Vast staat dat de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een aan de gemeente toebehorende, althans bij haar in bewaring zijnde zaak, een (gebruikt) fietszadel, en dat hij daartoe de schuifdeur heeft geforceerd van het met een slot afgesloten opslaghok van de gemeente.
Vertrouwen ernstig beschaamd
Door dit strafbare feit te plegen, heeft de werknemer het vertrouwen dat de gemeente in hem, als werknemer en ambtenaar, mocht hebben, ernstig beschaamd, zodanig dat hij haar daarmee een dringende reden heeft gegeven om hem op staande voet te ontslaan. Het feit dat de waarde van het door hem gestolen zadel waarschijnlijk niet hoog zal zijn, maakt dit niet anders.
Feit blijft immers dat hij zich het vertrouwen van de gemeente onwaardig heeft betoond door zich dat object zonder haar toestemming toe te eigenen. Gelet op de ernst van dat feit, heeft de gemeente niet behoeven te volstaan met het geven van een officiële waarschuwing.
Integriteitsschending
Bij de afweging van haar besluit om hem op staande voet te ontslaan, heeft de gemeente mede in aanmerking mogen nemen dat zij met het ontslag van de werknemer aan haar werknemers een duidelijk signaal heeft gegeven dat zij dit soort integriteitsschendingen niet tolereert en daar terecht scherp op reageert. Het feit dat niet is gebleken dat de werknemer zich niet eerder heeft schuldig gemaakt aan integriteitsschendingen, leidt evenmin tot een ander oordeel.
Aan het begrip integriteit is inherent dat de integriteit met één relevant vergrijp, zoals ten deze de diefstal, is geschonden. Persoonlijke omstandigheden die de gemeente tot het oordeel hadden moeten leiden dat op zijn vergrijp geen ontslag op staande voet heeft moeten volgen, zijn niet voldoende gesteld of anderszins gebleken.
Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat de verzoeken van de werknemer worden afgewezen.
Helft transitievergoeding
Met betrekking tot het verzoek om transitievergoeding wordt het volgende overwogen. Artikel 7:673 lid 7 sub c BW bepaalt dat de transitievergoeding niet verschuldigd is indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. In afwijking daarvan kan de kantonrechter, volgens het 8e lid van dit artikel, de transitievergoeding geheel of gedeeltelijk aan de werknemer toekennen indien het niet toekennen ervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Naar het oordeel van de kantonrechter vindt deze uitzondering hier toepassing.
Niet is gebleken dat de werknemer zich tijdens zijn lopende dienstverband eerder aan integriteitsschendingen heeft schuldig gemaakt. Hierbij is ook te betrekken dat het aannemelijk is dat de waarde van het door hem ontvreemde fietszadel gering zal zijn geweest.
De transitievergoeding bedraagt in dit geval, naar de werknemer onbetwist heeft gesteld, € 14.015,44. Het is in de gegeven omstandigheden volgens de kantonrechter redelijk om hem de helft van dit bedrag als transitievergoeding toe te kennen. De verzochte wettelijke rente over dit bedrag wijst de kantonrechter toe.
Uitspraak Rechtbank Den Haag, 26 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:14748

