Met dit ontwerpbesluit worden de vergoedingspercentages in de kinderopvangtoeslag verhoogd voor toetsingsinkomens boven circa € 49.300. Ook worden de maximum uurprijzen en de toetsingsinkomens van de kinderopvangtoeslag geïndexeerd.
Nieuwe financiering kinderopvang
De regering werkt aan de invoering van een nieuwe financiering van kinderopvang. Een maatregel is het inkomensonafhankelijk maken van de vergoedingen voor kinderopvang. Alle werkende ouders hebben straks recht op dezelfde hoge vergoeding voor kinderopvang.
Ingroeipad
In het voorjaar van 2023 budget gereserveerd voor een ingroeipad: een geleidelijke verhoging van de vergoedingspercentages in de aanloop naar de stelselwijziging. De regering heeft in 2025 de eerste stap gezet op dit ingroeipad. Dit betekende: een hogere kinderopvangtoeslag voor alle werkende ouders met toetsingsinkomens tussen circa € 29.400 en circa € 159.200. Ook hebben alle werkende ouders met een inkomen tot en met € 47.4033 recht gekregen op het maximale vergoedingspercentage van 96%.
Tot slot is het verschil tussen de vergoedingspercentages voor het eerste kind en het tweede en volgende kind kleiner geworden. In 2026 zet de regering de volgende stap op het ingroeipad door de vergoedingspercentages opnieuw te verhogen.
Hogere kinderopvangtoeslag
Alle werkende ouders met een toetsingsinkomen vanaf € 49.3194 krijgen recht op een hogere kinderopvangtoeslag. En alle werkende ouders met een toetsingsinkomen tussen € 49.3194 en € 56.4134 krijgen recht op het maximale vergoedingspercentage van 96%. Werkende ouders met een toetsingsinkomen tot € 49.3194 hebben in 2025 al recht op het maximale vergoedingspercentage.
De vaste voet (het vergoedingspercentage waar ouders ten minste recht op hebben, ongeacht hun inkomen) in de eerste kindtabel wordt verhoogd van 33,3% naar 36,5%. Het verschil tussen de vergoedingspercentages voor het eerste en het tweede en volgende kind wordt bovendien weer kleiner. Ten opzichte van 2025 bedraagt de investering in het verhogen van de vergoedingspercentages voor toeslagjaar 2026 € 199 miljoen.
Indexering maximum uurprijzen
Bij de voorjaarsbesluitvorming heeft het kabinet besloten om de maximum uurprijzen in 2026 toch te indexeren. De maximum uurprijzen worden geïndexeerd met 4,84%.

Indexering toetsingsinkomens
De toetsingsinkomens van de inkomensgroepen worden jaarlijks met ingang van 1 januari geïndexeerd. Het indexeringspercentage voor 2026 bedraagt op basis van de Macro Economische Verkenning 2024 4,04%.
Strakke planning
De voorhangperiode van het ontwerpbesluit eindigt op 11 juli 2025, zeven dagen na de start van het zomerreces van de Tweede Kamer. Het ontwerpbesluit kent een strakke planning van de voorjaarsbesluitvorming tot inwerkingtreding. Uiterlijk 15 oktober moet het zijn gepubliceerd, zodat voor januari 2026 de juiste voorschotten kunnen worden uitgekeerd. Staatssecretaris Nobel van SZW doet daarom een beroep op de Tweede Kamer om de voorhangprocedure vóór het zomerreces af te ronden.
Ontwerpbesluit KOT vaststelling van de maximumuurprijs voor de kinderopvangtoeslag in 2026

