• Nieuws
  • Blogs
  • Opleidingen
  • Incompany
  • Summercourses
  • Excel cursussen
  • Partners
  • Vacatures
    • Kantoren
  • Salarisdag
  • Dossiers
  • Specialisten
  • Over ons
  • Adverteren
  • Contact
  • Vrienden
  • Nieuwsbrief
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Adverteren
  • Contact
  • Vrienden
  • Nieuwsbrief
Salaris Vanmorgen

  • Nieuws
  • Blogs
  • Opleidingen
  • Incompany
  • Summercourses
  • Excel cursussen
  • Partners
  • Vacatures
    • Kantoren
  • Salarisdag
  • Dossiers
  • Specialisten
Home » Afspraak uitbetaling vakantiedagen begrepen in all-in salaris is nietig

Afspraak uitbetaling vakantiedagen begrepen in all-in salaris is nietig

Nieuws

Loonvordering fysiotherapeuten. All-in salaris overeengekomen. Afspraak dat de uitbetaling van vakantiedagen is begrepen in het all-in salaris is nietig, aldus het hof.

11 december 2023 door Salaris Vanmorgen

De fysiotherapeuten zijn in dienst geweest bij de maatschap. Deze zaak gaat over de navordering van salaris. De fysiotherapeuten vinden namelijk dat zij te weinig salaris uitbetaald hebben gekregen tijdens hun dienstverband. In dat verband verschillen partijen van mening over de vraag hoe enkele bepalingen uit de arbeidsovereenkomsten moeten worden uitgelegd en of sprake is van strijd met dwingende wettelijke regels.

De fysiotherapeuten hebben bij de kantonrechter vorderingen ingesteld over uitbetaling van achterstallig vakantietoeslag en achterstallige vakantiedagen, ten onrechte ingehouden werkgeverslasten, achterstallig salaris en buitengerechtelijke kosten. De kantonrechter heeft het grootste deel van die vorderingen afgewezen en de proceskosten gecompenseerd.

De fysiotherapeuten zijn het daarmee niet eens en hebben in hoger beroep hun eis gewijzigd. De bedoeling van het hoger beroep van de fysiotherapeuten is dat de aldus gewijzigde vorderingen worden toegewezen. De maatschap is het niet eens met het oordeel van de kantonrechter over de hierna te noemen praktijkvergoeding en met de beslissing over de proceskosten.

Het hof beslist dat de vorderingen tot betaling van vakantiedagen voor het grootste deel en de vordering van fysiotherapeut 1 tot betaling van salaris voor een klein deel worden toegewezen en dat de andere vorderingen worden afgewezen.

All-in salaris

Partijen zijn het er niet over eens of in artikel 4 van de arbeidsovereenkomst een all-in salaris is overeengekomen. De maatschap vindt dat dat het geval is; de fysiotherapeuten niet.

Geen cao speelt geen rol

De kantonrechter heeft bij het oordeel over de uitleg de algemeen verbindend verklaarde cao voor de vrijgevestigde fysiotherapiepraktijk 2003 betrokken. De algemeen verbindend verklaring van de cao liep op 31 december 2003 af. Sindsdien geldt geen cao meer. De fysiotherapeuten vinden dat deze cao geen rol kan spelen bij de uitleg van hun arbeidsovereenkomsten. Het hof onderschrijft dat.

Wat is de situatie?

De fysiotherapeuten zijn in 2009 en 2010 in dienst getreden bij de maatschap. Dat was dus vele jaren na afloop van de cao. De fysiotherapeuten stellen dat zij direct na hun studie in dienst zijn getreden bij de maatschap en dat zij niet op de hoogte waren van (de inhoud van) de cao of de gebruikelijke salariëring. Dat betwist de maatschap niet gemotiveerd.

Dat de maatschap bij de regeling over salariëring in de arbeidsovereenkomsten aansluiting heeft gezocht bij de cao en dat die regeling mogelijk gebruikelijk was in de branche maakt daarom niet dat die cao betrokken kan worden bij de beoordeling in de zin die de fysiotherapeuten aan artikel 4 van de arbeidsovereenkomst mochten toekennen. Datzelfde geldt voor het feit dat de cao is genoemd in artikel 4 van de arbeidsovereenkomst.

Gesteld noch gebleken is dat die cao aan de fysiotherapeuten ter kennis is gebracht en de maatschap heeft volgens het proces-verbaal bij de kantonrechter de desbetreffende passage met verwijzing naar de cao ook niet kunnen uitleggen.

Uitleg gegeven over salarissysteem

Het hof kijkt bij de uitleg dus met name naar wat partijen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst hebben besproken en wat in de arbeidsovereenkomst is opgeschreven. De maatschap voert aan dat zij bij indiensttreding van de fysiotherapeuten uitleg heeft gegeven over het salarissysteem. Dat is door de fysiotherapeuten niet betwist en ook door de kantonrechter als vaststaand feit aangenomen. Daarnaast neemt het hof in aanmerking dat in maart 2011 een personeelsbijeenkomst is geweest, waarin het salarissysteem is uitgelegd.

