Minister Vijlbrief beantwoordt vragen over een brief met betrekking tot de toekomst van het pensioenstelsel en de analyse van de effecten van additionele koopkrachtinstrumenten. In de brief staat onder meer het volgende:
“De Wet toekomst pensioenen (Wtp) is ingevoerd om het pensioenstelsel persoonlijker en transparanter te maken en om het pensioen meer te laten aansluiten bij de veranderende arbeidsmarkt. Ook moet de Wtp eerder perspectief bieden op een koopkrachtig pensioen. Deze doelstellingen staan in onderlinge relatie met elkaar en kunnen niet los van elkaar worden bezien. (…)
Tijdens de wetsbehandeling van de Wtp is aangegeven dat het nieuwe pensioenstelsel eerder perspectief op een koopkrachtig pensioen biedt ten opzichte van het oude pensioenstelsel. Ten opzichte van het oude pensioenstelsel bieden de pensioencontracten van de Wtp diverse nieuwe opties om het inflatiepatroon te volgen waar de pensioenfondsen gebruik van kunnen maken.”
Analyse DNB
De Nederlandsche Bank (DNB) heeft een kwantitatieve analyse gemaakt van de effecten van additionele koopkrachtinstrumenten. Conclusie is dat de nieuwe premieovereenkomsten uit de Wtp door middel van de basisvariant al meer perspectief op een koopkrachtig pensioen dan het oude stelsel, met name door de mogelijkheden van de solidariteitsreserve.
Eerder is ook ook toegezegd om met betrokken partijen in gesprek te gaan over hoe pensioenuitvoerders inzichtelijk kunnen maken aan sociale partners en deelnemers wat de kans is dat in de pensioenregeling de pensioenuitkering naar verwachting de inflatie bijhoudt in de uitkeringsfase. De pensioensector gaat in de komende periode onderzoeken en in de praktijk toetsen hoe deze communicatie het best kan worden vormgegeven. De Tweede Kamer wordt hierover in 2028 geïnformeerd.
Naar aanleiding van deze brief zijn vragen gesteld aan de minister.
Waarom wil de minister pas in 2028 de Tweede Kamer informeren over de vergroting van koopkracht
als gevolg van het nieuwe stelsel terwijl dit voor gepensioneerden juist een van de belangrijkste redenen was om akkoord te gaan met nieuwe pensioenstelsel?
De koopkracht van deelnemers en gepensioneerden is een belangrijk onderwerp. Het nieuwe pensioenstelsel biedt meer perspectief op een koopkrachtig pensioen in vergelijking met het oude stelsel. Aan het toevoegen van eventuele additionele koopkrachtinstrumenten zijn voor- en nadelen verbonden.
Toetsen op uitvoerbaarheid en uitlegbaarheid
De minister wil uitvoeringspartijen in de pensioensector de tijd geven om zorgvuldig de inzet van additionele koopkrachtinstrumenten te toetsen op uitvoerbaarheid en uitlegbaarheid. De uitvoeringspartijen zijn ook beter in staat om de praktische uitwerking van deze varianten verder te onderzoeken. De pensioensector zal hiertoe het initiatief nemen.
Om dit op een degelijke manier te doen is ruime tijd nodig, mede gezien de lopende transitie. Vijlbrief zal de Kamer daarom begin volgend jaar hierover een stand van zaken geven.
Sociale partners zijn verantwoordelijk voor de pensioenregeling en pensioenfondsen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de regeling. In de regeling wordt het gebruik van de verschillende instrumenten gedefinieerd. Deze rolverdeling zal ook gelden voor eventuele additionele koopkrachtinstrumenten.
Geregeld informeren
Naar aanleiding van de geboden inzichten vanuit de pensioensector zal de minister nader bekijken hoe hij de Tweede Kamer op regelmatige wijze verder kan informeren. Over de wijze waarop ontwikkelingen in de pensioensector rondom koopkracht worden gevolgd, doet hij te zijner tijd een voorstel. In dit voorstel worden verschillende elementen gewogen.
Antwoorden op Kamervragen over de toekomst van ons pensioenstelsel

