De werknemer vordert in kort geding betaling van loon, waaronder een bonus, en wedertewerkstelling, nadat de werkgever de loonbetaling vanaf mei 2025 had opgeschort wegens werkweigering. De vordering van de werknemer wijst de kantonrechter grotendeels toe.
Geen werkweigering
Voldoende aannemelijk is dat de werknemer met toestemming van de werkgever naar Valencia is verhuisd om vanuit daar zijn sales-werkzaamheden volledig op afstand (remote) te verrichten. Van werkweigering is geen sprake. De gevorderde betaling van de bonus na mei 2025 wijst de kantonrechter af.
Wat staat vast?
Vaststaat dat op grond van de arbeidsovereenkomst de werknemer tenminste twee keer per week fysiek op kantoor moest werken en drie dagen op afstand. Ook staat vast dat partijen vanaf januari 2025 meerdere keren hebben gesproken over de wens/het voornemen van de werknemer om (samen met zijn partner) in mei 2025 naar Valencia te verhuizen om vanuit daar zijn werkzaamheden voor de werkgever te verrichten (dus volledig op afstand), en dat de werkgever daar welwillend tegenover stond. Tot slot staat vast dat de werknemer zijn target voor de maand maart 2025 ruimschoots heeft behaald.
Voorwaarden voor werken vanuit Valencia?
Partijen hebben discussie over de vraag onder welke voorwaarden het de werknemer was toegestaan om vanaf mei 2025 zijn werkzaamheden te verrichten vanuit Valencia.
Volgens de werknemer zijn partijen overeengekomen dat als hij zijn target voor de maand maart 2025 zou behalen, hij zijn werk vanuit Valencia zou kunnen doen.
Ter onderbouwing van dat standpunt heeft de werknemer naar de volgende stukken verwezen:
- de online bespreking van 19 maart 2025 tussen de werknemer, de manager en bestuurder 1 met als onderwerp “Allignment: Valencia Remote working”;
- het direct aansluitende bericht van de manager waarin hij bevestigt dat het gaat om de target voor de maand maart ;
- het bericht van de manager van 23 april 2025 waarin hij erkent dat het behalen van de target voor de maand april 2025 niet de afspraak was.
De kantonrechter oordeelt dat hiermee voldoende aannemelijk is gemaakt dat partijen hebben afgesproken dat als de werknemer zijn target voor maart 2025 behaalde, hij vanuit Valencia mocht werken.
‘Alleen op afstand werken bij targets halen’
Het standpunt van de werkgever dat partijen hebben afgesproken dat volledig op afstand werken alleen was toegestaan als de werknemer ook zijn target voor de maand april 2025 (en de daarop volgende maanden) zou behalen, is tegenover het gedocumenteerd standpunt van de werknemer onvoldoende onderbouwd.
In het verweer en op de zitting heeft de werkgever erop gehamerd dat hij richting de werknemer heel duidelijk is geweest over de voorwaarden over zijn verhuizing en dat remote werken nooit is goedgekeurd maar dat blijkt niet uit de overgelegde correspondentie.
Niet concreet wat over doelen is besproken
Volgens de werkgever volgt dit onder andere uit het feit dat hij het in de gesprekken met de werknemer steeds heeft gehad over het behalen van de doelen. De werkgever heeft echter feitelijk niet geconcretiseerd wanneer en met wie deze gesprekken zijn geweest en wat over de doelen inhoudelijk is besproken.
De werknemer heeft onbestreden aangevoerd dat de werkgever wist dat de werknemer na 19 maart 2025 zich gereed aan het maken was om eind april 2025 te verhuizen naar Valencia. De datum van 1 mei 2025 blijkt ook uit de gewisselde correspondentie.
Goed werkgeverschap
In het kader van het goed werkgeverschap lag het op de weg van de werkgever om de werknemer er tijdig op te wijzen dat de toestemming voor het remote werken afhankelijk was van niet alleen de maand maart, maar ook de behaalde target in april 2025 (en de daarop volgende maanden). Dat heeft de werkgever niet gedaan.
Gerechtvaardigd vertrouwen
Het feit dat de werkgever in het bericht van 29 april 2025 excuus aanbiedt voor de miscommunicatie over het behalen van de target over april onderstreept dit. De werknemer mocht er dan ook gerechtvaardigd op vertrouwen dat hij toestemming had van de werkgever om vanaf mei 2025 vanuit Valencia zijn werkzaamheden te verrichten. Dat de werkgever op 23 april 2025 het gewijzigd standpunt liet weten, doet aan het voorgaande niet af.
Ten onrechte loonopschorting
Het voorgaande leidt ertoe dat de werkgever sinds mei 2025 ten onrechte het loon van de werknemer heeft opgeschort. Daarbij wordt nog betrokken dat het de werknemer volgens zijn arbeidsovereenkomst sowieso was toegestaan om drie dagen per week op afstand te werken, en het hem was toegestaan om vier weken vanuit het buitenland te werken, zoals de werknemer ook onbestreden heeft aangevoerd.
Loon betalen
Voldoende is gebleken dat de werknemer vanuit Valencia zich beschikbaar heeft gesteld om zijn werkzaamheden te verrichten. Dat sprake is van werkweigering wordt niet gevolgd. De conclusie is dan ook dat de loonvordering van de werknemer toewijsbaar is.
De werkgever wordt veroordeeld om vanaf mei 2025 tot (uiterlijk) het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd het overeengekomen loon (zonder bonus) aan de werknemer moet betalen.
De gevorderde wettelijke verhoging en de wettelijke rente over het loon over mei en juni 2025 worden toegewezen, omdat de werkgever dit loon te laat heeft betaald. De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding de wettelijke verhoging te matigen tot 30%.
De kantonrechter zal de betaaltermijn voor het inmiddels achterstallige loon over de maanden mei en juni 2025 bepalen op drie werkdagen.
Bonus over april 2025 toewijsbaar
Op de zitting heeft de werkgever erkend dat de werknemer recht heeft op de door hem behaalde bonus over de maand april 2025 en dat deze bij de salarisbetaling in mei 2025 moet worden uitgekeerd. Dit is echter niet gebeurd vanwege de loonopschorting.
Zoals onbestreden door de werknemer op de zitting toegelicht is de in april behaalde bonus aan te merken als onderdeel van de gevorderde emolumenten bij de loonvordering vanaf mei 2025. Dit betekent dat de bonus over april 2025 toewijsbaar is.
Bonussen vanaf mei 2025 niet toewijsbaar
Met betrekking tot de gevorderde individuele maandbonus vanaf mei 2025 en de kwartaal teambonus, overweegt de kantonrechter dat het binnen het bestek van dit kort geding niet mogelijk is om vast te stellen of de werknemer recht heeft op uitbetaling hiervan, en zo ja, wat de hoogte zou moeten zijn.
De stelling dat de werkgever de werknemer ervan heeft weerhouden te werken is onvoldoende. In de eerste plaats geldt dat de bonus niet kan worden vastgesteld op basis van gemiddelden uit het verleden, omdat het bonussysteem pas in maart 2025 is ingevoerd.
Verder is gebleken dat sindsdien andere targets zijn gesteld. Met betrekking tot de teambonus is niet gesteld of gebleken dat is voldaan aan de voorwaarden. Dit betekent dat de kantonrechter dit onderdeel van de vordering afwijst.
Uitspraak Rechtbank Noord-Holland, 7 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:7517