De fysiotherapeuten ontkennen weliswaar dat zij daarbij aanwezig waren, maar niet dat zij de PowerPoint-presentatie daarvan hebben ontvangen. Hierna hebben zij hun arbeidsovereenkomsten getekend, dus zij hadden de nodige informatie over het salarissysteem. Bovendien zijn zij vanaf hun indiensttreding volgens dat salarissysteem beloond.

Wat houdt het salarissysteem in?

Dat salarissysteem houdt in dat het salaris wordt gebaseerd op de door de fysiotherapeut gerealiseerde omzet die wordt vermenigvuldigd met een overeengekomen percentage (61,9% voor fysiotherapeut 1 en 60,9% voor fysiotherapeute 3 en fysiotherapeute 2 ). De uitkomst daarvan vormen de ‘totale loonkosten voor de werkgever’ (zie ook artikel 4 van de arbeidsovereenkomsten).

All-in beloning

Deze systematiek duidt op een all-in beloning, waar niet nog aparte salariscomponenten (zoals vakantietoeslag en vakantiedagen) bovenop komen zoals de fysiotherapeuten stellen.

De woorden ‘totale loonkosten voor de werkgever’ zijn immers duidelijk en op deze wijze is de beloning vanaf de indiensttreding ook uitgevoerd. De fysiotherapeuten onderbouwen ook niet welke betekenis aan het begrip totale loonkosten in hun uitleg moet worden gegeven.

Onduidelijke passage maar verder geen betekenis

De fysiotherapeuten wijzen nog op het vervolg van artikel 4.1, waarin het percentage wordt uitgewerkt, met verwijzing van een taakverdeling en de cao. Het klopt dat dit een onduidelijke passage is, waarover ook de maatschap geen opheldering heeft kunnen geven.

Maar omdat dit onderdeel van het artikel naast de eerste zin verder geen (praktische) betekenis heeft en ook niet is gebruikt in de uitvoering van de arbeidsovereenkomsten, heeft dit geen gevolgen voor de uitleg van het artikel.

De enkele omstandigheid tot slot dat vakantietoeslag en vakantiedagen (in artikel 5) apart benoemd worden in de arbeidsovereenkomsten maakt tegen deze achtergrond niet dat deze niet in het begrip totale loonkosten vallen of dat de fysiotherapeuten dat zo redelijkerwijs hebben kunnen begrijpen.

Salaris inclusief vakantietoeslag en loon over vakantiedagen

Het hof neemt dus als uitgangspunt dat partijen bedoeld hebben een salaris inclusief vakantietoeslag en loon over vakantiedagen overeen te komen.

Rechtsgeldigheid all-in loon

Vervolgens is de vraag of deze afspraak ook rechtsgeldig is. De fysiotherapeuten stellen dat het niet is toegestaan dat hun vakantierechten en vakantietoeslag verspreid over het vakantiejaar worden uitbetaald. Zij beroepen zich op het Robinson/ Steele-arrest van het Europese Hof van Justitie.

Vakantietoeslag

Wat betreft het vakantietoeslag oordeelt het hof dat artikel 17 lid 2 Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag (WMM) de mogelijkheid geeft om bij schriftelijke overeenkomst het vakantietoeslag op een ander tijdstip dan jaarlijks in de maand juni uit te betalen. In de arbeidsovereenkomsten is dat gebeurd in artikel 4.2. Dat is dus een rechtsgeldige afwijking.

De fysiotherapeuten stellen (naar het hof begrijpt subsidiair) dat geen uitbetaling van vakantietoeslag heeft plaatsgevonden. Die stelling lijkt echter uitsluitend gebaseerd op hun standpunt dat geen all-in loon is overeengekomen. Dat standpunt is hiervoor verworpen.

Vakantietoeslag altijd betaald en op loonstrook vermeld

De maatschap voert aan dat het vakantietoeslag altijd is uitbetaald, dat dit vanaf 2018 ook nadrukkelijk op de loonstroken is vermeld maar dat de systematiek daarmee niet is veranderd. Tegenover dit verweer hebben de fysiotherapeuten hun stelling dat het vakantietoeslag niet is uitbetaald onvoldoende onderbouwd. Dit onderdeel van de vordering is dus niet toewijsbaar.

Vakantiedagen

Wat betreft de vakantiedagen komt het hof tot een ander oordeel. De artikelen 7:639 en 7:640 BW regelen de aanspraken van een werknemer op vakantie met behoud van loon. Dit is dwingend recht dat moet worden uitgelegd volgens de Europese Richtlijn 2003/88/EG.

