
Volgens de Hoge Raad is er een causaal verband tussen de publicatie van het boek en het ontslag en is daarmee sprake van een inmenging in het recht op vrijheid van meningsuiting van de docente. Of die inmenging gerechtvaardigd is, moet bij de nieuwe behandeling van het ontslag worden onderzocht en beoordeeld.
Een docente heeft een boek gepubliceerd over haar ervaringen op het ROC waar zij werkzaam is, als gevolg waarvan arbeidsverhoudingen verstoord zijn geraakt. Het ROC verzoekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond. Is sprake van inmenging in recht op vrijheid van meningsuiting?
Ontbinding arbeidsovereenkomst
Een docente aan het ROC, schreef een boek over haar ervaringen met gepersonaliseerd onderwijs op die onderwijsinstelling. Het boek heeft geleid tot onrust in het team waarin werkneemster werkte en tot klachten van collega’s van de werkneemster. Het ROC heeft daarop de rechtbank verzocht de arbeidsovereenkomst met de werkneemster te ontbinden.
De rechtbank heeft de ontbinding van de arbeidsovereenkomst uitgesproken. Het hof heeft die beslissing in hoger beroep bevestigd.
Volgens het hof is de arbeidsverhouding tussen de docente en de school duurzaam verstoord en is herstel daarvan niet mogelijk. Dat heeft volgens het hof niets te maken met de vrijheid van meningsuiting, die heeft het ROC op geen enkele manier ingeperkt.
Verstoorde arbeidsverhouding
De docente heeft volgens het hof vooral door de manier waarop zij een deel van haar collega’s in het boek heeft neergezet en beschreven, collega’s diep gekwetst, wat de arbeidsverhouding heeft verstoord. Ook heeft zij bedrijfsgevoelige informatie in het boek openbaar gemaakt, aldus het hof. Door de manier waarop zij na de publicatie van het boek de aandacht in de (social) media heeft gezocht, heeft zij volgens het hof de arbeidsverhouding verder verstoord.
Tegen deze beslissing van het hof stelde de docente beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Ontslag is inmenging in recht op vrijheid van meningsuiting
Het oordeel van het hof dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst niets te maken heeft met het recht op vrijheid van meningsuiting van de docente acht de Hoge Raad onjuist. Uit de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens volgt dat van een inmenging in het recht op vrijheid van meningsuiting niet alleen sprake is als een uiting, zoals publicatie van een boek, wordt verboden, maar ook als daaraan een sanctie wordt verbonden. Dat geldt ook voor een arbeidsrechtelijke sanctie, zoals ontslag.
Het hof heeft geoordeeld dat de arbeidsverhoudingen zijn verstoord als gevolg van de publicatie van het boek. Die verstoorde arbeidsverhoudingen leveren volgens het hof grond op voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het beëindigen van de arbeidsovereenkomst is dus uiteindelijk een gevolg van de publicatie van het boek. Dat betekent dat het ontslag een inmenging is in het recht op vrijheid van meningsuiting van de werkneemster.
De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar een ander gerechtshof. Dat gerechtshof zal alsnog moeten beoordelen of deze inmenging voldoet aan de eisen die artikel 10 EVRM stelt.
Met deze uitspraak heeft de Hoge Raad het advies van advocaat-generaal De Bock gevolgd.

