De werknemer verzoekt om de werkgever te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding, vermeerderd met rente en wettelijke verhoging.
De werknemer heeft aan dit verzoek ten grondslag gelegd dat hij op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst is geweest bij de werkgever en de arbeidsovereenkomst is geëindigd op 15 oktober 2025. De werknemer heeft recht op een transitievergoeding conform artikel 7:673 BW.
De kantonrechter wijst dit verzoek af.
Deze zaak is eerder op zitting geweest op 23 april 2026. De werknemer is verschenen bijgestaan door een tolk. Namens de werkgever is niemand verschenen.
De kantonrechter kon niet vaststellen of de werkgever op de hoogte was van de mondelinge behandeling. De kantonrechter heeft daarom de mondelinge behandeling aangehouden en een nieuwe datum gepland.
De werknemer is verzocht om de werkgever bij deurwaardersexploot te laten oproepen voor de nieuwe mondelinge behandeling. Ook is de werknemer verzocht om een kopie van het betekende deurwaardersexploot naar de rechtbank te sturen.
Ook heeft de kantonrechter de werknemer een aantal aanwijzingen gegeven met betrekking tot de inrichting van zijn verzoekschrift, dat overduidelijk met de hulp van AI was gefabriceerd.
Onderbouwing ontbreekt
De kantonrechter miste elke onderbouwing voor de vorderingen van de werknemer. Hij stelt niet op welke wijze de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Niet elke wijze van beëindiging geeft recht op een transitievergoeding. De enkele verwijzing naar het wetsartikel van 7:673 BW is te algemeen en zegt niets over hoe het feitelijk gegaan is.
Er zijn onduidelijkheden over de ingangsdatum van de uitzendovereenkomst. Dit geldt ook voor de hoogte van zijn loon. De werknemer is in de gelegenheid gesteld zijn verzoek aan te vullen met de ontbrekende gegevens en onderbouwing.
De volgende mondelinge behandeling was vastgesteld op 16 juli 2026. De kantonrechter stelt vast dat op deze zitting niemand, ook de werknemer niet, is verschenen, terwijl beide partijen wel waren opgeroepen. De werknemer heeft geen bericht van verhindering gestuurd en ook heeft de kantonrechter geen aanvulling op het verzoekschrift ontvangen.
Hoewel de werkgever (wederom) niet deugdelijk is opgeroepen en niet is verschenen, behandelt de kantonrechter de verzoeken van de werknemer, nu de werkgever daardoor niet wordt benadeeld.
Afwijzing verzoek
De kantonrechter stelt vast dat de werknemer een met hulp van AI gefabriceerd verzoekschrift heeft gemaakt waarbij iedere onderbouwing voor zijn stellingen ontbreekt. De gelegenheid om zijn verzoekschrift aan te vullen heeft hij niet benut. De conclusie is dan ook dat het verzoek integraal moet worden afgewezen.
Uitspraak Rechtbank Limburg, 30 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:7500