Geen loon gedurende vakantiedagen in all-in salaris opnemen

Het Europese Hof van Justitie heeft bij herhaling beslist dat uit het recht op doorbetaling van loon van artikel 7 van de Richtlijn voor de werkgever de verplichting voortvloeit om de werknemer in staat te stellen vakantie daadwerkelijk op te nemen. Uitgangspunt is daarom dat, gelet op het belang van de recuperatiefunctie van vakantie, het in beginsel niet mogelijk is om loon gedurende vakantiedagen in een all-in salaris op te nemen. Dat is in het genoemde arrest Robinson/Steele ook met zoveel woorden beslist.

Volgens die uitspraak verzet artikel 7 van de Richtlijn zich er niet tegen dat áls (in strijd met dit uitgangspunt) bovenop het reguliere loon toch betalingen worden gedaan als uitbetaling van vakantiedagen, deze betalingen worden verrekend met het loon voor een bepaalde vakantieperiode. Dat kan alleen als dat op (door de werkgever te bewijzen) transparante en begrijpelijke wijze gebeurt. Daarvan is in deze zaak geen sprake.

Welk deel loon is bedoeld als (reservering voor) uitbetaling vakantiedagen?

Weliswaar staat in artikel 5 van de arbeidsovereenkomsten een aantal vakantiedagen genoemd, maar dat is ook alles. In de arbeidsovereenkomsten staat niet hoe die vakantiedagen zich verhouden tot het salaris van artikel 4.

Op geen enkele manier wordt uit de arbeidsovereenkomsten, uit de loonstroken of uit de jaarlijkse afrekeningen duidelijk welk deel van het loon is bedoeld als (reservering voor) uitbetaling van de vakantiedagen. Daardoor was dat voor de fysiotherapeuten niet transparant. Omdat zij meer salaris verdienden als zij werkten en niet helder was welk deel van het loon gereserveerd was voor vakantie, werden zij in feite gestimuleerd om geen vakantie op te nemen. Dat is niet toegestaan.

Geen verlofadministratie overgelegd

De fysiotherapeuten stellen dat zij wel vakantie hebben opgenomen, maar dat zij daaraan voorafgaand veel extra uren maakten, omdat zij die vakantie moesten verdienen en dat het rond de vakantie altijd spannend was welk loon je overhield. Ook stellen zij dat de maatschap geen verlofregistratie bijhield. Dat laatste betwist de maatschap weliswaar, maar een verlofadministratie is niet overgelegd en ook niet voorhanden, zo is tijdens de mondelinge behandeling bij het hof gebleken. Het hof gaat aan die betwisting dus voorbij.

Wel vakantie opgenomen, maar geen loon ontvangen

Het voorgaande betekent dat de afspraak dat de uitbetaling van vakantiedagen is begrepen in het all-in salaris nietig is. De fysiotherapeuten hebben wel vakantie opgenomen, maar geen loon daarover ontvangen.

De maatschap beroept zich subsidiair op verrekening van de vorderingen met de door de maatschap betaalde bedragen ter zake van vakantie. Dat beroep gaat op grond van wat hiervoor is overwogen niet op: vanwege het ontbreken van transparantie en begrijpelijkheid is verrekening nu juist niet toegestaan. Bovendien heeft de maatschap niet voldaan aan haar stelplicht en ontbreekt een verlofadministratie.

Het hof komt dus tot het oordeel dat de vorderingen van de fysiotherapeuten ten aanzien van de vakantietoeslag worden afgewezen en dat die ten aanzien van de nabetaling van vakantiedagen worden toegewezen.

Praktijktarief of declaratietarief

Partijen twisten over de vraag hoe de omzet moet worden berekend die de grondslag vormt voor de salarisberekening. In de overeenkomst staat daarover: “de door de werknemer zelf gerealiseerde omzet van verzekerden en particulieren”. Ook hier gaat het om uitleg van wat partijen zijn overeengekomen en geldt de hiervoor genoemde Haviltexmaatstaf.

Maatschap: praktijktarief

De maatschap stelt dat zij vanaf 2007 het praktijktarief hanteert voor de berekening van de omzet. Dat hield verband met de invoering van het nieuwe zorgstelsel per 1 januari 2006. Er werden zorgcontracten afgesloten met verzekeraars, waardoor er verschillende tarieven gingen gelden voor (dezelfde) behandelingen. Dat maakte de berekening van de omzetten van de individuele fysiotherapeuten zeer onoverzichtelijk en daarom heeft de beroepsvereniging voor fysiotherapeuten (KNGF) geadviseerd om één set praktijktarieven, gekoppeld aan de verschillende behandelingen, te hanteren voor de berekening van de variabele beloning. Dit advies heeft de maatschap opgevolgd. Volgens de maatschap heeft zij dit bij de indiensttreding van de fysiotherapeuten en ook daarna uitgelegd en heeft zij het praktijktarief ook gedurende het hele dienstverband van de fysiotherapeuten gehanteerd.

