hoeveel loon betalen werkgevers in totaal jaarlijks aan loondoorbetaling bij ziekte?
In de Arbobalans 2024 van TNO worden voor het jaar 2023 de kosten van loondoorbetaling bij werkgerelateerd verzuim geschat op € 8,3 miljard en bij niet-werkgerelateerd verzuim op € 11,7 miljard.
Burn-outklachten
Hoeveel Nederlanders hebben in 2025 burn-outklachten?
In 2024 ervoer 20% van de werknemers burn-outklachten, van de zelfstandige ondernemers ervoer in 2023 12% burn-outklachten. Voor de werknemers komen in het voorjaar 2026 cijfers over 2025 beschikbaar, voor zelfstandigen in het najaar 2026.
Burn-outklachten hebben vaak brede oorzaken. Naast in werk kunnen oorzaken liggen in de persoonlijke en sociale situatie van mensen en in de maatschappij (zoals digitalisering, vergrijzende beroepsbevolking).
Verzuimredenen
Wat zijn de voornaamste redenen voor verzuim?
In 2024 was griep, verkoudheid of een andere virusinfectie de voornaamste reden van verzuim door werknemers. Daarna volgden psychische klachten, waaronder overspannenheid en burn-outklachten. Andere vaak genoemde redenen zijn hoofdpijn, klachten aan buik, maag of darmen en rugklachten
Kosten hoger minimumloon
Wat zijn de structurele kosten van het verhogen van het minimumloon naar 18 euro, inclusief koppeling van de uitkeringen?
Een bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon met 18,1% per 1 januari 2027 kost structureel ongeveer € 16 miljard per jaar.
Afschaffen minimumjeugdloon?
Zijn er kosten voor de Rijksbegroting bij het afschaffen van het jeugdminimumloon?
Na afschaffing van het minimumjeugdloon gaat het volwassenminimumloon gelden vanaf 15 jaar. Het afschaffen van het minimumjeugdloon vergt een wetswijziging. Dit kost normaliter anderhalf tot twee jaar. Met een zeer krappe planning is afschaffing per 1 januari 2027 nog net haalbaar.
Het afschaffen van het minimumjeugdloon voor alle leeftijden leidt tot hogere uitgaven aan de Wajong (voor 18-, 19- en 20-jarigen) en loonkostensubsidie. De verwachte kosten van het afschaffen van het minimumjeugdloon voor alle leeftijden lopen op van ongeveer € 76 miljoen in 2027 naar € 125 miljoen per jaar structureel.
Volledige afschaffing van het minimumjeugdloon zou inhouden dat het minimumloon, dat nu geldt vanaf 21 jaar, zou gaan gelden voor alle werknemers vanaf 15 jaar. Het Centraal Planbureau schatte in 2020 dat deze maatregel de werkgelegenheid onder de groep jongeren onder de 21 jaar met 20% zou verminderen. Bij afschaffing van het minimumjeugdloon van 18 tot 21 jaar werd dit effect geschat op minus 10%.
Witte vlek (werknemers zonder pensioen)
het Pensioenakkoord is afgesproken dat sociale partners een aanvalsplan opstellen om het aantal werknemers zonder pensioen terug te dringen. Dit aanvalsplan wordt sinds 2020 uitgevoerd, jaarlijks stuurt de Stichting van de Arbeid een voortgangsrapportage.
SZW heeft een aantal eigen actiepunten in het aanvalsplan. Het eerste actiepunt betreft het introduceren van een wettelijke verplichting om op de loonstrook te vermelden of de werkgever een pensioenregeling aanbiedt. De aangepaste wettelijke verplichting loopt mee in het voorgenomen wetsvoorstel Wet toezeggingen pensioenonderwerpen.
Het tweede actiepunt is het opzetten van een campagne gericht op werkgevers die nog geen pensioenregeling voor hun werknemers getroffen hebben.
Gezamenlijk ouderschapsverlof
Hoeveel kost het om een gezamenlijk ouderschapsverlof van 12 maanden in te voeren met gedeeltelijke doorbetaling met 100 procent van het minimumloon als ondergrens?
In totaal bedragen de kosten voor een gezamenlijk ouderschapsverlof van twaalf maanden met gedeeltelijke doorbetaling en het minimumloon als ondergrens structureel € 1,0 miljard per jaar. De raming bestaat uit drie aspecten.
Om ouders gezamenlijk recht te geven op twaalf maanden ouderschapsverlof met gedeeltelijke doorbetaling, krijgen ouders allereerst recht op een uitkering van 70% van het dagloon (tot maximaal 70% van het maximumdagloon) tijdens alle zesentwintig weken ouderschapsverlof. De kosten hiervan worden geraamd op € 1,0 miljard per jaar.
Ondergrens in betaling verlof
Er zijn verschillende manieren om een minimale uitkeringshoogte of ondergrens in de betaling tijdens het verlof in te voeren. De mogelijkheden hiervoor zijn onderzocht en opgenomen in een bijlage bij de brief Scenario’s vereenvoudiging verlofstelsel. Voor de uitwerking in dit antwoord is uitgegaan van scenario 5b uit de bijlage.
De kosten van deze minimumhoogte in de uitkering voor zesentwintig weken ouderschapsverlof worden geraamd op € 300 miljoen per jaar. Recent is een motie ingediend die verzoekt te onderzoeken hoe een minimumbedrag kan worden opgenomen in het ouderschaps- en geboorteverlof. Met de brief Scenario’s vereenvoudiging verlofstelsel wordt voldaan aan deze motie.
Een uitbreiding van het verlof leidt ook tot een afname van het gebruik van kinderopvang en daarmee de uitgaven aan kinderopvang voor het Rijk. De besparing hierop wordt geraamd op € 300 miljoen per jaar.
Loonkloof
Hoe groot is de loonkloof tussen mannen en vrouwen in 2025?
Cijfers over 2025 zijn pas in de loop van 2026 bekend. In 2024 was de loonkloof, het gemiddelde uurloonverschil tussen mannen en vrouwen, 10,5%.
Hoe groot is de loonkloof tussen autochtonen en allochtonen in 2025?
Volgens de Rapportage Inclusieve Arbeidsmarkt van het CBS was het uurloon van mensen waarvan de ouders buiten Europa zijn geboren (tweede generatie) in 2023 gemiddeld 10,2 procent lager dan dat van mensen waarvan zowel zijzelf als hun ouders in Nederland zijn geboren. Voor werknemers met een migratieachtergrond buiten Europa (eerste generatie) ligt het uurloon 8,5 procent lager.
Overstap naar nieuw pensioenstelsel
Hoeveel deelnemers maken er na 1 januari 2026 nog de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel?
Naar verwachting zijn per 1 januari ongeveer de helft van de 18,5 miljoen deelnemers (actieve deelnemers, gewezen deelnemers en gepensioneerden) ingevaren. De overige deelnemers maken in de periode na 1 januari 2026 de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel. Ook pensioenfondsen die niet invaren moeten voor hun nieuwe opbouw een regeling hanteren die voldoet aan de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Dit betreft een relatief klein aantal deelnemers.
Bedrag ineens
Hoeveel mensen zullen er naar verwachting gelijk gebruik maken van het bedrag ineens wanneer de wet op 1 juli 2026 in werking zou treden?
De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel Herziening bedrag ineens is meerdere keren uitgesteld en is momenteel 1 juli 2026. Het wetsvoorstel is nog in behandeling bij de Eerste Kamer. In de oorspronkelijke wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen is ervan uitgegaan dat 10% van het aantal personen dat in een jaar met pensioen gaat, gebruikmaakt van het keuzerecht bedrag ineens (= 20.000 personen).
Arbeidsmarktpakket
De huidige stand van zaken van alle wetsvoorstellen uit het arbeidsmarktpakket:

