Het ontwerpbesluit verhoging vergoedingspercentages in de kinderopvang is op 13 juni 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. Een alternatieve invulling van het ontwerpbesluit is voorgesteld, waarin de vergoedingspercentages niet worden verhoogd voor hogere inkomens. Waarom heeft de regering niet gekozen voor deze alternatieve invulling?
De staatssecretaris vindt het alternatief van het Tweede Kamerlid Haage (GL-PvdA)begrijpelijk, maar het sluit volgens hem minder goed aan bij de doelen van het ingroeipad naar de hoge inkomensonafhankelijke vergoeding voor alle werkende ouders. Het nadeel hiervan weegt zwaarder dan het relatief beperkte financiële voordeel dat dit alternatief zou bieden aan de doelgroep (toetsingsinkomens tussen ongeveer € 56.000 en € 173.000).
Alle werkende ouderen recht op kinderopvang
Het kabinet wil de vergoedingspercentages in 2026 verhogen om de vraag naar kinderopvang geleidelijk en gecontroleerd te laten stijgen. In de nieuwe financiering van kinderopvang hebben alle werkende ouders recht op dezelfde hoge inkomensonafhankelijke vergoeding voor kinderopvang.
Dat is goed nieuws voor ouders: terugvorderingen bij ouders (bijvoorbeeld door inkomensstijgingen) komen nooit meer voor en de kinderopvang wordt voor veel ouders beter betaalbaar. Maar die hoge(re) vergoeding zorgt ook voor meer vraag naar kinderopvang. Als de sector die vraag niet voldoende kan absorberen, kan dit leiden tot tariefstijgingen en langere wachtlijsten. Zeker als de vergoedingen van de ene op de andere dag sterk omhoog gaan, geeft dat een marktschok. Dat willen we voorkomen.
Ingroeipad
Het kabinet hanteert een ingroeipad naar die hoge inkomensonafhankelijke vergoeding. Elk jaar gaan de vergoedingspercentages omhoog. In 2025 is dit voor het eerst gedaan. En in 2026 volgt de volgende stap op dit ingroeipad.
Alle inkomensgroepen die nu nog niet recht hebben op het maximale vergoedingspercentage van 96% gaan er volgend jaar op vooruit. Ook de hogere inkomens. Het is namelijk belangrijk om de vraag naar kinderopvang voor alle inkomensgroepen gelijk en geleidelijk te stimuleren. Anders kan er alsnog een plotselinge vraagstijging plaatsvinden bij de invoering van de nieuwe financiering in 2029.
Daarnaast moet worden gemonitord hoe verschillende inkomensgroepen reageren op een hogere vergoeding. Dat maakt het namelijk mogelijk om tussentijds gericht bij te sturen. Maar deze effecten monitoren voor alle inkomensgroepen kan alleen als we de vergoedingspercentages ook voor alle inkomensgroepen verhogen.
544.000 huishouders erop vooruit
Concreet betekent dit dat de vergoedingspercentages in de eerste kindtabel volgend jaar met (maximaal) 3,2 procentpunt omhoog gaan, tot het maximum van 96%. Ook de zogenoemde ‘vaste voet’ in de eerste kindtabel (het minimale vergoedingspercentage) gaat omhoog, van 33,3% naar 36,5%. Hierdoor gaan ongeveer 544.000 huishoudens er op vooruit. En hierdoor krijgen alle huishoudens met een toetsingsinkomen tot ongeveer € 56.000 al per 2026 recht op 96%. Dat zijn ongeveer 92.000 huishoudens.
Alternatief voorstel
Voorgesteld is om de vergoedingspercentages in 2026 niet te verhogen voor de hoogste inkomens. En in plaats daarvan de vergoedingspercentages voor huishoudens met toetsingsinkomens tussen ongeveer € 56.000 en € 173.000 meer te verhogen.
De staatssecretaris vindt dit een begrijpelijk voorstel, maar toch is niet voor dit alternatief gekozen. Dit voorstel sluit namelijk minder goed aan bij de doelen van het ingroeipad dan het regeringsvoornemen. Het stimuleert de vraag naar opvang namelijk niet voor alle inkomensgroepen. Daardoor kan bij invoering van de nieuwe financiering alsnog een grote, plotselinge vraagstijging plaatsvinden onder hogere inkomens. Zij zitten op dit moment immers nog het verst af van 96%.
Hogere vergoeding in beeld krijgen
Belangrijker nog is dat met dit alternatief niet zou kunnen worden geleerd hoe (en in welke mate) hogere inkomens gaan reageren op het hoge vergoedingspercentage in de nieuwe financiering. En juist die informatie is essentieel om de komende jaren de effecten van een hogere vergoeding goed in beeld te krijgen. En om, waar nodig, bij te sturen.
Werkelijke verschil niet groot
Tot slot is het werkelijke verschil tussen het ontwerpbesluit van de regering en het voorstel in de portemonnee van ouders naar verwachting niet zo groot. Concreet betekent het voorstel van het lid Haage dat de vergoedingspercentages in de eerste kindtabel volgend jaar met (maximaal) 3,7 procentpunt omhoog zouden gaan. En dat de vaste voet in de eerste kindtabel gelijk blijft (33,3%).
De (beperkte) verhoging in de tweede kindtabel is bij dit alternatieve voorstel hetzelfde als in het ontwerpbesluit van de regering. De tweede kindtabel kent namelijk geen vaste voet.
Als het kabinet de vergoedingspercentages voor het tweede kind, net als voor het eerste kind, alleen voor toetsingsinkomens tussen ongeveer € 56.000 en € 173.000 zou verhogen, wordt het afbouwpad steiler. Dat vergroot de marginale druk en zorgt ervoor dat meer werken relatief minder gaat lonen. Dat is onwenselijk.
Meer nadelen dan voordelen
Met het alternatieve voorstel gaan ongeveer 465.000 huishoudens er op vooruit. Dus ongeveer 80.000 minder dan met het voornemen van de regering. Met het voorstel van het lid Haage hebben alle huishoudens met een toetsingsinkomen tot ongeveer € 58.000 al per 2026 recht op 96%. Dat zijn circa 96.000 huishoudens, dus ongeveer 4.000 meer dan in het regeringsvoornemen. Huishoudens met een toetsingsinkomen boven ongeveer € 173.000 gaan er met dit alternatief in 2026 niet op vooruit.
Hoewel Nobel vindt dat elke euro telt in de portemonnee van werkende ouders, vindt hij ook dat dit relatief beperkte voordeel niet opweegt tegen de nadelen. Om die reden heeft de regering besloten om de vergoedingspercentages in 2026 te verhogen voor alle werkende ouders die nu nog geen recht hebben op 96%.
Proces
Het resterende tijdspad is kort. Het besluit moet uiterlijk 15 oktober zijn gepubliceerd, zodat Dienst Toeslagen op tijd de systemen kan aanpassen. Praktisch gezien is het niet mogelijk om de vergoedingspercentages in het ontwerpbesluit na het zomerreces nog te wijzigen.
Kamerbrief Toelichting op verhoging vergoedingspercentages kinderopvangtoeslag in 2026