Fysiotherapeuten betwisten stellingen maatschap

De fysiotherapeuten betwisten deze stellingen. Zij stellen dat zij niet wisten dat de basis van de salarisberekening niet hun daadwerkelijke omzet was, maar een op het praktijktarief gebaseerd deel daarvan. Dat was niet zichtbaar en lange tijd volgens hen onbekend, ook nog op het moment waarop zij hun arbeidsovereenkomsten ondertekenden. In elk geval zijn zij daar nooit mee akkoord gegaan. Daarnaast wijzen zij erop dat de praktijk- en administratiekosten al zaten in het afgesproken percentage van de beloning.

Zelf gerealiseerde omzet van verzekerden en particulieren

Het hof neemt bij de uitleg de tekst van artikel 4.1 van de arbeidsovereenkomsten tot uitgangspunt. Deze tekst is helder: het gaat om door de fysiotherapeuten zelf gerealiseerde omzet van verzekerden en particulieren. Daarin staat niets over een aftrek van de omzet met kosten of over een praktijktarief. De overeenkomsten zijn tot stand gekomen ruim na de indiensttreding van de fysiotherapeuten. De maatschap stelt weliswaar dat de fysiotherapeuten op de hoogte waren van de hantering van het praktijktarief, maar zij stelt en onderbouwt niet voldoende dat de fysiotherapeuten hiermee ook hebben ingestemd.

Niet akkoord gegaan met praktijktarief

Zelfs als juist is dat de fysiotherapeuten vanaf hun indiensttreding wisten van het praktijktarief (de fysiotherapeuten betwisten dat gemotiveerd), volgt daaruit nog niet dat zij daarmee ook akkoord zijn gegaan. Daarbij is van belang dat er, naar de fysiotherapeuten stellen, al vanaf hun indiensttreding maar in elk geval rond 2011 voor de ondertekening van de arbeidsovereenkomsten, vragen waren over de opbouw van de salarissen.

Waarom werd niet daadwerkelijke omzet gebruikt?

De maatschap heeft ook in hoger beroep niet duidelijk kunnen maken waarom niet de daadwerkelijke omzet, zoals ontvangen van verzekeraars en particulieren, gebruikt werd. Het advies van KNGF waarnaar de maatschap verwijst is niet overgelegd en ook valt niet in te zien dat die omzet, die immers daadwerkelijk binnenkwam bij de maatschap, ingewikkelder te hanteren is dan een fictieve (want gebaseerd op het praktijktarief) berekening. Ook die berekening moest immers elke maand gemaakt worden.

Daarnaast stellen de fysiotherapeuten dat het praktijktarief lager is en dat op deze wijze bij hen kosten in rekening worden gebracht die al verdisconteerd zijn in het percentage van de beloning. Daar heeft de maatschap geen uitleg over gegeven. Bovendien gaat het hier om een eenzijdig door de werkgever vastgesteld tarief.

Daadwerkelijke omzet moet basis vormen voor beloning

Als de maatschap dat had willen bedingen had het op haar weg gelegen om dat in de arbeidsovereenkomsten uitdrukkelijk vast te leggen. Nu zij dat niet heeft gedaan mochten de fysiotherapeuten er tegen deze achtergrond redelijkerwijs vanuit gaan dat hun omzet zou worden berekend op de daadwerkelijk gerealiseerde omzet, zoals dat ook in de arbeidsovereenkomsten staat.

Het hof oordeelt dus dat de daadwerkelijke omzet de basis moet vormen voor de beloning van de fysiotherapeuten. Dat leidt echter niet tot toewijzing van de loonvorderingen zoals door de fysiotherapeuten berekend.

Werkgeverslasten

Volgens de fysiotherapeuten zijn de werkgeverslasten door de maatschap op hen verhaald en is dat in strijd met de artikelen 20 en 125 lid 2 Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). De maatschap bestrijdt dat.

Hiervoor heeft het hof geoordeeld dat een all-in loon is overeengekomen. Dat is op het punt van uitbetaling vakantiedagen niet toelaatbaar, maar voor de rest wel. Afgesproken is dat ‘de totale loonkosten voor de werkgever’ 60,9% respectievelijk 61,9% van de omzet bedragen. Onder de loonkosten vallen ook de werkgeverslasten.

Op grond van artikel 4.1 van de arbeidsovereenkomsten is het bruto variabel loon (inclusief vakantietoeslag) daarom het desbetreffende percentage van de omzet, te verminderen met de werkgeverslasten.

Dat is het overeengekomen brutoloon en komt niet in strijd met artikel 20 Wfsv, waarvan het doel is om werknemers te beschermen tegen onvoorziene financiële risico’s. Het zal daarbij veelal gaan om verhaal achteraf. Daarvan is in dit geval geen sprake.

Het hof wijst ook dit deel van de vorderingen af.