Uitgaven wetten arbeidsmarktpakket
De onderstaande tabel geeft de geraamde uitgaven voor de wetgevingstrajecten van het arbeidsmarktpakket over de tijd weer. Naast deze wetgevingstrajecten zijn er met het arbeidsmarktpakket ook andere maatregelen getroffen, zoals een bijdrage voor de opleiding tot bedrijfsarts, lastenverlichting voor het bedrijfsleven en middelen voor re-integratie 2e spoor.


Ontwikkeling brutominimumloon
Onderstaande tabel bevat de verwachte ontwikkeling van het brutominimumloon op basis van een 36-urige werkweek (inclusief vakantietoeslag) per maand en per uur, de netto bijstandsuitkering (voor paren, inclusief vakantietoeslag) en de netto AOW (voor paren, inclusief vakantietoeslag) op basis van de huidige inzichten (stand Miljoenennota 2026). In alle gevallen is uitgegaan van de bedragen per 1 januari van elk jaar.

Beperking duur WW
Wat zijn de arbeidsmarktgevolgen voor een beperking van de duur van de Werkloosheidswet (WW) tot één jaar? En wat zijn de gevolgen van een beperking tot één jaar met een steilere afbouw van het uitkeringsbedrag?
Het verkorten en/of verlagen van de WW-uitkering naar verwachting een positief effect op de werkgelegenheid. Aangezien de mate van inkomensbescherming bij werkloosheid in duur en/of hoogte minder wordt, is de verwachting dat werkloze werknemers een sterkere prikkel ervaren om snel het werk te hervatten.
Het CPB raamt het werkgelegenheidseffect van een WW-duurverkorting naar 12 maanden in combinatie met een uitkeringshoogte van 90% (eerste twee maanden), 80% (volgende vier maanden) en 70% (resterende maanden) op +0,1%.
Marginale druk
In 2026 ervaart ongeveer 58% van de werkenden een marginale druk boven 49,5%. Naast de belastingtarieven dragen inkomensafbouw in de heffingskortingen, de toeslagen en de pensioenpremies bij aan de marginale druk. Ongeveer 3% van de werkenden ervaart in 2026 een marginale druk boven 75%.
Antwoorden Kamervragen over begroting SZW 2026

