Bijna de helft van de salarisprofessionals (44%) ziet een verminderde inzet van zzp’ers sinds de handhaving op schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst per 1 januari 2025. Negen procent van de salarisprofessionals stelt dat het binnen de organisatie zelfs heeft geleid tot het stopzetten van zzp-contracten. Zo blijkt uit het achtste Trendonderzoek van het Nederlands Instituut van Register Payroll Accounting (NIRPA) onder 1.000 salarisprofessionals.
Werkgevers verliezen dit soort arbeidskrachten natuurlijk liever niet. Salarisprofessionals geven aan dat binnen hun organisatie 59 procent van de zzp’ers van wie het contract is beëindigd, een contract in loondienst hebben gekregen.
Niet elk bedrijf past zich echter al aan de Wet DBA aan. Zo zegt bijna een kwart van de salarisprofessionals (22%) helemaal geen verandering te ervaren in het beleid rondom zzp’ers binnen hun organisatie. Daarnaast ziet een klein aantal van de salarisprofessionals (3 procent) juist dat er meer zzp’ers binnen hun organisatie werken.
Communicatie Belastingdienst: ruimte voor verbetering
Om te weten welke aanpassingen nodig zijn om aan de Wet DBA te voldoen, kunnen organisaties rekenen op informatie van de Belastingdienst. De helft van de salarisprofessionals (51%) ervaart deze communicatie als voldoende. Een derde (34%) ziet echter nog ruimte voor verbetering en een klein aantal (6%) geeft aan dat de communicatie niet altijd aan de verwachtingen voldoet.
Werkveld salarisprofessionals geraakt
Ruud van Leeuwen, directeur bij NIRPA, over de impact van de Wet DBA op salarisprofessionals:
“De aangescherpte handhaving op schijnzelfstandigheid raakt ook het werkveld van salarisprofessionals. Zij zijn niet alleen verantwoordelijk voor de correcte verwerking van het salaris, maar hebben ook te maken met de administratieve gevolgen van veranderende keuzes rondom contractvormen en het al dan niet inzetten van zzp’ers. Dit vraagt om actuele kennis van de wet- en regelgeving. Salarisprofessionals zijn bij het waarborgen van juridische en administratieve zekerheid rondom deze wetgeving dan ook onmisbaar.”