Garantieloon fysiotherapeute 2

Fysiotherapeute 2 stelt dat zij achterstallig loon tegoed heeft, omdat haar minder salaris is betaald dan het overeengekomen garantiesalaris. In dit verband speelt de discussie tussen partijen hoe de bepaling in de arbeidsovereenkomst over het garantiesalaris moet worden uitgelegd. Daarover staat in de arbeidsovereenkomst van

Fysiotherapeute 2: “Het garantiesalaris bedraagt € 1.646,67 bruto per maand (…)”.

Volgens fysiotherapeute 2 houdt deze bepaling in dat haar een bruto maandsalaris is gegarandeerd. Volgens de maatschap moet het overeengekomen garantiesalaris over een jaar worden bezien.

Variabel loon afhankelijk van behaalde omzet

Het hof overweegt dat de bepaling over het garantiesalaris uitgelegd moet worden binnen de context van het gehele artikel 4 over het variabel salaris. Het overeengekomen systeem houdt niet een naar tijdruimte vastgesteld loon in, maar een variabel loon dat afhankelijk is van de behaalde omzet. Het maandelijks uitgekeerde loon is, naar tussen partijen niet in discussie is, gekoppeld aan het te verwachten bruto jaarsalaris.

Het gaat dus om een voorschot, gebaseerd op de te verwachten omzet. Er werd ook steeds afgerekend op jaarbasis. In dit systeem past dat ook het overeengekomen garantieloon wordt berekend over een jaar.

De vordering van fysiotherapeute 2 dat haar een bruto maandsalaris is gegarandeerd, wordt dus ook afgewezen.

Het hof komt tot het oordeel dat de vorderingen ter zake van uitbetaling van de vakantiedagen en achterstallig loon in verband met de gehanteerde praktijktoeslag op zichzelf voor toewijzing in aanmerking komen.

Juiste salaris op jaarbasis

Het salaris moet worden gebaseerd op de daadwerkelijke behaalde omzet. Daarvan moet vervolgens het door de maatschap gefixeerde percentage aan werkgeverslasten van 19% worden afgetrokken. Dit is het percentage dat de kantonrechter ook heeft gebruikt in de berekening van het aan fysiotherapeut 1 toegewezen salaris en waartegen in hoger beroep niet is gegriefd.

Overigens ziet het hof ook niet in waarom achteraf de werkelijke percentages gehanteerd zouden moeten worden, zoals in de berekening van de brief van 20 oktober 2020 aan de kantonrechter van de zijde van de maatschap is gebeurd.

Het hof berekent de bruto jaarsalaris van fysiotherapeut 1 als volgt.

jaar(I)
ontvangen salaris
(II)
Werkelijke omzet
(III)
61,9% loon
(IV)
-/- 19% wg.lasten=jaarsalaris
verschil
I -/- IV
201437.63471.889,5744.499,6436.044,71+1.589,29
201539.93781.048,5650.169,0640.636,91-699,91
201639.46282.589,9351.123,1741.409,77-1.947,77
201732.81868.077,1942.139,7834.133,22-1.315,22
2018 9.57222.321,7213.817,1411.191,88-1.619,88
Totaal-3.993,49

Uit het bovenstaande staatje blijkt dat fysiotherapeut 1 € 3.993,49 bruto te weinig salaris heeft ontvangen. Dat bedrag is dus toewijsbaar.

Fysiotherapeute 3

jaarontvangen salarisomzet60,9% loon-/- 19% wgs.lasten = jaarsalaris
201336.808,5739.868,4724.279,9019.666,72
201432.839,3242.417,9925.832,5620.924,37

Fysiotherapeute 3 en fysiotherapeute 2 hebben niet onderbouwd dat zij recht hebben op meer salaris dan zij hebben ontvangen. Voor fysiotherapeute 3 volgt dat uit het bovenstaande staatje. Voor fysiotherapeute 2 geldt dat haar vordering slechts was gebaseerd op een gesteld tekort aan garantiesalaris, maar niet op de stelling dat zij op basis van haar werkelijke omzet recht had op een hoger salaris.

Vakantiedagen: aantal en uurloon

De maatschap bestrijdt subsidiair de juistheid van de door de fysiotherapeuten berekende bedragen, omdat de berekening uitgaat van een vast aantal arbeidsuren. De fysiotherapeuten hebben het aantal vakantiedagen (dat in artikel 5 op full timebasis is opgenomen) omgerekend naar de volgens hen daadwerkelijk gewerkte uren per week (28 voor fysiotherapeut 1 , 20 uur voor fysiotherapeute 2 en 25 uur voor fysiotherapeute 3 ).

De maatschap betwist die aantallen weliswaar, maar stelt daar niet tegenover hoeveel uren de fysiotherapeuten dan wel hebben gewerkt. Op zichzelf is dat aantal voor de salarisberekening niet relevant, omdat het salaris wordt berekend op grond van de gerealiseerde omzet, maar voor de berekening van het aantal vakantiedagen waarop de fysiotherapeuten recht hebben is dat wel van belang. Artikel 5 koppelt dat aantal namelijk aan de omvang van het dienstverband.

