De kantonrechter wijst de schadevergoedingsvordering van de werkgever grotendeels toe. De werkgever heeft forse schade geleden als gevolg van overtreding van het nevenwerkzaamhedenbeding door de werknemer.
Waar gaat deze zaak over?
De werknemer is vanaf 1 december 2012 bij de werkgever in dienst geweest in de functie van projectleider. In de arbeidsovereenkomst zijn een concurrentie- en een nevenwerkzaamhedenbeding opgenomen. Op grond van het nevenwerkzaamhedenbeding is het de werknemer tijdens dienstverband verboden om werkzaam te zijn voor een andere werkgever of opdrachtgever en om zaken te doen voor eigen rekening.
Als projectleider was de werknemer bij de werkgever verantwoordelijk voor het relatiebeheer van een aantal klanten, waaronder een Amerikaans bedrijf.
In maart 2025 is de werkgever er door één van de medewerkers op gewezen dat de werknemer onder werktijd een beursstand aan het opzetten was voor een klant waar geen opdracht van uitstond bij de werkgever. De werknemer had de medewerker gevraagd hem te helpen bij het opbouwen van de beursstand en heeft hem verzocht dit niet verder te vertellen.
Naar aanleiding van deze melding heeft de werkgever een IT-leverancier ingeschakeld om de zakelijke laptop van de werknemer uit te lezen.
Op 28 maart 2025 heeft de werkgever de werknemer gehoord over de uit zijn laptop verkregen informatie. De werknemer heeft toen erkend dat hij nevenwerkzaamheden voor het Amerikaans bedrijf heeft verricht, dat hij zich ervan bewust was wat voor consequenties dat zou kunnen hebben en dat hij ‘op een dun lijntje liep’.
In het gesprek op 28 maart 2025 heeft de werkgever de werknemer op staande voet ontslagen.
Schade geleden
Bij brief van 17 april 2025 heeft de werkgever de werknemer aansprakelijk gesteld voor de geleden schade als gevolg van het handelen van de werknemer. Een deel van de schade, een bedrag van € 6.365,21, is met de eindafrekening van de werknemer verrekend.
In deze zaak vordert de werkgever van gedaagde (ex-werknemer) schadevergoeding op grond van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad.
De werkgever stelt schade te hebben geleden doordat de werknemer – in strijd met het overeengekomen nevenwerkzaamhedenbeding – tijdens dienstverband voor eigen gewin concurrerende nevenwerkzaamheden heeft verricht voor een opdrachtgever van de werkgever.
Toerekenbare tekortkoming
De kantonrechter wijst de vordering van de werkgever (grotendeels) toe, omdat voldoende vast is komen te staan dat de werkgever de schade heeft geleden door de toerekenbare tekortkoming van de werknemer.
De vraag die bij de kantonrechter voorligt is of de werknemer aan de werkgever schadevergoeding moet betalen op grond van een toerekenbare tekortkoming dan wel onrechtmatige daad.
Concurrerende nevenwerkzaamheden
Het staat vast dat de werknemer tijdens zijn dienstverband concurrerende nevenwerkzaamheden voor eigen gewin heeft verricht. Daarmee heeft hij het overeengekomen nevenwerkzaamhedenbeding geschonden en gehandeld in strijd met het goed werknemerschap. Dit levert een tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst op die de werknemer is toe te rekenen.
Niet ‘on top of mind’
De werknemer heeft over de schending van zijn nevenwerkzaamhedenbeding opgemerkt dat het beding bij hem niet ‘on top of mind’ was, dat het beding door functiegroei zwaarder is gaan drukken en dat de wetgeving per 1 augustus 2022 is gewijzigd. Voor zover de werknemer hiermee wil betogen dat het nevenwerkzaamhedenbeding ongeldig is of de overtreding niet aan hem is toe te rekenen, faalt dat betoog.
Aansprakelijk voor schade
Functiegroei en de wetswijziging staan niet aan de geldigheid van het beding in de weg. Daarnaast is het handelen van de werknemer ook zonder nevenwerkzaamhedenbeding ontoelaatbaar/onrechtmatig, zodat de tekortkoming ook in dat geval aan hem is toe te rekenen.
De werknemer is aansprakelijk voor schade die de werkgever heeft geleden als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van de werknemer. Dat de werknemer vanwege dezelfde gedragingen al ‘bestraft’ is met een ontslag op staande voet staande voet, laat de mogelijkheid van de werkgever om haar schade op grond van artikel 6:74 BW te verhalen onverlet.
Gederfde winst
De werkgever vordert vergoeding van gederfde winst. Hij stelt dat hij winst is misgelopen doordat de werknemer voor eigen rekening opdrachten van het Amerikaanse bedrijf is gaan uitvoeren. Deze opdracht zou anders bij de werkgever terecht zijn gekomen.
De werknemer betwist dat de werkgever door zijn handelen schade heeft geleden. Het betoog van de werknemer overtuigt de kantonrechter echter niet.
De kantonrechter overweegt dat wat betreft de drie erkende projecten voldoende vaststaat dat sprake is van gederfde winst aan de kant van de werkgever. Het feit dat de werknemer – zonder deugdelijke onderbouwing – aanvoert dat hij een veel lager bedrag voor deze drie projecten heeft ontvangen, weerlegt niet dat bij de werkgever sprake is geweest van gederfde winst.
Schadevergoeding betalen
De door de werknemer aan de werkgever te vergoeden schade komt neer op:
- Gederfde winst €188.000
- Kortingspunten €3.344,82
- Gefixeerde schadevergoeding €5.335
- Kosten vaststellen schade €8.554,50 (€544,50 + €8.000).
Dit komt uit op een totaalbedrag van € 205,224,32. Rekening houdend met het al verrekende bedrag van €6.365,21, moet de werknemer aan de werkgever een bedrag van €198,859,11 betalen.
Uitspraak Rechtbank Noord-Holland, 5 augustus 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:9867