Omdat de maatschap ook niet aanvoert welke uren de fysiotherapeuten volgens haar gewerkt hebben of hoe de berekening van het aantal vakantiedagen dan wel zou moeten, gaat het hof bij de berekening voor het aantal vakantiedagen uit van de door de fysiotherapeuten opgegeven aantallen die door de maatschap onvoldoende zijn betwist.

Het hof volgt dat echter niet voor de berekening van het uurloon. De fysiotherapeuten hebben het uurloon berekend door de door hen gerealiseerde omzet respectievelijk het daadwerkelijk in een jaar ontvangen salaris te vermeerderen met de vakantietoeslag en dit te delen door het volgens hen daadwerkelijk aantal gewerkte uren per week.

Gelet op de grote verschillen in de gerealiseerde omzet acht het hof echter niet aannemelijk dat die omzet steeds in precies hetzelfde aantal uren per week is gerealiseerd. De fysiotherapeuten hebben ook geen verklaring gegeven voor de grote verschillen in het door hen berekende uurloon.

Naar redelijkheid te begroten vast uurloon

Het hof zal daarom bij de berekening uitgaan van een naar redelijkheid te begroten vast uurloon. Daarvoor neemt het hof het gemiddelde van de door de fysiotherapeuten als uurloon genoemde bedragen, waartegen door de maatschap onvoldoende verweer is gevoerd. Dat komt neer op een bedrag van (afgerond) € 32.

Het voorgaande leidt er toe dat de volgende bedragen aan uitbetaling vakantiedagen toewijsbaar zijn:

  • fysiotherapeut 1 : 955,84 € 32,- = € 30.586.88 bruto;
  • fysiotherapeute 3 : 295,20 x € 32,- = € 9.446,40 bruto;
  • fysiotherapeute 2 : 710,20 x € 32,- = € 22.726,40 bruto.

De maatschap heeft zich er nog op beroepen dat toewijzing van de vorderingen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Zij stelt dat toewijzing van de vordering tot een absurde beloning leidt en dat dat zou leiden tot staking van de onderneming. Zij spitst dit beroep kennelijk toe op toewijzing van de volledige vorderingen van de fysiotherapeuten. Daarvan is echter geen sprake.

De vorderingen vloeien voort uit de arbeidsovereenkomsten en worden slechts voor een deel toegewezen, en de maatschap heeft niet onderbouwd dat dit tot het einde van haar onderneming leidt en evenmin uitgelegd waarom dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de veroordelingen in deze uitspraak ook ten uitvoer kunnen worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof aan de Hoge Raad voorlegt.

Voor zover de maatschap heeft bedoeld zich ten aanzien van de vordering van fysiotherapeute 3 te beroepen op verjaring passeert het hof dit beroep. Niet gesteld of gebleken is dat de maatschap heeft voldaan aan haar zorgplicht om fysiotherapeute 3 daadwerkelijk in staat te stellen het recht op vakantie met behoud van loon uit te oefenen.

De fysiotherapeuten hebben aanspraak gemaakt op betaling van buitengerechtelijke incassokosten, maar deze vorderingen zijn niet toewijsbaar omdat niet is gesteld dat en welke incassowerkzaamheden zijn verricht.

Wettelijke verhoging nihil

Het hof stelt de wettelijke verhoging op nihil, omdat niet gebleken is dat de maatschap willens en wetens niet heeft betaald en omdat het hof een cumulatie van de wettelijke verhoging en de wettelijke rente in dit geval onredelijk voorkomt. De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf het einde van het dienstverband. Aan een bewijsopdracht komt het hof niet toe, omdat de stellingen die partijen te bewijzen aanbieden niet tot een ander oordeel leiden, respectievelijk onvoldoende zijn onderbouwd.

Het principaal hoger beroep slaagt gedeeltelijk en het incidenteel hoger beroep slaagt niet. De vonnissen van de kantonrechter worden vernietigd. Omdat partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, ziet het hof aanleiding de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep te compenseren.

Beslissing hof

Het hof vernietigt de vonnissen van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 27 februari 2019, 31 december 2019 en 26 mei 2021 en veroordeelt de maatschap om te betalen:

  • aan fysiotherapeut 1 € 3.993,49 bruto aan achterstallig salaris en € 30.586.88 bruto aan uitbetaling vakantiedagen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2018;
  • aan fysiotherapeute 3 € 9.446,40 bruto aan uitbetaling vakantiedagen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2015;
  • aan fysiotherapeute 2 € 22.726,40 bruto aan uitbetaling vakantiedagen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2018.

Uitspraak Hof Arnhem-Leeuwarden, 21 november 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:9879

Categorie: Nieuws Tags: loon, vakantiedagen, vakantietoeslag

Tags: loon, vakantiedagen, vakantietoeslag

Gerelateerde artikelen

3 april 2026

Bijtelling auto vóór indiensttreding – welk IKV?

18 maart 2026

Vraag aan HR: bouwt werknemer vakantiedagen op tijdens slapend dienstverband?

13 maart 2026

Belastingdienst fluit dga terug: lening blijkt verkapte winstuitdeling

10 maart 2026

Geschonken aandelen van bijna 8 miljoen aan directeur vormen geen loon

Hoofdsponsor

Goed werkgeverschap in mkb geremd door administratieve druk

Kennispartner

Fouten in loonstroken: de 5 meest voorkomende en hoe je ze voorkomt

Partners

De mensen achter de loonstrook: in gesprek met Susan Hendriks
Hoe behoud je financiële talenten in een krappe arbeidsmarkt?
Elk voordeel heeft zijn nadeel…
De impact van AI op de salarisadministratie: hoe bereid jij je voor?
Zzp’er of werknemer? Ondernemerschap of arbeidsovereenkomst?
Wie alles ziet, draagt alles: de ongemakkelijke positie van payroll
De kracht van complimenten op de werkvloer
Loonopschorting versus loonstop: zo adviseer je de werkgever bij ziekteverzuim

Meest gelezen berichten

  • Einde arbeidsovereenkomst zieke werknemer: geen re-integratieverplichtingen, geen loon 4.2k weergaven
  • Werkgever lapt arbeidsrechtelijke regels aan zijn laars en moet flink betalen 1.4k weergaven
  • Arbeidsongeschiktheidsfonds zit vol, maar Aof-premie blijft stijgen 0.9k weergaven
  • UWV Jaarplan 2026: herstel fouten in WIA-uitkeringen is topprioriteit 700 weergaven
  • Vaste loonkostensubsidie voor werknemer met beschut werk 700 weergaven

NIRPA

Opleidingen

10
apr
Grensoverschrijdend Werken (NIRPA PE)
Markus Verbeek Praehep
13
apr
Netherlands: Basic course on Dutch employment law
SD Worx
13
apr
HBO Associate degree Payroll Services
Markus Verbeek Praehep
14
apr
Online Opleiding Praktijkdiploma Loonadministratie (PDL)
MOCuitgevers
14
apr
Cursus Impact en invloed van AI op de salarisverwerking
MOCuitgevers
16
apr
HBO Bachelor Management Payroll Services
Markus Verbeek Praehep
20
apr
HBO Programma Arbeidsrecht
Markus Verbeek Praehep
21
apr
Online Excel training voor de salarisadministrateur (specialisatie en AI)
MOCuitgevers
22
apr
HBO Programma Manager Payroll Services & Benefits
Markus Verbeek Praehep
23
apr
Online cursus Wwft voor salarisadministrateurs (inclusief praktijkmodellen)
MOCuitgevers
28
apr
Inkomstenbelasting voor de Salarisadministrateur (NIRPA PE)
Markus Verbeek Praehep
01
mei
Lonen in de Jaarrekening (NIRPA PE)
Markus Verbeek Praehep
07
mei
Online Excel training voor de salarisadministrateur (verdieping)
MOCuitgevers
07
mei
Tweedaagse online Excel training voor de salarisadministrateur (verdieping, specialisatie en AI)
MOCuitgevers
11
mei
Online cursus Personeel en AVG/privacy
MOCuitgevers
12
mei
Basiscursus loonheffingen en fiscaliteit
SD Worx
12
mei
Cursus Van salarisadministrateur naar beloningsadviseur (verdieping)
MOCuitgevers
19
mei
SD Worx: arbeidsrechtelijke updates
SD Worx
20
mei
Online cursus Bedingen in de arbeidsovereenkomst
MOCuitgevers
21
mei
Online cursus Groene arbeidsvoorwaarden en de gevolgen voor de loonheffingen
MOCuitgevers
26
mei
Practical Diploma in Payroll Administration (PDL®)
Markus Verbeek Praehep
28
mei
Zieke werknemer: rechten en plichten
SD Worx
02
jun
Cursus WAZO – verlofvormen
MOCuitgevers
03
jun
Online cursus Zzp’er, de Wet DBA en schijnzelfstandigheid
MOCuitgevers
04
jun
Online cursus Verplichte toepassing cao en pensioen
MOCuitgevers
08
jun
Online cursus Verplichtstelling pensioenfondsen: risico’s en regie
MOCuitgevers
09
jun
Training: Durven zichtbaar te zijn & energie richten op wat jou motiveert en laat groeien
MOCuitgevers
09
jun
Training: Durven zichtbaar te zijn en je stem te laten horen
MOCuitgevers
09
jun
Training: Energie richten op wat jou motiveert en laat groeien
MOCuitgevers
09
jun
Cursus DGA verlonen
MOCuitgevers
10
jun
Cursus Copilot in Office (basis)
MOCuitgevers
10
jun
Cursus Wwft en AI
MOCuitgevers
11
jun
Online cursus Werkkostenregeling
MOCuitgevers
12
jun
Online training Power Pivot (SUPER Draaitabel)
MOCuitgevers
16
jun
Online cursus Internationaal thuiswerken en vaste inrichting na 2025 OESO modelverdrag update
MOCuitgevers
16
jun
De werkkostenregeling
SD Worx
16
jun
Online cursus omtrent pensioenactualiteiten
MOCuitgevers
16
jun
Online training Power Query voor HR en salarisadministrateurs
MOCuitgevers
17
jun
Online cursus Disfunctionerende werknemer: wat nu?
MOCuitgevers
23
jun
Het Nederlands ontslagrecht
SD Worx
23
jun
Cursus Copilot in Office (gevorderden)
MOCuitgevers
25
jun
Online cursus Regeling vervroegde uittreding/zwaar werk en Wet bedrag ineens
MOCuitgevers
30
jun
Masterclass Arbeidsrecht en Sociaalzekerheidsrecht
MOCuitgevers
28
jul
Introductie van het Nederlands arbeidsrecht
SD Worx
28
jul
Introductie loonheffingen
SD Worx
24
aug
Summercourse Update loonheffingen en arbeidsrecht
MOCuitgevers
25
aug
Summercourse: Kiezen en loslaten & een mindset die kansen ziet en vertrouwen geeft
MOCuitgevers
25
aug
Summercourse: Een mindset die kansen ziet en vertrouwen geeft
MOCuitgevers
25
aug
Summercourse: Kiezen wat bij je past, loslaten wat je niet verder helpt
MOCuitgevers
25
aug
Summercourse Werkkostenregeling
MOCuitgevers
28
aug
Online Vakopleiding Payroll Services (VPS)
MOCuitgevers
01
sep
Cursus Van salarisadministrateur naar beloningsadviseur (basis)
MOCuitgevers
09
sep
Cursus Samenwerken financiële- en salarisadministratie
MOCuitgevers
17
sep
Online cursus Auto, fiets en OV in de salarisadministratie
MOCuitgevers
17
sep
Cursus Samen sterk: efficiënte samenwerking tussen HR en salarisadministratie
MOCuitgevers
24
sep
Online Excel training voor de salarisadministrateur (basis)
MOCuitgevers
29
sep
Cursus Inkomstenbelasting voor de salarisadministrateur
MOCuitgevers
08
okt
Online cursus Update loonheffingen en arbeidsrecht
MOCuitgevers
26
okt
Cursus Cafetariaregelingen/uitruilen arbeidsvoorwaarden
MOCuitgevers
26
okt
Online cursus Ontslag van A tot Z, voorkom fouten en kosten
MOCuitgevers
27
okt
Cursus Internationaal/grensoverschrijdend werken
MOCuitgevers
04
nov
Cursus Werkkostenregeling
MOCuitgevers
26
nov
Online Excel en AI training voor de salarisadministrateur
MOCuitgevers

Vacatures

Payroll Specialist
Vitalis
AFAS Payroll Specialist
Visser & Visser
Junior medewerker loonadministratie (starter)
PIA Group
Senior Payroll Officer
Forvis Mazars
Ervaren Payroll Professional in Alphen aan den Rijn
Grant Thornton
Salarisprofessional
aaff
Financieel administratief medewerker – Zwolle
PIA Group
Consultant Legal Arbeidsrecht in Amsterdam
Grant Thornton
Salarisprofessional  – Uden
aaff
Salarisadministrateur | Detachering
a•s WORKS
Salarisadministrateur – Bauhaus Bunnik
Strictly People
Salarisadministrateur
HIJN scholengroep
Zelfstandig Administrateur Elysee
PIA Group
Salarisadministrateur (20–28 uur per week)
Vakadi
Senior salarisadministrateur – Meyn Oostzaan (regio Amsterdam)
Strictly People
Teamleider Salarisadministratie – Salta Group Hilversum
Strictly People
Salarisprofessional – Raamsdonksveer
aaff
Salarisadministrateur
Cornelis Vrolijk
Salarisprofessional – Den Bosch
aaff

Vriend van Salaris Vanmorgen

abonneer nieuwsbrief FV

Salaris Vanmorgen (SV) is het platform voor salarisadministrateurs met nieuws en verdieping op het gebied van salarisadministratie.

Salaris Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers.

 

Categorie

  • Nieuws
  • Blogs
  • Opleidingen
  • Incompany
  • Summercourses
  • Excel cursussen
  • Partners
  • Vacatures
    • Kantoren
  • Salarisdag
  • Dossiers
  • Specialisten

Info

  • Over ons
  • Adverteren
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Mail
logo FV